Samenvatting

Inleiding

Dit artikel beschrijft het aantal consulten, de behandeltijd en de effectiviteit van de dieetbehandeling in de eerste lijn.

Methode

In het landelijke prospectieve, observationele DIEET-project (DIëtetiek Effectief En Toekomstbestendig) zijn karakteristieken vastgelegd van cliënten die behandeld werden voor overgewicht, diabetes type 2 (DM2), hypercholesterolemie, ondervoeding en hypertensie. Dit gebeurde bij aanvang van de dieetbehandeling en na 9 maanden (voor het aantal en het soort consulten en de behandeltijd). De effectiviteit werd bepaald met van tevoren opgestelde criteria voor veranderingen in gewicht, BMI en/of medicatie. Verschillen in het mediane aantal consulten en de behandeltijd tussen mannen en vrouwen, tussen cliënten met een Nederlandse achtergrond en een migratieachtergrond, en tussen cliënten met verwijzing en via directe toegankelijkheid, werden getoetst met de Mann-Whitney U-test. Dit gebeurde tussen SES-groepen en primaire diagnoses met de Kruskall-Wallis-test met post hoc Dunns paarsgewijze vergelijking met Bonferroni-correctie. Tussen effectief en niet-effectief behandelde cliënten gebeurde dit met de Mann-Whitney U-test. Een multivariabele logistische regressie werd uitgevoerd met effectiviteit als uitkomst en het aantal consulten en de behandeltijd als verklarende variabelen. Deze werden gecorrigeerd voor de karakteristieken van de cliënt (tweezijdige alfa=0,05).

Resultaten

605 cliënten voldeden aan de inclusiecriteria; van 393 cliënten waren gegevens beschikbaar. De gemiddelde leeftijd was 55,5 ± 14,5; 59% was vrouw. Primaire verwijsdiagnoses waren overgewicht (48%), DM2 (35%), hypercholesterolemie (9%), ondervoeding (6%) en hypertensie (2%). Na 9 maanden was 41% nog onder behandeling. Het mediane aantal consulten was 5 (IQR: 3-6), de mediane behandeltijd was 180 min (IQR: 135-225), waarvan 81% directe tijd. 39% van de cliënten had een langere behandeltijd dan de 180 minuten die vergoed worden binnen de basisverzekering.
Cliënten met overgewicht hadden meer consulten dan cliënten met DM2 (5 (3-7) versus 4 (3-6); p=0,02) of hypercholesterolemie (4 (3-5), net niet significant, p=0,10). Het verschil in behandeltijd tussen de verschillende SES-groepen was net niet significant: hoge SES 170 min (IQR: 105-210) versus lage/midden SES 180 min (IQR midden-SES 135-230, IQR lage SES 105-210), p=0,08. 47% van de behandelingen was effectief. Cliënten met een effectieve behandeling hadden 1 consult meer en een 15 minuten langere behandeltijd dan cliënten zonder effectieve behandeling (p=0,02 en p=0,05).

Conclusie

Het mediane aantal consulten was 5 (IQR: 3-6), de mediane behandeltijd bedroeg 180 min (IQR: 135-225). Het verschil in consulten en behandeltijd tussen cliënten met een effectieve en een niet-effectieve behandeling was 1 consult en 15 minuten. Of extra consulten of behandeltijd de effectiviteit van de dieetbehandeling in de praktijk verhogen, moet nader worden onderzocht.

ENGLISH SUMMARY

Number of consultations, treatment time and effectiveness of dietetic treatment in primary care in the Netherlands: results of the DIEET-project

Introduction

This article describes the number and types of consultations, treatment time and effectiveness of dietetic treatments in primary care in the Netherlands.

Methods

The DIEET (DIEtetics Effective and Towards a sustainable profession) project is a nationwide prospective observational study. Characteristics of clients treated for overweight, Diabetes Mellitus type 2 (DM2), hypercholesterolemia, malnutrition or hypertension were recorded at baseline, and the number and kind of consultations and treatment time was recorded at 9 months. Effectiveness was determined by predefined criteria for weight change, BMI, and/or medication use. Differences in the median number of consultations and treatment time between men/women, clients with a Dutch background or a migration background and with or without referral was tested with a Mann-Whitney U test, between SES groups and primary diagnoses with a Kruskall-Wallis test with post hoc Dunn’s pairwise comparison with Bonferroni correction, and between effective and non-effective treated clients with a Mann-Whitney U test Multivariable logistic regression analysis was done with effectiveness as outcome and number of consultations and treatment time as explanatory factor, corrected for the characteristics of the client (two-sided alpha=0.05).

