Lees verder
Een vegetarisch voedingspatroon dieet leidt vaak tot gezondheidswinst ten opzichte van een omnivoor dieet. Dit is recent in diverse meta-analyses aangetoond. Vooral  chronische ziekten als diabetes type 2, hart- en vaatziekten, obesitas en kanker komen bij vegetariërs minder voor. Vegetarische voeding vermindert bovendien de ecologische voetafdruk. Bij vegetarisch etende mensen worden zelden ernstige tekorten aan voedingsstoffen aangetoond, of is sprake van ondervoeding. Dat wil zeggen bij mensen die een evenwichtig voedingspatroon hebben waarbij ze heel gevarieerd eten, en die gezond zijn.
Ellen Govers

Een ander verhaal is veganisme. Een veganist maakt geen enkel gebruik van dierlijk eiwit. Een nobel streven, maar de mens is daar niet echt op gebouwd. Veganisme is als we naar mondiale eetculturen kijken ook zeer zeldzaam. Nomadisch levende volkeren eten soms een deel van het jaar geen vlees omdat het er niet is. Dat halen ze dan in de maanden daarop in. Er zijn vrijwel geen culturen die zowel vlees en vis als zuivel mijden. Hindoes hebben het strengste eetpatroon en eten geen dierlijke eiwitten met uitzondering van melkproducten.

Voedingswaarde

Het kernprobleem bij veganisme is de eiwitkwaliteit. Het gaat er maar ten dele om wat een mens eet. Voor het lichaam telt vooral hoeveel lichaamseiwit er uit de voeding kan worden opgebouwd. Dat is de netto eiwitbenutting. Kippenei eiwit ligt het dichts bij het menselijk eiwit en kan voor 96% worden gebruikt. We hebben dagelijks eiwit nodig om darmcellen en bloedcellen te kunnen vervangen en hormonen en enzymen aan te kunnen maken. Het lichaam heeft geen eiwitreserve, zoals we wel een vetreserve hebben. Met uitzondering van soja eiwit is alle plantaardig eiwit van slechtere kwaliteit dan welk dierlijk eiwit ook (inclusief zuivel) en dat betekent dat een veganist meer risico’s loopt op een slechte eiwitinname. Vooral kleine kinderen, zieken en ouderen lopen risico op een inadequate eiwitvoorziening.  Al in 1988 beschreef Pieter Dagnelie in zijn proefschrift het voedingspatroon van kinderen die opgroeiden op een macrobiotisch eetpatroon: geen zuivel, veel granen, peulvruchten en groente. Deze studie is later herhaald met dezelfde resultaten: alom tegenwoordige deficiënties van energie inname, eiwit, vitamine B12, vitamine D, calcium, en riboflavine werden aangetroffen in macrobiotisch gevoede kinderen, leidend tot groeivertraging, onvoldoende opbouw van vet- en spierweefsel, en langzamere psychomotorische ontwikkeling. De borstvoeding van macrobiotische moeders bevatte minder vitamine B-12, calcium, en magnesium1.

Gevolgen

De kinderen waren kleiner en hadden een cognitieve achterstand ten opzichte van hun leeftijdsgenootjes met een omnivoor eetpatroon omdat hun hersenontwikkeling was vertraagd. Het grootste risico ligt tussen de zes en achttien maanden1.  De conclusie was destijds dat dergelijke kinderen twee maal per week een portie vette vis en 150-250 gram zuivel per dag nodig hadden om aan voldoende hoogwaardig eiwit, vitamine B 12 en visvetzuren (EPA en DHA) te komen1. Hier ligt meteen het grote punt van zorg: vanaf de geboorte is hoogwaardig eiwit nodig om te zorgen voor een goede ontwikkeling van de hersenen. Moedermelk is dierlijk eiwit (wij zijn immers zoogdieren) en derhalve hoogwaardig, maar vanaf vier maanden heeft het kind ook aanvullende voeding nodig in de vorm van groente, fruit en peulvruchten. Het enige plantaardige eiwit dat zich qua samenstelling met dierlijk eiwit kan meten is soja eiwit. Gelukkig zijn er veel sojaproducten, in vloeibare vorm als vervangers van melk of yoghurt, en als vleesvervangers op de markt. Vleesvervangers zijn voor jonge kinderen echter veel te zout.

In de diëtistenpraktijk komen toch af en toe veganistisch gevoede kinderen met groeiachterstanden en tekorten aan voedingsstoffen voor. Een tekort aan vitamine B 12 is een reëel risico en de impact ervan wordt nog wel eens onderschat, maar ook tekorten aan calcium, vitamine D, zink, vitamine B 2 en jodium worden gezien. Het is altijd een lastig verhaal om de ouders dan uit te leggen dat een opgroeiend kind echt wezenlijk andere voedingsbehoeftes heeft dan een gezonde volwassene. Want dat zou betekenen dat ze hun principes niet moeten laten prevaleren boven de gezondheid van hun kind.

Klimaat

Overigens is er op de impact van volledig plantaardige voeding op ons klimaat ook nog wel wat af te dingen. Voor de Verenigde Staten is becijferd dat wanneer een volledige transitie plaatsvindt naar ‘plant based diets’ het aandeel broeikasgassen dat wordt geleverd door landbouw inclusief veeteelt afneemt van 49% naar 21%, maar zeker niet op 0 uitkomt2. Er is 32% meer land nodig om voldoende voedsel te verbouwen als men de veeteelt elimineert2. Met name het verbouwen van granen, groente en fruit vereist veel landbouwgrond. De hoeveelheid landbouwgrond in de VS is bij volledig plantaardige voeding niet voldoende om aan de vraag naar voedsel te voldoen. Daarnaast zijn er de voedingskundige nadelen: een totaal plantaardige voeding leidt tot een extra inname van gemiddeld 500 gram voeding per volwassene per dag, en dus meer energie  inname. In een model waarbij men referentie voedingen berekende van volledig plantaardige samenstelling, werd de inname aan granen tien maal zo groot, terwijl alle andere voedingsgroepen afnamen. In alle simulaties werden tekorten geconstateerd aan  vitamines D, E, en K, Calcium, vitamine A, B12, en EPA, DHA, en arachidon zuur (deze laatste vooral bij kinderen)2.

Tenslotte kun je je afvragen wat de negatieve gevolgen zijn van de stijgende consumptie aan soja: daar wordt zowel in Azië als in Zuid-Amerika het regenwoud in ijltempo voor gekapt.

 

  1. Dagnelie PC, Van Staveren W. Macrobiotic nutrition and child health: results of a population based mixed longitudinal cohort study in the Netherlands.  Am J Clin Nutr 1994:59(suppl):l l87S-96S.
  2. White RR, Hall MB. Nutritional and greenhouse gas impacts of removing animals from US agriculture. PNAS November 28, 2017 114 (48) E10301-E10308; first published November 13, 2017 https://doi.org/10.1073/pnas.1707322114
  3. Leestip: Jaap Seidell en Jutka Halberstadt, Parool 3 november 2019, De hobbels van het veganisme