Lees verder

In het ConsuMEER-onderzoek wordt bij zelfstandig wonende ouderen die overstappen van zelfgekookte maaltijden naar kant-en-klaarmaaltijden onderzocht of eiwitrijke kant-en-klaarmaaltijden en eiwitrijke zuivelproducten bijdragen aan het halen van de eiwitdoelen (1,2 g/kg/dag en 25 g E per maaltijd). Honderd zelfstandig wonende ouderen worden hiervoor single-blind gerandomiseerd. De ene groep ontvangt vier weken eiwitrijke kant-en-klaarmaaltijden (gem. 30 g E per maaltijd) en eiwitrijke zuivelproducten. De andere groep ontvangt minder eiwitrijke maaltijden (gem. 20 g E per maaltijd) en minder eiwitrijke zuivelproducten. De ouderen kiezen iedere dag een warme maaltijd; het gebruik van de zuivel is naar keuze. De primaire uitkomstmaat is de eiwitinname, gemonitord door driedaagse voedingsdagboekjes voor de start van de studie, na twee weken en na vier weken. Secundaire metingen omvatten onder andere risico op ondervoeding (SNAQ 65+), screening op risicofactoren voor een slechte voedingstoestand (SCREEN II) en functionele testen (timed up & go, handknijpkracht). Na afloop van het onderzoek wordt in focusgroepen aan de ouderen gevraagd wat hun bevindingen waren en welke kennis ze hebben over ‘goede voeding bij het ouder worden.’

Relevantie voor de diëtist

Een te lage inname van eiwit en energie is een van de belangrijkste oorzaken van ondervoeding bij thuiswonende ouderen. Wanneer koken problematisch wordt – bijvoorbeeld door functionele beperkingen – zouden kant-en-klaarmaaltijden en eiwitrijke zuivelproducten een bijdrage kunnen leveren aan het behoud van functionaliteit en het verminderen van het risico op ondervoeding, mits effectief in het behalen van de eerdergenoemde eiwitdoelen.

De analyse en de rapportage van de data zijn gepland voor 2018.

Contact: Marian de van der Schueren, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen