Lees verder
In 2019 publiceerde de Europese Werkgroep voor Sarcopenia bij ouderen (EWGSOP2) een nieuwe set van criteria en een nieuwe definitie van sarcopenie. De vraag is nu wat de toepassing hiervan betekent voor de prevalentie van sarcopenie in verschillende populaties van oudere volwassen.
dr. ir. Hinke Kruizenga

Het onderzoek

Een groep van onderzoekers uit Nederland en Denemarken onderzocht dit in acht cohorten, bestaande uit zelfstandig wonende oudere volwassenen, geriatrische poliklinieken en patiënten die op acute en subacute afdelingen zijn opgenomen. Bij hen werd de prevalentie van sarcopenie vastgesteld volgens de oude (EWGSOP1) en de nieuwe definitie (EWGSOP2) en set van criteria.

Resultaten

In totaal bestond de onderzoeksgroep uit 2256 deelnemers (56% was vrouw). De mediane leeftijd van de cohorten varieerde van 72 tot 83 jaar. Bij mannen was de sarcopenieprevalentie volgens EWGSOP1 32% terwijl dit met EWGSOP2 12% was. Bij vrouwen was de sarcopenieprevalentie 5% volgens EWGSOP1 en 6% volgens EWGSOP2. De lagere afkappunten voor de handknijpkracht (27 kg versus 30 kg (mannen) en 16 kg versus 20 kg (vrouwen) voor EWGSOP1 en EWGSOP2 veroorzaakten in de lagere sarcopenieprevalentie bij mannen.

figuur 1
Figuur 1 – Venn diagram van de populatie volgende EWGSOP1

 

 

 

 

 

 

figuur 2
Figuur 2 – Venn diagram volgens EWGSOP 2

Conclusies

Volgens de EWGSOP2 -definitie is de prevalentie van sarcopenie bij mannen aanzienlijk lager dan bij de EWGSOP1-definitie, terwijl de prevalentie bij vrouwen iets hoger ligt. De lagere afkappunten voor handknijpkracht leiden ertoe dat er minder volwassenen met sarcopenie worden gediagnosticeerd.

Van Ancum JM, Alcazar J, Meskers CGM, Nielsen BR, Suetta C,Maier AB, Impact of using the updated EWGSOP2 definition in diagnosing sarcopenia: a clinical perspective,Archives of Gerontology and Geriatrics(2020), doi:https://doi.org/10.1016/j.archger.2020.104125