Samenvatting

Inleiding

Eenduidige verslaglegging in het diëtistisch dossier ondersteunt diëtisten bij het inzichtelijk maken van de resultaten van hun dieetbehandeling. Als eerste stap hiertoe vond in 2014 een Delphi-onderzoek plaats. Hierin werden drie doelen gekozen om inzicht te krijgen in het eff ect van dieetbegeleiding bij cardiovasculair risicomanagement (CVRM): vermindering van de middelomtrek, het kunnen toepassen van het dieet en verhoging van de kwaliteit van leven. Het is niet duidelijk of het voor diëtisten in de dagelijkse praktijk haalbaar is om deze doelen op de vastgestelde wijze en meetmomenten te meten en te registreren.

Methode

Twaalf diëtisten maten en registreerden gedurende een half jaar de middelomtrek, de toepassing van het dieet en de kwaliteit van leven. Aan de hand van interviews met deze diëtisten – drie en zes maanden na het begin van deze werkwijze – werden de succes- en faalfactoren geïnventariseerd. De interviews werden getranscribeerd en vervolgens gecodeerd en geanalyseerd met het kwalitatief analyseprogramma Atlas Ti.

Resultaten

Per meetinstrument werden verschillende succesfactoren aangegeven en faalfactoren genoemd die implementatie in de weg kunnen staan. Diëtisten hebben behoeft e aan reminders om de metingen op het juiste moment uit te voeren.

Conclusie

Veel faalfactoren kunnen verholpen worden met de juiste ict-ondersteuning. Daarom wordt op dit moment gewerkt aan een digitale tool om diëtisten te ondersteunen bij het meten en registreren van de afgesproken doelen. Het uiteindelijke doel hiervan is een in de dagelijkse praktijk toepasbare werkwijze die op termijn inzicht geeft in resultaten van dieetbehandeling bij CVRM.

ENGLISH SUMMARY

Factors of success and failure in using fixed treatment goals in dietetic treatment

Introduction

Standardized registration supports dietitians in creating transparency in results of dietetic treatment. In 2014 a Delphi study has been executed to  decide which outcomes should be measured to demonstrate the effectiveness of dietetic treatment in cardiovascular risk management: waist circumference,  patient’s adoption of dietary advice , and quality of life. It is not clear whether it is possible for dietitians to measure and register these data as suggested in the Delphi study.

Method

Twelve dietitians measured and registered waist circumference, patient’s adoption of dietary advice, and quality of life for six months. At three and six months after the start, dietitians were interviewed about facilitators and barriers in measuring and registration the requested data. The interviews were transcribed, coded and analyzed using Atlas Ti qualitative analysis program.

Results

For each measurement, facilitators and barriers for application were identified. Dietitians indicated that reminders to perform the measurements at the right time would be helpful.

Conclusion

Many barriers may be solved by electronic support. Therefore, a digital tool is currently being developed to support dietitians in measuring and registering the agreed data. The ultimate goal of this project is to develop a method that is applicable in daily practice, and will ultimately provide insight into the results of dietary treatment in cardiovascular risk management.

Log in

Inleiding

Onderzoek naar de kosten en baten van de diëtetiek laat zien dat dieetbehandeling effectief is bij patiënten met overgewicht of obesitas en risico op hart- en vaatziekten: bloedruk en cholesterol dalen en de ervaren kwaliteit van leven neemt toe.1 Daarnaast blijkt dieetbehandeling kosteneffectief. Voor elke euro die besteed wordt aan de dieetbehandeling bij deze patiëntengroep krijgt de maatschappij 14-63 euro terug.1 Hoewel deze uitkomsten pleiten voor voldoende inzet van dieetbehandeling bij cardiovasculair risicomanagement (CVRM), blijkt uit recent onderzoek bij Nederlandse diëtetiekpraktijken dat driekwart van de patiënten zelf voortijdig de dieetbehandeling staakt, zonder het behalen van de behandeldoelen. 23Tegelijkertijd blijkt dat patiënten die de behandeling wél afmaken goede effecten bereiken op risicofactoren en kwaliteit van leven.23 Diëtisten gaven bij het lectoraat aan behoefte te hebben aan meer en betere onderbouwing van (eigen) effectiviteit van behandeling, om sterker te staan in bijvoorbeeld onderhandelingen met verwijzers of zorgverzekeraars. Dit geldt voor zowel individuele diëtisten als diëtetiekpraktijken, regio’s en de…

ir. Marieke Plas is onderzoeker en docent, ir. Jacqueline de Vos is onderzoeker en docent, dr. ir. Marian de van der Schueren is lector en dr. ir. Elke Naumann is associate lector Voeding in relatie tot Sport en Gezondheid en hoofddocent bij de opleiding Voeding en Diëtetiek. Allen zijn werkzaam bij het Lectoraat Voeding en Gezondheid van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen.

