Lees verder
Hans Kraak

Als één ding ondubbelzinnig uit de lezing van hoogleraar fysiologie van de voeding aan Maastricht University, Jogchum Plat, naar voren kwam, dan was het wel dat verhoogde LDL-C-niveaus een risicofactor zijn voor hart- en vaatziekten. En met een gezonde voeding kun je dat beïnvloeden, zo was te horen op het Voeding NL21 congres dat het thema Vet en metabole gezondheid had.

Natuurlijk, menig diëtist die de reguliere voedingswetenschap volgt, accepteert dat het LDL-cholesterolgehalte in het bloed een risicofactor is voor hart- en vaatziekten. Er wordt in de praktijk naar gehandeld in de voedingsadviezen. ‘Dat is niet nieuw’, zei ook Plat zelf, maar tijdens het congres kwamen toch ook weer de praktische vragen naar boven van de bezoekers die het congres thuis online volgden of live in de zaal in Utrecht zaten. Wat doen we met de vraag van consumenten die roomboter willen smeren? En wat doen we met de aanhangers van kokosvet? Beide producten kennen aanhangers die denken dat veel ervan goed is voor hun gezondheid.

Zo laag mogelijk LDL-C

Plat maakte in zijn lezing korte metten met de verzadigd vet adepten. ‘Hou het verzadigd vet gehalte zo laag mogelijk’, zei Plat, die daarmee de lijn die al gold voor transvetten doortrekt. Hij doelde met zijn uitspraak vooral op het LDL-C-serumgehalte, maar dat neemt niet weg dat dit ook met de voeding gunstig te beïnvloeden is. Zijn collega-onderzoeker, professor Ingeborg Brouwer, hoogleraar Voeding voor Gezond Leven aan de Vrije Universiteit van Amsterdam ging later op de dag dieper in op het thema verzadigd versus onverzadigd vet. Ook zij gaf aan de kokosadoratie vanuit gezondheidsoogpunt niet te ondersteunen. ‘Als je het heel lekker vindt, kun je het gerust eens eten, maar het is niet aan te raden’, aldus Brouwer. Hoewel van plantaardige oorsprong, bestaat kokosvet voornamelijk uit verzadigd vet.

Onzekerheid rond HDL-C

Plat zoomde in op LDL-C om de eigenlijke vraag van zijn lezing in perspectief te plaatsen: ‘Of HDL-C als risicofactor voor hart- en vaatziekten kan doorgaan?’ LDL-C is volgens Plat een causale risicofactor wat hij illustreerde aan de hand van meerdere, recente onderzoeken. De causale relatie wordt ondersteund door epidemiologische, genetische, zogeheten Mendeliaanse randomisatie studies en RCT’s. Alles wijst erop dat het verlagen van LDL-C leidt tot een lager risico, hoe eerder hoe beter en hoe lager hoe beter. Geen reden meer om te denken dat voeding met veel verzadigd vet gezond is.

Geen causaal verband

Bij de vraag of HDL-C een risicofactor is voor hart- en vaatziekten, is er veel meer onzekerheid en is (nog) niet te spreken over causaliteit. Interventies om het HDL-C te verhogen, leidden niet tot een verlaging van cardiovasculaire aandoeningen. Ook een genetische aanleg voor een hogere HDL-C-concentratie lijkt geen effect te hebben op het risico.

HDL nog meenemen in beoordeling?

Bij een doorsnee bloedprik worden het HDL-C en de LDL/HDL-ratio of TC/HDL-ratio vrijwel standaard meegenomen bij de beoordeling. Ook vanuit het perspectief van voedingsvoorlichters is er een voorkeur voor voedingstoffen die een hoger HDL-C-gehalte tot gevolg kunnen hebben.

Niet voor niets gingen de vragen uit de zaal en van thuis na de voordracht van Plat dan ook over de praktische kant van zijn lezing. Is het nog wel goed om HDL-C te blijven bepalen in de risico beoordeling. En moeten we het HDL-C dan wel willen verhogen? ‘Dat zijn moeilijke vragen, maar vooralsnog zou ik het zeker blijven meenemen in de risico beoordeling, als het laag is is het nog steeds een signaal dat er iets aan de hand is,’ stelde Plat gerust. ‘Echter het verhogen van het HDL-C met een interventie of behandeling zou geen doel op zich meer hoeven zijn. Daarvoor is het bewijs afwezig en moeten we naar alternatieven kijken.’

Complex deeltje

Het HDL-C is een complex vetdeeltje dat Plat tijdens zijn lezing scalpeerde. Hij liet zien dat het onderzoek zich nu richt op verschillende kenmerken van het HDL-deeltje waardoor mogelijk meer te zeggen is over een causaal verband ervan met de gezondheid. Zo wordt in het lab van Plat gekeken naar de zogeheten cholesterol efflux capaciteit die gelinkt is aan de functionaliteit van HDL-C. Hiervoor zijn in cross sectionele onderzoeken sterke aanwijzingen gevonden dat deze functionele eigenschap het cardiovasculair risico voorspelt.

