Lees verder
Mogelijk komt er een verlenging van de tijdelijke regeling rond aanspraak op herstelzorg van COVID-19-patiënten. Het Zorginstituut Nederland heeft een advies over aanpassing van de regeling geschreven voor het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. In juni wordt hierover een beslissing verwacht.
Hans Kraak

Aanpassing van de tijdelijke regeling rond COVID-19-herstelzorg is het vervolg op een motie die in maart door SP-Kamerlid Lilian Marijnissen werd ingediend. Ze vroeg daarin om aandacht voor twee zaken.
– Aanpassing van de termijn van 4 maanden na het einde van het acute infectiestadium, waarbinnen de verwijzing door huisarts of medisch specialist voor de eerste behandeltermijn moet hebben plaatsgevonden.
– De mogelijkheid voor de huisarts om de verwijzing te doen voor de tweede behandeltermijn van paramedische herstelzorg na COVID-19.

Huidige regeling, tweede behandeltermijn

In de huidige regeling rond (tijdelijke) aanspraak op COVID-herstelzorg staat dat alleen een medisch specialist een verwijzing voor een tweede behandeltermijn kan doen. Dat gaat op wanneer deze specifieke, langetermijnschade door COVID-19 heeft vastgesteld en de specialist behandeling door één of meer paramedici kansrijk acht om het (verdere) herstel te bevorderen.

Reactie op motie

Een meerderheid in de Tweede Kamer stemde in met de motie, waarna de minister heeft aangegeven bereid te zijn om naar de twee voorwaarden volgens de motie te kijken. VWS heeft het Zorginstituut Nederland (ZN) gevraagd te adviseren over de door de kamer gewenste aanpassingen. Op het briefadvies zal naar verwachting in juni een reactie van de VWS-minister komen.

Casuïstieken

Om na te gaan of de voorgestelde voorwaarden in de motie haalbaar zijn wordt onder andere gekeken naar casuïstieken. Bekeken wordt in hoeverre de periode van vier maanden en de verwijzing van de medisch specialist (en niet de huisarts) voor de tweede behandelperiode knellen in de uitvoering.