Lees verder
Het NOS Journaal van 29 september besteedde aandacht aan de actie ‘Red de diëtist’, over te lage tarieven door zorgverzekeraars. Volgens professor Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit, is dat een kwestie van marktwerking: er zijn gewoon te veel diëtisten. Die uitspraak wekte verontwaardiging. De redactie van het NTVD vroeg hem om een toelichting.
prof.dr. Martin Buijsen

“Het is een jaarlijks terugkerend ritueel geworden. In september trapt de bestuursvoorzitter van zorgverzekeraar DSW af met het bekendmaken van de nieuwe zorgpremie voor het komende jaar. De overige verzekeraars volgen en tot de jaarwisseling wordt de verzekeringsplichtige burger bestookt met reclame voor zorgpolissen.”

Kostprijsonderzoek

“De laatste jaren laten ook zorgaanbieders in deze periode van zich horen. Niet om reclame te maken – dat is aanbieders van collectief gefinancierde zorg niet toegestaan – maar om te klagen over hun contracten met diezelfde zorgverzekeraars. Ditmaal trekken de logopedisten en de diëtisten aan de bel. Vanuit beroepsorganisatie NVD wordt gewezen op het feit dat de tarieven van de diëtistische zorg de laatste twaalf jaar niet zijn bijgesteld. Uit een in 2018 onder praktijkhouders uitgevoerd kostprijsonderzoek komt naar voren dat het bruto-inkomen van een diëtist bij een 36-urige werkweek gemiddeld slechts € 36.166 bedraagt. Ook blijkt dat 41% van de bevraagde diëtisten geen pensioen geregeld heeft.”

Vraag en aanbod

“In het NOS Journaal van 29 september heb ik gezegd dat er te veel diëtisten zijn. Mij werd gevraagd naar een verklaring voor de onveranderlijk lage tarieven in de diëtistische zorg. Die verklaring is juist, want geredeneerd overeenkomstig de economische wet van vraag en aanbod kan de lage prijs alleen maar verklaard worden door het gegeven dat het aanbod groot is en de vraag gering. Die verklaring is juist omdat we sinds 2006 de zorg zo georganiseerd hebben, als een markt, waarbij niet de cliënt of patiënt wederpartij is van de zorgaanbieder, maar de zorgverzekeraar. En dan is het zo dat op bepaalde deelmarkten van de zorg (fysiotherapie, logopedie, diëtetiek) tegenover een veelheid aan aanbieders een beperkt aantal afnemers staat. Mij is niet om een mening gevraagd. Als ik lees dat maar liefst 50% van de bevraagde diëtisten geen arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft, vind ik daar overigens wel degelijk iets van.”

Diëtisten en boeren

“Praktijk houdende diëtisten zijn geen werknemers maar ondernemingen in de zin van de Mededingingswet. Op deze hulpverleners is dus geen cao van toepassing en evenmin komt hun het recht van collectieve actie toe. Gezamenlijk een vuist maken in de richting van de zorgverzekeraars is daarmee moeilijk. Omdat de NVD volgens diezelfde wet een ondernemersvereniging is, mag zij zich niet met de prijzen bemoeien. Onderhandelen acht of meer diëtisten gezamenlijk met een zorgverzekeraar, dan is dat eveneens in strijd met het kartelverbod. De positie van praktijk houdende diëtisten is vergelijkbaar met die van boeren die vinden dat de grote supermarktketens te weinig betalen voor hun producten. De sympathie die velen van ons hebben voor hun benarde omstandigheden voelen wij niet wanneer wij als consumenten bij Albert Heijn om aardappelen of melk gaan. Als Albert Heijn deze producten duurder maakt, gaan we naar de Jumbo. Dat weet Albert Heijn en daarom voelen de boeren wat ze voelen. Ook de hoogte van de zorgpremie interesseert ons uiteindelijk meer.”

Wat te doen als diëtisten?

“Rechtstreeks aan de consument verkopen, zoals boeren wel doen. Niet langer contracteren dus. Specialiseren of nog efficiënter gaan werken. Maar als dat allemaal geen opties zijn, doe zoals de zorgverzekeraars! Jarenlang heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) de fusiewensen van zorgverzekeraars geen strobreed in de weg gelegd, met als gevolg dat de zorginkoopmarkt is zoals zij is. De Mededingingswet verbiedt samenwerking bij onderhandelingen, maar diezelfde wet verzet zich niet tegen concentraties. Praktijk houdende diëtisten die omwille van een grotere marktmacht met elkaar zouden willen samengaan, hoeven – anders dan ziekenhuizen – hun fusievoornemens niet eens bij de ACM te melden. Omdat een wijziging van het zorgstelsel echt niet te verwachten valt, is die strategie het onderzoeken meer dan waard.”

Lees ook:

Het nieuwe zorgstelsel en het recht op gezondheidNaar meer ongelijkheid en uitsluiting?

Door A.J.M. Buijsen

 

Het item in het NOS journaal van zaterdag 29 september 2018