Lees verder
Eva Leistra onderzocht de succes- en faalfactoren van screening en behandeling van ondervoeding in het ziekenhuis. Ook onderzocht ze de mogelijkheden voor vroege herkenning en behandeling van ondervoeding op de polikliniek. Sinds 2007 is ondervoeding een van de prestatie-indicatoren van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Dit verplicht ziekenhuizen jaarlijks gegevens aan te leveren over de herkenning en behandeling van ondervoeding. Sinds de invoering van de prestatie-indicator is de screening op ondervoeding bij ziekenhuisopname sterk verbeterd: in 2007 werd slechts 51% van de patiënten bij opname gescreend, in 2012 was dit percentage 80%. Van de bij opname gescreende patiënten is zo’n 15% ondervoed. Effectieve behandeling van ondervoeding tijdens de ziekenhuisopname blijkt echter lastig.
dr. Eva Leistra

Ziekte, leeftijd en BMI van invloed

Waarom is behandeling van ondervoeding lastig? Dit hangt onder meer samen de ziekteverschijnselen van de patiënt, zoals misselijkheid, klachten door een oncologische aandoening of een acute infectie die voldoende voedingsinname belemmeren. Slechts 28% van de ondervoede patiënten krijgt op de vierde opnamedag voldoende eiwit met de voeding binnen en 39% krijgt voldoende energie. Ook jongere patiënten en patiënten met een hogere BMI blijken minder vaak hun voedingsdoelen te halen. “De aandacht van verzorgenden gaat mogelijk vooral uit naar de patiënten die ‘dun’ ogen en naar de kwetsbare oudere groep,” zegt Eva Leistra. “Bewustwording van het belang van goede voedingszorg bij alle patiënten is dan ook belangrijk. Evenals goede multidisciplinaire samenwerking en logistiek op de werkvloer.”

Vroegtijdig signaleren

Het ondervoedingsprobleem ontstaat al vaak vóór ziekenhuisopname. In een studie onder ruim 2200 patiënten toont Leistra aan dat gemiddeld 5-6% van de patiënten die de polikliniek bezoekt, ondervoed is. Dit betreft op jaarbasis landelijk enkele honderdduizenden patiënten. Slechts bij 1 op de 6 ondervoede patiënten werd de diëtist ingeschakeld voor een behandeling. Leistra: “Door al op de polikliniek te screenen op ondervoeding, kan het probleem al vóór de ziekenhuisopname of medische behandeling worden opgemerkt en kan de voedingsbehandeling eerder worden gestart. De IGZ heeft dit inmiddels omarmd, door voor een aantal hoog-risico poliklinieken een prestatie-indicator voor de screening op ondervoeding in te voeren, een positieve ontwikkeling!”

Rol Stuurgroep Ondervoeding

Ondervoeding komt dus ook in Nederland regelmatig voor. Vroege herkenning en behandeling is essentieel om een (verdere) afname van de gezondheidstoestand en het ontstaan van complicaties te voorkomen. Door de inzet van de Stuurgroep Ondervoeding zijn al grote stappen gemaakt. Leistra’s onderzoek laat zien dat op het gebied van behandeling van ondervoeding in het ziekenhuis nog veel winst valt te behalen. Vroegere, poliklinische, signalering van ondervoeding kan hierin een belangrijke rol spelen.

Eva Leistra. Recognition and treatment of undernutrition in hospital inpatients and outpatients: The Dutch Approach. Proefschrift Vrije Universiteit Amsterdam, 5 maart 2015