Lees verder
Afgelopen zondag werd het WK wegwielrennen voor de elite mannen gereden. Van Leeds naar Harrogate in behoorlijk guur cats and dogs regen weer. Brr. Op het al van tevoren door weersomstandigheden verkortte parcours zagen we zo’n 261 km lang afgetrainde mannen op hun racefietsen afzien, koukleumen, vechten, jas-aan-jas-uit en maar peddelen door de soms wel hele diepe waterplassen op de weg. Dat deed niet alleen wat met de kijker, maar vooral met het topsport lijf. Dat bleek ook wel uit het aantal renners dat de wedstrijd uitreed: slechts 46 van de 171 renners kwam over de streep.
Karin Lambrechtse

Team NL deed het goed! Met knap werk van Van Emden en ook van Teunissen. Zo’n 30 km voor die streep ontstond er een kopgroep van vijf renners met onder andere Mathieu Van der Poel; de favoriet voor velen! Ik denk dat eenieder die keek naar de koers behoorlijk perplex was toen ineens de motor van Van der Poel (die even daarvoor nog zo krachtig op kop reed) geen power meer had. “Wat gebeurt daar?!!”. Van der Poel leek zelf trouwens ook nét zo perplex, keek naar beneden en schudde zijn hoofd. Pats, boem, over, leeg en … uitgekoerst.

Wat er nu precies met Mathieu gebeurde, daar bleken de meningen nogal over verdeeld. Een hongerklop leek het meest voor de hand liggend. Al zei de renner zelf na afloop dat hij goed had gegeten en op zijn voeding had gelet. Als sportdiëtist was het toch ook het eerste waar ik aan dacht. Want, was het materiaalpech dan had hij er wel iemand bij geroepen. Het ineens “op zijn” dat klinkt als…

Koersvoer

Dat wat een renner tijdens de koers eet is van tevoren strategisch gepland, berekend en vooral ook geoefend. Met andere woorden, voeding is onderdeel van de performance strategie. Wat, hoeveel, wanneer en waarom wordt door bijna alle World Tour ploegen vanuit de wetenschap vertaald naar de praktijk. Met (hopelijk!) daarbij de nodige personalisering en mét gevoel voor de mens. Want ook al leveren topsporters soms bovenmenselijke prestaties, het zijn vooral ook mensen. Mensen van vlees en bloed met een passie en enorme drive om alles uit hun sport of in dit geval de koers te halen wat erin zit. Sommigen als jonge honden, sommigen als ervaren koers-kapitein. Mathieu is zo’n jonge hond. Eentje die ontzettend behendig rijdt en aanvalt zelfs als men hem toch vaak adviseert niet te vroeg te knallen en liever nog even te wachten. Hij gaat tóch en kan daarmee de wedstrijd naar zijn hand zetten. Prachtig. Veel ervaring met zulke lange koersen en wellicht met wat voor hem persoonlijk de juiste voedingsstrategie is heeft Van der Poel nog niet. Dus, mogelijk is dat ook een reden voor het ineens zo overrompelend geparkeerd komen te staan. De man met de hamer slaat dan genadeloos toe en dat wat eerst nog zo makkelijk voelde is ineens totaal anders. Er is geen energie meer, de suikers zijn op oftewel de glycogeenvoorraad in de spieren is er doorheen gejaagd. De pijp is leeg en dat is dus wat we noemen de “hongerklop”.

Waarom je niet oneindig kunt sporten

De hoeveelheid energie oftewel glycogeen (meervoudig vertakt suiker (glucose) molecuul) die een sporter in zijn spieren opgeslagen heeft is per sporter verschillend. Hoe beter de atleet getraind  is, hoe meer spierglycogeen deze kan opslaan. Dus; hoelang de sporter precies voor uit kan met zijn persoonlijke voorraad energie voordat deze uitgeput raakt is lastig te zeggen. Ze weten en leren het vaak uit ervaring. Gemiddeld genomen zeggen we dat bij maximale aerobe inspanning (inspanning waarbij je nog goed kunt ademen en er voldoende zuurstof is voor het verbranden van koolhydraten en vetten) de glycogeenvoorraad na ongeveer 90 minuten op is. Omdat het tempo tijdens een wielerwedstrijd vaak hoger ligt en er meer koolhydraten en dus glycogeen verbrand wordt is het advies om 90 g koolhydraten per uur te eten en/of drinken. Zo voorkomt een renner een tekort en is de voorraad ook tijdig aangevuld.

