Lees verder
In dit onderzoek werd gekeken naar de prevalentie van onder- en overgewicht bij kinderen in Amsterdam in de periodes 2009-2010 tot en met 2013-2014. De onderzoekers analyseerden in totaal 158.730 lengte- en gewichtmetingen bij 112.405 kinderen uit digitale dossiers van twee Amsterdamse jeugdgezondheidszorginstanties. Ze maakten aparte analyses voor jongens en meisjes, voor voorschoolse kinderen (2-3 jaar) en schoolkinderen (4, 5, 10 en 14 jaar) en kinderen van Nederlandse, Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst.
Jeanne van Dommelen

De prevalentie van matig ondergewicht (BMI 17-18,5) steeg onder alle kinderen, bij Nederlandse kinderen van 6,8% naar 9,1% en bij Surinaamse kinderen van 7,4% naar 8,5%. De prevalentie van ernstig ondergewicht (BMI <17) nam toe bij voorschoolse meisjes (2,9% naar 3,5%) en schoolkinderen van Nederlandse afkomst (1,2% naar 1,4%). Overgewicht en obesitas vertoonden in beide leeftijdsgroepen een significant dalende trend, ook bij kinderen van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse afkomst.

Bij ongewijzigde omstandigheden zal de prevalentie van matig ondergewicht naar verwachting verder stijgen in beide leeftijdsgroepen. De prevalentie van ernstig ondergewicht zal bij voorschoolse kinderen stijgen tot 4,1% in 2020. De prevalentie van overgewicht en obesitas zal verder dalen.

De stijging van de prevalentie van ondergewicht wordt gezien als een trendbreuk. De oorzaken zijn niet bekend. Onderzocht moet worden of te weinig of verkeerde voeding een rol speelt, wat de gezondheidsstatus is en of er misschien een negatief effect is van campagnes tegen overgewicht op kinderen met een gezond gewicht. Ondanks deze ontwikkeling moet volgens de auteurs het terugdringen van overgewicht en obesitas bij kinderen voorrang houden.

Franssen SJ, Wal MF van der, Jansen P, e.a. Onder- en overgewicht bij Amsterdamse kinderen – Een trendanalyse en prognose. Ned Tijdschr Geneesk 2015;159:A8967.