Lees verder
Op 17 april presenteerde de Universiteit van Maastricht het eindrapport van het implementatie en monitoringsonderzoek van het CooL-programma (Coaching op Leefstijl). Het CooL programma is een Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) voor mensen met obesitas (BMI ≥ 30) óf overgewicht (BMI ≥ 25) met een (matig) verhoogd risico op hart- en vaatziekten of diabetes mellitus type 2. Het bestaat uit individuele gesprekken en groepsbijeenkomsten die worden aangeboden door een leefstijlcoach.
dr. ir. Hinke Kruizenga

Het gepresenteerde onderzoek is geen effectstudie, maar een implementatie- en monitoringstudie met een pre-post design zonder controlegroep. De resultaten kunnen niet worden gebruikt om conclusies te trekken over de effectiviteit van het programma.

De hoofdvraag van het CooL-onderzoek was: hoe verloopt de implementatie van de CooL interventie en hoe dragen de leefstijlcoaches bij aan het begeleiden van de deelnemers naar een gezondere leefstijl?

Methode

Deelnemers aan het programma werden gedurende zes tot acht maanden gecoacht door de leefstijlcoach, bestaande uit groepsbijeenkomsten en individuele sessies (2 x 60 minuten en 2 x 45 minuten) en advies voor aansluiting bij beweegprogramma’s in het lokale sport- en beweegaanbod. Daarnaast werd er een terugvalpreventieprogramma van acht boostersessies en vier individuele sessies en een aanvullend programma van tien individuele gesprekken aangeboden.

Leefstijlcoaches

De behandeling werd uitgevoerd door dertien vrouwelijke leefstijlcoaches, waarvan één voor het einde van de studie gestopt is. De achtergrond van de leefstijlcoaches was zeer divers, en varieert van een zorgachtergrond (diëtetiek, gezondheidsbevordering, verpleegkunde, psychosociaal therapie, kindertherapie, sociaalpedagogisch werk, sociaalpedagogische hulpverlening), een bewegingsachtergrond (lichamelijke opvoeding, academie voor lichamelijke opvoeding, sport en bewegingseducatie) tot een andere HBO achtergrond (technische bedrijfskunde, (financiële) bedrijfs-administratie, hoger economisch en administratief onderwijs, Engels, luchtverkeersleiding, voedingskunde en leraar basisonderwijs). Ze volgden de opleiding tot leefstijlcoach aan de AVLEG. Deze opleiding bestaat uit 16 lesdagen (96 contacturen) en zelfstudie (gemiddeld 300 uur).

Locatie

Dit onderzoek is uitgevoerd in Breda, Dongen, ’s-Hertogenbosch, Parkstad (Oostelijk Zuid-Limburg), Oosterhout, Tilburg Reeshof en Uden en gefinancierd door de zorgverzekeraar CZ. De deelnemers aan het CooL-programma ontvingen op vier momenten een vragenlijst en rond dat tijdstip is in de meeste gevallen de lengte en het gewicht ook door professionals (POH of huisarts, leefstijlcoach, onderzoekers) gemeten:

  • voorafgaand aan het CooL-programma (voormeting; T0)
  • kort na afronding van het basisprogramma (ongeveer 44 weken na voormeting; T1)
  • follow-up op de korte termijn (1,5 jaar na de voormeting; T2)
  • op lange termijn (2 jaar na de voormeting; T3).

 

Resultaten

In de genoemde regio’s zijn minimaal 120 huisartsen, ziekenhuizen, psychologen en scholen uitgenodigd om door te verwijzen naar het CooL-programma. 494 volwassenen werden verwezen en 358 volwassenen (25 groepen) zijn begonnen aan de interventie. 211 volwassenen (59%) hebben het programma afgerond. 138 personen hebben na 1,5 jaar de vragenlijst ingevuld en 100 personen vulden na twee jaar de vragenlijst in.  69 volwassenen zijn met het terugvalprogramma begonnen en acht personen met het aanvullende individuele programma.

De vragenlijst op baseline is ingevuld door 293 volwassenen (73% van de 400 personen die een intakegesprek hebben gehad). In totaal was 49% van de deelnemers ouder dan 55 jaar, 85% van de deelnemers had obesitas en 42% had een extreem verhoogd GGR. 174 personen kregen zorg via een ketenzorg programma. Daarvan hadden 97 deelnemers diabetes, 149 deelnemers hart- en vaatziekten en 72 deelnemers hadden beide chronische aandoeningen. In de vragenlijst gaf 76% van de gestarte deelnemers aan in het verleden al eens bij een diëtist te zijn geweest. Bij aanmelding was 23% onder behandeling van een diëtist. Veertien deelnemers hebben in de onderzoeksperiode bariatrische chirurgie ondergaan. Hun gewichtsverloop is niet meegenomen in het onderzoek.