Literatuurlijst
  1. Lammers M, Kok L. Kosten-baten analyse diëtetiek. Amsterdam: SEO Economisch Onderzoek; 2012.
  2. Tol J, Swinkels IC, de Bakker DH, et al. Dietetic treatment lowers body mass index in overweight patients: an observational study in primary health care. Journal of Human Nutrition and Dietetics 2014;5:426-33.
  3. Verstappen J, Leij-Halfwerk S, de van der Schueren M. De effecten van dieetbehandeling. Ned Tijdschr voor Voeding en Diëtetiek 2017;72(3):22-3.
  4. Plas M, de van der Schueren M, Leij-Halfwerk S, et al. Het prioriteren van behandeldoelen en bijbehorende meetmethoden en meetmomenten in de dieetbehandeling bij cardiovasculair risicomanagement; consensus volgens de Delphi-methodiek. Ned Tijdschr voor Voeding en Diëtetiek 2015; 70 (T): S1-8.
  5. Ware JE, Sherbourne CD. The RAND-36 Short-form health status survey: 1. Conceptual framework and item selection. Medical Care 1992; 30 (6): 473-481.
  6. Becker-Woudstra G, Havinga M, van Kuijeren R, et al. Het diëtistisch consult. 4e herziene druk. Den Haag: Boom Lemma uitgevers; 2012.
  7. Zee KI van der, Sanderman R. Het meten van de algemene gezondheidstoestand met de RAND-36, een handleiding. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen, Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken; 2012.
  8. Swinkels RA, van Peppen RP, Wittink H, et al. Current use and barriers and facilitators for implementation of standardised measures in physical therapy in the Netherlands. BMC Muscoskelet Disord 2011;22;12:106.
  9. Carson TL, Hidalgo B, Ard JD, et al. Dietary interventions and quality of life: a systematic review of the literature. J Nutr Educ Behav 2014;46(2):90-101.

 

BESCHOUWING

Meting voor het kunnen toepassen van het dieet niet optimaal

Onderzoek om meer inzicht te krijgen in de resultaten van de dieetbehandeling is nuttig en noodzakelijk. De auteurs beschrijven in dit artikel de overeenstemming in het werkveld over drie belangrijke doelen in de dieetbegeleiding bij cardiovasculair risicomanagement: het verminderen van de middelomtrek, het kunnen toepassen van het dieet en het verhogen van de kwaliteit van leven. Vervolgens moeten de resultaten op deze doelen gemeten kunnen worden, en liefst moet dat gemakkelijk in te passen zijn in de dagelijkse praktijk.

 Schoen wringt

Het is positief dat het kunnen toepassen van een dieet wordt meegenomen in de doelen. Het volhouden van dieetadviezen is moeilijk en vergt blijvende gedragsverandering. Mijns inziens moet een belangrijk deel van de begeleidingstijd juist daarover gaan. Ook is het positief dat de auteurs kijken naar succes- en faalfactoren bij het meten in de dagelijkse praktijk. Het blijken er nogal wat te zijn. Zowel bij de diëtist als de cliënt is er soms weerstand om bepaalde zaken te meten. Bij het meten van de kwaliteit van leven wordt als succesfactor genoemd dat een valide vragenlijst wordt gebruikt. Dat is precies waar de schoen wringt bij het meten van ‘het kunnen toepassen van het dieet’. De cliënt vindt de vragen op elkaar lijken, de diëtist twijfelt aan de meerwaarde van de vragen. Beiden hebben wat mij betreft gelijk. Eén vraag gaat over de attitude (hoe belangrijk vind je het), de overige vragen lijken betrekking te hebben op de eigen eff ectiviteit (denk je dat je het kunt). Daarmee is het geen evenwichtige maat, en andere determinanten van het kunnen toepassen van het dieet blijven buiten beschouwing.

Eerste stap

De auteurs concluderen zelf dat het een eerste stap is op weg naar een werkwijze die gestructureerde gegevensverzameling in de dagelijkse diëtistenpraktijk mogelijk moet maken, en dat de tool nog verder moet worden doorontwikkeld. Daar ben ik het mee eens. Het is goed om het eff ect van behandeling te meten, en om te kijken hoe dat past bij diëtisten in hun dagelijkse praktijk. Maar het meetinstrument voor het kunnen toepassen van het dieet, oft ewel de gedragsverandering, moet beter. Dan zijn er in een volgende studie meer succes- en minder faalfactoren te melden?

Prof.dr.ir Ingrid Steenhuis – Hoogleraar preventie en Volksgezondheid aan de Vrije Universiteit Amsterdam