Waarom 90 g KH en niet meer? Meer kunnen onze darmen simpelweg niet verwerken. De suikermoleculen moeten als het ware voor een speciale specifieke suikerdraaideur in je darmen wachten tot het ene molecuul gepasseerd is en de volgende erdoor mag. Eet een renner te veel suikers dan krijgt hij vaak last van maag/darm klachten. Na opname in de darm worden de suikermoleculen afgegeven aan het bloed en worden ze naar de spier vervoerd waar ze omgezet en opgeslagen worden als glycogeen of in direct beschikbare energie waarmee de spier zich kan samentrekken en de renner zijn pedaal flink in kan trappen.

Het wegwerken van 90 gram koolhydraten is nog niet zo makkelijk als het klinkt en wordt door renners jarenlang getraind. Niet elke renner eet even makkelijk tijdens intensieve inspanning. Dit oefenen noem je training the gut. In welke vorm ze de koolhydraten innemen verschilt ook. Volkorenbrood eten tijdens een koers heeft niet zoveel zin. Deze koolhydraten zijn te traag om snel energie vrij te geven. Daarnaast is brood vaak te droog en te korrelig in je mond (persoonlijke voorkeuren daargelaten). Renners kiezen het beste voor simpele en dus snelle suikers; de monosachariden. Met name glucose en fructose. Hierbij is ook een specifieke ratio, dus de verhouding waarin glucose en fructose worden ingenomen erg van belang zodat de opname in de darmen zo snel mogelijk kan verlopen. Omdat variatie fijn is krijgen de renners deze 90g koolhydraten in diverse vormen aangeboden. Denk aan sportdrank, gels, repen, speciale puddingbroodjes, ricecakes etc.

Hongerklop of …

Toch zijn er in deze bizarre koersomstandigheden zoveel factoren die al dan niet op zichzelf of gezamenlijk een mogelijke rol spelen bij wat Mathieu overviel. Naast een tekort aan energie is het zoals eerdergenoemd mogelijk ook deels de onervarenheid op lange afstanden, het feit dat hij nooit oversloeg op kop en daarmee timing van zijn power-output wellicht niet optimaal was, een slechte vocht inname (voor elke gram glycogeen die opgeslagen wordt, is namelijk er drie gram water nodig. Zelfs tijdens het sporten in de regen verlies je veel vocht. Als dit niet wordt aangevuld, is er kans op uitdroging en nemen prestaties af),, het toch niet optimaal gebruik kunnen maken van de ploeg of andere renners, misschien net het verkeerde gegeten of juist te laat gegeten. Tja. En dan dat weer…!

Meerdere uren fietsen op dermate hoge inspanning in de stromende regen heeft niet alleen effect op je geest maar met name op het lichaam. Deze groep elite mannen zitten specifiek laag in hun vetpercentage en staan “op scherp”. Dit houdt in dat ze niet alleen heel erg fit zijn, maar ook erg gevoelig voor diverse invloeden zo ook van buitenaf. De gevolgen van zulk guur weer op deze topsport lichamen is breed. De renners zullen op een gegeven moment onder andere onderkoeld kunnen raken. Alles is nat, klam en de kou trekt door tot op de botten. De weerstand gaat achteruit en de verbranding omhoog. De renner verbruikt dus meer energie dan hij normaliter al zou doen door de inspanning an sich. Kan een renners zoveel energie dan nog uberhaubt in voldoende mate aanvullen? Wellicht is er door die onderkoeling ook nog eens sprake van een slechtere doorbloeding, waardoor er ook minder goed zuurstof naar de spieren kan worden vervoerd wat impact heeft op de verbranding. Ook de zenuwcellen kunnen uitgeput raken, wat weer effect heeft op de mogelijkheid van de spier om samen te trekken. Nog een optie is dat de kou en regen voor extra of meer weefselschade hebben gezorgd, waardoor deze minder goed konden functioneren. Dus…

Of Van der Poel daadwerkelijk last had van een hongerklop is echt moeilijk te zeggen. In mijn optiek is het multifactorieel. Los van het feit dat ik dit als sportdiëtist en kok van Team Jumbo-Visma erg interessant vind om uit te pluizen en na te gaan met een sporter: is het zo enorm van belang? Nee, in een enkel geval misschien. Was het zuur? Ja, enorm! Natuurlijk.

Ik heb deze sport in het afgelopen jaar, in deze korte tijd dat ik bij TJV betrokken ben geraakt, leren kennen als één van de hardste sporten ter wereld. Respect voor deze mannen! Al die uren, dagen, weken op de fiets door weer en wind, bergen, dalen, valpartijen en noem maar op. Natuurlijk is het hun vak en passie, maar het is nogal wat. Gek genoeg zijn al die heftigheden ook dingen die bij de sport horen en wat de sport zo echt, puur en zo mooi maakt. Het is fysieke en mentale inspanning tot de max, geleverd door de mens. Van der Poel is mens en gelukkig maar. Een mens waar we ongetwijfeld nog heel veel moois van gaan zien. Pet af Mathieu!