Aan de hand van de aanwezigheidslijsten blijkt dat de volwassen deelnemers gemiddeld 5,3 groepsbijeenkomsten (±2,3 keer) hebben bijgewoond en 2,9 individuele interventie-uren (±0,9 uren) hebben gehad. Het volledige protocol van CooL bestaat uit acht groepsbijeenkomsten en 3,5 individuele uren.

Tevredenheid deelnemers

De volwassen deelnemers waren tevreden over het programma in zijn geheel, over de afzonderlijke groepsbijeenkomsten, de individuele bijeenkomsten en de leefstijlcoach. De rapportcijfers voor de verschillende onderdelen waren allemaal boven de 8,5.

Veranderingen in motivatie, gedrag, kwaliteit van leven en gewicht

Van 149 (30%) mensen zijn de nameting (T1) gegevens ontvangen, en hebben 79 (16%) personen de korte termijn nameting (T2) en 60 (12%) deelnemers hebben de lange termijn meting (T3) ingevuld. Deze selectie van deelnemers die de vragenlijsten hebben ingevuld vulden in dat ze minder zaten en meer zijn gaan bewegen ten opzichte van de voormeting.

Eetgedrag

Kort na afronding van het programma geven ze aan vaker te ontbijten, meer fruit en groenten te eten, minder vaak vruchtensap en frisdrank te drinken en minder tussendoortjes te eten. Anderhalf jaar na het programma was dit alleen nog het geval voor vermindering van frisdrankgebruik en twee jaar na het programma was dit het geval voor meer fruit, en minder vruchtensap, frisdrank en tussendoortjes.

Gewicht en BMI

Na afloop van het CooL-programma was het gemiddelde gewichtsverlies ten opzichte van T0 2,2 (±0,4) kg. Na anderhalf jaar was hier nog 1,5 (±0,5) kg van over en na twee jaar 1,4 (0,6) kg. Het rapport vermeld niet bij hoeveel deelnemers de gewichtsverandering is gemeten en bij hoeveel de gegevens zelf gerapporteerd zijn in de vragenlijst.

De zorgstandaard obesitas definieert 5% gewichtsverlies als relevant. Onderstaande tabel geeft het percentage deelnemers weer die dit bereikt heeft op de drie tijdspunten.

 

 

Beschouwing van deze resultaten

Dit rapport geeft een overzicht van de ervaringen in de implementatie van het CooL-programma en is zeer informatief voor elke zorgverlener die met GLI werkt of wil gaan werken. Het onderzoeksdesign maakt dat er geen conclusies kunnen worden getrokken over de effectiviteit van het programma.

De toestroom van deelnemers bleek moeizaam. Een groot aantal huisartspraktijken deed mee en in een periode van vier jaar werden 494 personen verwezen, waarvan minder dan de helft het programma heeft afgemaakt (81 deelnemers waren op dat moment nog bezig met het programma). Dit geeft aan dat differentiatie in GLI-aanbod gewenst is en de verwijzer overzicht nodig heeft van de verschillende programma’s om de afweging te kunnen maken welk programma het beste past bij de individuele persoon. De Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en het Nederlandse Huisartsen Genootschap (NHG) hebben samen met het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) en NVD aangegeven de voorkeur te geven aan differentiatie in de GLI en de huidige professionals in te zetten bij de GLI omdat deze geïntegreerd zijn in de zorg, nauwe contacten hebben met verwijzers en op de hoogte zijn van de sociale kaart in de lokale omgeving. In dit onderzoek kreeg een groot deel van de deelnemers zorg via de keten. De huisarts werkt nauw samen met diëtisten en fysiotherapeuten en om die reden is verwijzing naar de diëtist en fysiotherapeut voor voeding en beweeginterventie voor de hand liggend.

 

De NVD is een groot voorstander van de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) en ziet het als een belangrijke aanvulling op het huidige zorgaanbod voor mensen met overgewicht en comorbiditeit / obesitas. Dit geldt zowel voor patiënten die zorg via de ketenzorg krijgen (DM2, COPD en CVRM) als daarbuiten. De afgelopen jaren hebben diëtisten nauwelijks groepsbehandeling aangeboden. Er waren grote verschillen tussen verzekeraars ten aanzien van de interpretatie van beleidsregel groepsbehandeling, waardoor de inzet van groepsbehandeling niet efficiënt was. Met ingang van 2018 is er duidelijkheid over de inzet groepsbehandeling als onderdeel van de aanspraak diëtetiek. Met de GLI komt er een extra mogelijkheid bij, omdat de aanspraak buiten het eigen risico valt. Hiermee valt een belangrijke belemmering weg voor verbetering van leefstijl.