Plat: ‘Je kunt deze efflux gunstig beïnvloeden met medicijnen of via leefstijl, maar we weten nog niet wat het effect is op harde eindpunten of wat het effect is van de genen. Die data zijn nu hard nodig om te zien of dit het antwoord is waar we naar zoeken in de complexe discussie rondom de waarde van HDL als CVD-risicoschatter en target. Stel dat het zo blijkt te zijn, dan is het volgende probleem dat het meten van de cholesterol efflux-capaciteit complex is en vooralsnog niet zo snel beschikbaar zal zijn voor de huisarts.’

Bruin vet

Tijdens het congres, waarvan de Nederlandse Vereniging van Diëtisten partner is, werd verder dieper ingegaan op verschillende typen vet. Mariëtte Boon, internist in opleiding van het Leids Universitair Medisch Centrum zoomde in op de functie van bruin vet dat bekend staat als een vetsoort die zorgt voor een gunstig metabolisme en mogelijk gunstig werkt tegen symptomen van diabetes. Haar belangrijkste conclusies:
– De aanwezigheid van bruin vet (fenotype) is geassocieerd met een gunstige stofwisseling;
– bruin vet kan geactiveerd worden door koude, capsinoïden (stoffen in hete pepers) en mogelijk door oefening (koude douche);
– bruin vet is medicinaal te activeren in mensen en proefdieren;
– het langetermijn effect van de activatie van bruin vet op cardiovasculair risico moet nog verder worden uitgezocht.

Koud douchen niet voor iedereen

Na de lezing van Boon kwamen ook de praktische vragen naar boven. Is koud douchen gezond? In de regel wel volgens Boon, die het zelf ook dagelijks doet. Daarmee hoopt ze haar bruinvet verder te laten groeien, maar het is geen methode die zomaar aan iedereen is aan te bevelen. ‘Het is af te raden voor mensen die te maken hebben met witte vingers bij koude, met het fenomeen van Raynaud’, aldus Boon.

Wit vet

Haar collega Rinke Stienstra, universitair hoofddocent humane voeding en gezondheid aan Wageningen Universiteit & Research en de afdeling interne geneeskunde van het RadboudUMC in Nijmegen, ging vooral in op de functie van wit vet. Het type vet dat velen parten speelt bij overgewicht en obesitas. Hij liet zien hoe de opvattingen over vet in de afgelopen jaren veranderd zijn. Waar vet vroeger vooral als een opslagmiddel bekend stond, wordt het nu gezien als een metabool orgaan met verschillende (hormonale) functies. Zo speelt het een rol bij inflammatoire effecten en de immuun respons. In nummer vier van het NTVD zal een overzichtsartikel van de hand van Stienstra verschijnen waarin hij de kennis over wit vet uiteen zet.

Overgewicht tegengaan

Tijdens de dag was er ook aandacht voor overgewicht en obesitas. Marleen van Baak, hoogleraar fysiologie van obesitas aan de Universiteit in Maastricht ging in op mechanismen die spelen bij het jojo-en. Wat laten de studies zien over het voorkomen van aankomen na het afvallen? Daarbij gaf ze aan het vooral ook over wit vet te hebben.

Haar belangrijkste conclusies richten zich op wat er bekend is voor strategieën om gewichtstoename na het afvallen te voorkomen:
– Fysieke activiteit verhogen:
– voedingsaanpassingen (al dan niet via supplementen);
– medicijntoepassingen (orlistat, liraglutide);
– dagelijks een maaltijd overslaan;
– verlengde begeleiding na het afvallen;
– je dagelijks wegen.

‘Mensen die zich dagelijks wegen en met hun gezonheid bezig zijn, blijken beter op gewicht te blijven dan mensen die dat niet doen’, lichtte Baak toe. ‘Ook blijkt dat als je mensen na het afvallen langer begeleidt, dat ze dan beter in staat zijn om hun gewicht te behouden.’

Vetlekker

Voedingsonderzoeker Guido Camps van Wageningen Universiteit & Research trad als dagvoorzitter op. Tijdens zijn lezing ging hij in op de vraag waarom vet zo lekker gevonden wordt. Daarop wordt dieper ingegaan tijdens een interview met hem in het themanummer van het NTVD over vetten, nummer 4.

Honden en katten

Camps, die tevens actief is als dierenarts, maakte aan het begin van de dag duidelijk hoe complex vet is en hoe verschillend de functie ervan is in verschillende dieren en de mens. ‘Laat je een hond een paar weken zonder eten, dan hoeft er niet zoveel aan de hand te zijn’, legde hij uit. ‘Het is eigenlijk een wolf, die kan goed omgaan met zijn vetmetabolisme. Een kat die een paar dagen geen eten krijgt, daarover maken wij ons meteen meer zorgen. De verandering in vetstofwisseling die erop volgt kan tot de dood leiden. Dat is waarom je een hond wel en een huiskat niet alleen kunt laten.’

De rest van de dag ging over vet en de mens.