Samenvatting

Inleiding

Eind 2015 verving het MC Slotervaart het individuele consult, 16 weken na de bariatrische operatie, bij de helft van de patiënten door een éénmalig diëtistisch groepsconsult. Hoofdvraag is of er een jaar na de bariatrische ingreep verschil is in gewichtsverlies, compliance met voedingsrichtlijnen en vitamine- en mineralenstatus tussen patiënten die, 16 weken na de bariatrische ingreep, een eenmalige diëtistische groepsbegeleiding kregen en patiënten met een eenmalige individuele diëtistische begeleiding,.

Methoden

68 patiënten kregen diëtistische groepsbegeleiding en 52 een  individuele begeleiding. Compliance werd gemeten door een telefonische vragenlijst, dagelijkse eiwitinname met de ‘dietary history’. Start-, pre- en postoperatief gewicht en biochemische parameters komen uit het patiëntendossier. Variabelen zijn met elkaar vergeleken (groepsconsult versus individueel consult) door een tweezijdige onafhankelijke t-toets bij continue variabelen of chi-kwadraattoets bij een nominaal meetniveau.

Resultaten

Een jaar na ingreep was het gemiddelde gewichtsverlies, vergeleken met het startgewicht bij individueel begeleide patiënten, 34,4% tegen 32,8% bij groepsbegeleiding (p=0,25). Vergeleken met het preoperatieve gewicht was de gewichtsafname 29,6% bij individueel begeleide patiënten en 28,6% bij groepsbegeleiding (p=0,55). 71,2% van de individueel begeleide patiënten en 72,1% van de patiënten met groepsbegeleiding behaalde de eiwitbehoefte (p=0,91). Er was geen verschil in aantal eetmomenten, afleiding tijdens eetmomenten en gescheiden houden van eten en drinken en  vitamine- en mineralenstatus. 73,1% (n=38) van de individueel begeleide patiënten was fysiek actief  (3,49±1,95 dagen/week), 72,1% (n=49) van de patiënten met groepsbegeleiding (3,72±1,90).

Conclusie

Een jaar na een bariatrische ingreep is er geen verschil in gewichtsverlies, compliance en vitamine- en mineralenstatus tussen patiënten met groepsbegeleiding en patiënten met individuele begeleiding bij  dieetinterventie 16 weken postoperatief.

Trefwoorden: Bariatrie, groepsbegeleiding, individuele begeleiding, gewicht, vitamine, compliance

ENGLISH SUMMARY

Weight loss, compliance to nutritional guidelines and vitamin and mineral status a year after bariatric surgery

Background

At the end of 2015, the MC Slotervaart replaced individual consultation in half of the patients with one dietary group treatment 16 weeks after surgery. The aim is to measure the difference in weight loss, compliance with nutritional guidance and vitamin and mineral status one year after bariatric surgery.

Methods

68 patients received dietary group guidance and 52 patients were individually supervised. Daily protein intake was measured by dietary history. Starting, preoperative and postoperative weight and biochemical parameters were derived from patient file. Differences between variables (group consult vs individual consult) were tested with an independent sample t-test for continuous variables and a chi-square test for nominal variables.

Results

One year after procedure, mean weight loss from starting weight in the individual supervised group was 34.4% versus 32.8% in patients with group guidance (p = 0.25). Compared to the preoperative weight, there decrease was 29.6% in individually supervised patients and 28.6% in patients receiving group support (p = 0.547). 71.2% of individually supervised patients and 72.1% of patients with group support achieved protein requirement (p = 0.91). There was no difference in number of eating moments (5.68 to 5.71), distraction during eating moments (51.9% versus 64.7%), separation of food and drink (p = 0.87) and vitamin and mineral status. 73.1% (n = 38) of  individually supervised patients exercised (3.49 ± 1.95 days / week) compared with 72.1% (n = 49) of the group guidance patients (3.72 ± 1.90).

Conclusion

One year after bariatric surgery there was no difference in weight loss, compliance and vitamin and mineral status between patients with group guidance and patients with individual dietary supervision at the 16 week postoperative intervention.

