Lees verder
‘Sporten is gezond’. Dat is een veelgehoorde uitspraak. Maar leven sporters ook gezonder dan niet-sporters? Dat staat centraal in de factsheet Sportdeelname en Leefstijl van het Mulier instituut.

Met data van de Gezondheidsenquête van het CBS zijn gezondere en minder gezonde gedragingen onderscheiden. Daarbij is gekeken naar het gewicht, de groente- en fruitconsumptie, het rookgedrag en de alcoholconsumptie van sporters en hoe zij aan de beweegnorm voldoen. Hierbij wordt uitgegaan van de (volwassen) wekelijkse sporter tot 80 jaar.

In de periode 2015/2016 deed 53 procent van de volwassenen wekelijks aan sport (figuur). Van de mensen met een gezond gewicht beoefende 59 procent een sport tegen 46 procent van de mensen met overgewicht. Sporters aten meer groenten en fruit dan niet-sporters. Ook bij roken onderscheide de sporter zich positief. Van de niet-rokers deed 56 procent aan sport tegen 30 procent van de rokers die tien sigaretten of meer per dag roken. Tot slot voldeden meer sporters aan de Nederlandse norm gezond bewegen. Deze beweging hoeft overigens niet alleen afkomstig te zijn van sporten, maar ook van zaken als fietsen naar het werk, het doen van het huishouden of klussen in en rond het huis.

Alcohol is de enige schadelijke leefstijl van de sporter. Van de mensen die niet of nauwelijks alcohol dronken (minder dan een glas per week), sportte 38 procent wekelijks tegen 56 procent van de mensen die meer dan elf glazen alcohol per week dronken.

Ontwikkeling in de tijd

Sinds 2001 is er een toename van de sportdeelname (van 49% in 2001-2004 tot 53% in 2013-2016). Relatief meer mensen met een gezond gewicht zijn gaan sporten. Terwijl van mensen met overgewicht een gelijk percentage bleef sporten. Voor alcohol en het voldoen aan de beweegnorm zijn er geen grote ontwikkeling in de tijd. De consumptie van groenten en fruit kunnen niet in de tijd weergeven worden.