Results

605 clients met the inclusion criteria, data was available for 393 clients. Mean age was 55,5 ± 14,5 years, 59% was women. Primary diagnoses were overweight (48%), DM2 (35%), hypercholesterolemia (9%), malnutrition (6%), and hypertension (2%). For 41% treatment was still ongoing after 9 months. The median number of consultations was 5 (IQR:3-6), median treatment time was 180 min (IQR:135-225), of which 81% was direct time. The treatment time of 39% of the clients was longer than the reimbursed 180 minutes. Overweight clients received more consultations than clients with DM2 (5 (3-7) versus 4 (3-6); p= 0.02), or hypercholesterolemia (4 (3-5) borderline significant, p=0.10). Differences in treatment time between SES groups were borderline significant; high SES 170 min (IQR 105-210) versus low/middle SES 180 min (IQR middle SES 135-230, IQR low SES 105-210), p=0.08). 47% of the treatments was effective. Clients with an effective treatment received one consultation and 15 minutes more treatment than clients without an effective treatment (p=0.02 en p=0.05).

Conclusion

The median number of consultations was 5 (IQR:3-6), median treatment time was 180 min (IQR:135-225), Clients with an effective treatment within 9 months of dietetic treatment had a median of one consultation and a median consultation time of 15 minutes longer compared to clients with a non-effective treatment. Whether an extra consultation and extra time will increase the effectiveness of a dietary treatment has to be investigated.

Key words: dietetics, effectiveness, primary care

Log in

Introductie

Het lectoraat Gewichtsmanagement (naam per 28 juni 2019: lectoraat Voeding & Beweging) van de Hogeschool van Amsterdam onderzocht in het landelijke DIEET-project hoe de eerstelijns DIëtetiek Effectief En Toekomstbestendig kan zijn. Directe aanleiding voor het DIEET-project was het feit dat per 1 januari 2012 de consulten diëtetiek niet meer werden vergoed vanuit het basispakket verzekerde zorg. Als gevolg daarvan daalde de omzet van de diëtetiekpraktijken (publiek en privaat) met gemiddeld 40%.1 Met de Rijksbegroting voor 2013 werd dit besluit voor een deel (drie uur in plaats van vier uur) teruggedraaid. Doelstellingen in het DIEET-project waren het beheersbaar maken van de effectiviteit van de eerstelijnsdiëtetiek, het doelmatiger inrichten van de praktijk, en het werken aan innovatie van het vakgebied diëtetiek. De onderzoekers brachten allereerst het handelen van de diëtist in kaart2, evenals factoren in het eerste consult die mogelijk van invloed zijn op de effectiviteit van de behandeling na 9 maanden, zoals het eventuele…

In samenwerking met Stuurgroepleden vanuit de Nederlandse Vereniging van Diëtisten, Amsterdam UMC, Stuurgroep Ondervoeding,Vialente-Diëtheek, Diëtisten Coöperatie Nederland, Careyn, Diëtistengroep Amsterdam en diverse diëtistenpraktijken.

Caroelien Schuurman (tot 2018), Martinet Streppel en Peter Weijs werken bij het Lectoraat Voeding & Beweging, Opleiding Voeding en Diëtetiek, Hogeschool van Amsterdam. Eva Leistra werkte ten ten tijde van het onderzoek: Lectoraat Voeding & Beweging, Opleiding Voeding en Diëtetiek, Hogeschool van Amsterdam (nu: Gezondheidswetenschappen, Faculteit der Bètawetenschappen, Vrije Universiteit, Amsterdam) Peter Wijs werkt daarnaast bij Amsterdam UMC, Vrije Universiteit, Amsterdam.

Belangenverstrengeling Caroelien Schuurman is redacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Voeding en Diëtetiek van de Nederlandse Vereniging van Diëtisten.

Contact: m.t.streppel@hva.nl

Dankwoord De auteurs bedanken: - Diëtisten en cliënten voor deelname aan het onderzoek - Studenten voor de observaties en follow-up - Anita Tump voor de coördinatie en planning van de observaties - Esther Hospes en Jolien Klamer voor het datamanagement.

Het DIEET-project werd gefinancierd door een SIA RAAK-MKB subsidie.

Literatuurlijst
  1. Tol J, Swinkels ICS, Leemrijse CJ et al. Minder diëtistische behandeling door grotendeels schrappen diëtetiek uit de basisverzekering. Factsheet. Utrecht: NIVEL, 2012, geraadpleegd 18 april 2018.
  2. Schuurman C, Streppel M, Leistra E et al. Hoe handelt de diëtist in de eerste lijn? NTVD 2017;72:12-6.
  3. Verberne LDM, Verheij RA. Zorg door de diëtist. Jaarcijfers 2016 en trendcijfers 2012-2016. Uit: NIVEL Zorgregistraties eerste lijn [internet]. 2017 [Laatst gewijzigd op 6 juli 2017; geraadpleegd op 6 juni 2019].
  4. Centraal Bureau voor de Statistiek.
  5. Kruizenga H. Huisbezoeken: stof tot nadenken. NTVD 2018;73(T):48-9.
  6. Tol J, Swinkels ICS, Bakker DH de et al. Dietetic treatment lowers body mass index in overweight clients: an observational study in primary health care. J Hum Nutr Diet 2014;27:426-33.
  7. Tol J, Swinkels ICS, Veenhof C. Welke cliënten hebben volgens de diëtist voldoende aan 4 uur diëtetiek per kalenderjaar? Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 2012;90(3):176-83.