Keywords: Bariatrics, group guidance, individual guidance, supervision, weight, vitamin, compliance.

Log in

Achtergrond

In 2015 had 50% van de mensen in Nederland boven de 20 jaar overgewicht, waarvan 14% een BMI boven de 30 kg/m².1 (Morbide) obesitas kan onder meer worden teruggedrongen door bariatrische chirurgie. Het MC Slotervaart verricht, als een van de Centres of Excellence, circa 1400 bariatrische ingrepen per jaar.2  Eind 2015 heeft bij het MC Slotervaart een efficiëntieslag plaatsgevonden, met betrekking tot de postoperatieve begeleiding. In het eerste jaar na een bariatrische ingreep krijgen patiënten 3 consulten met een diëtist na 2, 4 en 16 weken. Omdat de wachtlijst voor een bariatrische ingreep groeit, is onderzocht of het individuele consult in week 16 vervangen kan worden door groepsbegeleiding. Uit eerdere studies bij andere patiëntenpopulaties blijkt dat groepsbegeleiding mogelijk positievere uitkomsten vertoont op gebied van zelfmanagement ten opzichte van individuele begeleiding.34 Er zijn sterke aanwijzingen dat zelfmanagement zorgt voor een positief effect op de effectiviteit van de zorg, motivatie van de patiënt, therapietrouw, inzicht in het ziekteproces en kwaliteit…

Literatuurlijst
  1. Gastric Roux-En-Y Bypass. International Federation for the Surgery of Obesity and metabolic. [datum onbekend]. http://www.ifso.com/gastric-roux/
  2. Richtlijnen goede voeding 2006. Gezondheidsraad. 18 december 2006. https://www.gezondheidsraad.nl/sites/default/files/2006A06_08_3.pdf
  3. Jaber R, Braksmajer A, Trilling JS. Group visits: a qualitative review of current research. Journal of the American Board of Family Medicine. 2006;19(3):276-90.
  4. Scott JC, Conner DA, Venohr I et al. Effectiveness of a group outpatient visit model for chronically Ill older health maintenance organization members: a 2‐year randomized trial of the cooperative health care clinic. Journal of the American Geriatrics Society. 2004;52(9):1463-70.
  5. Lorig KR, Holman H. Self-management education: history, definition, outcomes, and mechanisms. Annals Behavioral Medicine. 2003;26(1):1-7.
  6. Nederlands Voedingsstoffenbestand (NEVO). Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. 2016. http://nevo-online.rivm.nl/
  7. Bariatrische chirurgie bij obesitas II en III. Dieetbehandelingsrichtlijnen. 15 januari 2011.  http://www.dieetbehandelingsrichtlijnen.nl/richtlijnen/41HK_bariatrische_chirurgie_bij_obesitas_ii_en_iii_1.html
  8. Overgewicht (obesitas en bariatrie). MC Slotervaart. [datum onbekend]. https://www.mcslotervaart.com/dossier/overgewicht-obesitas-en-bariatrie
  9. Leff DR, Heath D. Surgery for obesity in adulthood. BMJ. 2009;339:b3402.
  10. Sjöström L. Review of the key results from the Swedish Obese Subjects (SOS) trial--a prospective controlled intervention study of bariatric surgery. Journal of internal medicine. 2013;273(3):219-34.
  11. Ledoux S, Msika S, Moussa F et al. Comparison of nutritional consequences of conventional therapy of obesity, adjustable gastric banding, and gastric bypass. Obesity Surgery. 2006;16(8):1041-9.
  12. Veerman JL, Healy GN, Cobiac LJ et al. Television viewing time and reduced life expectancy: a life table analysis. Britisch Journal of Sports Medicine. 2012;46(13):927-30.
  13. Notten N, Kraaykamp G, Tolsma J. Parents, television and children’s weight status: on lasting effects of parental television socialization in the Netherlands. Journal of Children and Media. 2013;7(2):235-52
  14. Bloomberg RD, Fleishman A, Nalle JE et al. Nutritional deficiencies following bariatric surgery: what have we learned? Obesity Surgery. 2005;15(2):145-54
  15. Moize V, Geliebter A, Gluck ME et al. Obese patients have inadequate protein intake related to protein intolerance up to 1 year following Roux-en-Y gastric bypass. Obesity Surgery. 2003;13(1):23-8
  16. Monpellier VM, van der Beek ESJ, Mink van der Molen AB. Complicaties na contourherstellende chirurgie bij postbariatrische patiënten. De rol van voedingsdeficiënties. Nederlands Tijdschrift voor Plastische Chirurgie. 2014;3:111-6.
  17. Korpershoek HW, Witteman EM, Meinardi JR et al. Ernstige vitamine D-deficiëntie en hypocalciëmie na bariatrische chirurgie. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. 2010;154:A827.
  18. Gehrer S, Kern B, Peters T et al. Fewer nutrient deficiencies after laparoscopic sleeve gastrectomy (LSG) than after laparoscopic Roux-Y-gastric bypass (LRYGB)-a prospective study. Obesity Surgery. 2010;20(4):447-53.
  19. Prochaska JO, Diclemente CC. Toward a Comprehensive Model of Change. Treating Addictive Behaviors. 1986;13:3-27.
  20. Folmer M, Douven R, van Gameren E et al. Zorg in model. Centraal planbureau. 2006;146:1-77.
Groepsconsult niet minder effectief dan individueel consult

