Lees verder
Het percentage kinderen met overgewicht daalt in wijken waarin de JOGG-methode is ingevoerd. De geïntegreerde aanpak blijkt het meest succesvol bij kinderen in gebieden met een lage sociaaleconomische status (SES). Dat blijkt uit een promotiestudie van onderzoeker Annita Kobes, die zij volgende week verdedigt aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Hans Kraak

Om het effect van de JOGG-methode op de prevalentie van overgewicht te meten, vergeleek Kobes gebieden in Nederland waar de zogeheten JOGG-methode is ingevoerd met gebieden waar dat niet is gedaan. Ook keek ze naar het effect van de duur van het programma (korte- en langetermijn) en de bevolkingssamenstelling in de onderzochte gebieden (lage SES versus middel(hoge) SES). Kobbes maakte gebruik van data van de GGD met antropometrische en persoonlijke gegevens van 209.565 Nederlandse kinderen. Deze werden gerelateerd aan beschikbare JOGG-gegevens.

Succesvol bij lage SES

Kobbes concludeert dat in JOGG-wijken een succesvolle daling van overgewicht bij kinderen te zien is.  Volgens het onderzoek daalde de prevalentie van overgewicht van 25,17% naar 16,08% in JOGG-gebieden. In gebieden waar JOGG langer was ingevoerd was de daling nog groter, van 32,31% naar 18,43%. Als gekeken wordt naar de sociaaleconomische status, dan blijkt het JOGG-effect het grootst in wijken met een lage SES waar de methode al langer is ingevoerd (zes jaar).

JOGG-methode internationaal

De JOGG-methode is gericht op de afname van overgewicht en obesitas bij kinderen. De Nederlandse methode is afgeleid van het van origine Franse EPODE-project, een programma dat in meer dan 20 verschillende landen is vertaald. Doel van de promotiestudie was om te onderzoeken hoe JOGG de prevalentie van overgewicht bij kinderen zou kunnen verminderen.