Dit valt te concluderen uit een verkennende studie, uitgevoerd door twee BSc-studenten Voeding en Diëtetiek (HvA) onder 120 obese patiënten na een bariatrische operatie in het Medisch Centrum Slotervaart. De verandering betreft de diëtistische zorg, waarbij de laatste van de drie individuele consulten (2, 4, 16 weken) na de operatie ‘at random’ bij de helft van de patiënten vervangen werd door een groepsconsult. Dit leidde na een jaar niet tot verschillen in effectiviteit gezien het vergelijkbare gewichtsverlies, het naleven van de Dieetbehandelings-richtlijn Bariatrische chirurgie bij Obesitas II en III en de micronutriënten-status binnen de gevormde groepen.

Wat zijn dan de argumenten voor het introduceren van deze verandering, door de auteurs betiteld als ‘efficiëntie-slag’? De groeiende wachtlijst wordt genoemd als belangrijkste reden. Recentelijk rapporteerde het CBS dat in Nederland een procent van de twintigplussers, oftewel ruim honderdduizend volwassenen, morbide obesitas heeft. Hiermee voldoen zij allen aan een van de voorwaarden voor bariatrische chirurgie. Deze ingreep vindt in het MC Slotervaart jaarlijks plaats bij circa veertienhonderd volwassenen, na een wachttijd van ten minste vijf maanden.

Het beschreven onderzoek vormt een opstap naar de mogelijkheid de patiënt na de operatie de keuze te bieden tussen individuele of groepsbegeleiding. Hierbij wijzen de auteurs op de noodzaak hun bevindingen verder te onderbouwen. Dit vraagt om een studie met een zogenoemd non-inferiority-design, met een vooraf te definiëren non-inferiority-marge. Deze marge bepaalt het maximale verschil in effectiviteit, waarbij wordt geconcludeerd dat een nieuwe behandeling niet minder werkzaam is dan de standaardbehandeling.1 Gezien het kleine verschil in de gemiddelde veranderingen in de verkennende studie, zal deze non-inferiority-studie waarschijnlijk leiden tot vergelijkbare conclusies. Rest de vraag of andere aspecten dan de effectiviteit (bijvoorbeeld efficiëntie, keuzevrijheid en zorgwaardering) ondersteund worden door data.

Prof. dr. ir. Lisette de Groot, hoogleraar Voeding van de Oudere Mens, Wageningen UR

Referentie:
1. Soonawala D, Dekkers OM, Stand van zaken ‘Non-inferiority’-studies: mogelijkheden en kanttekeningen. NTVD 2012;156:A4665. www.ntvg.nl/system/files/publications/a4665.pdf