Lees verder
Aanvankelijk wilde Wico Mulder hoofd-halschirurg worden. Na enkele omzwervingen kwam hij erachter wat zijn werkelijke passie is: integraal kijken naar gezondheid en mensen begeleiden bij het verkrijgen van grip op hun leven, mentaal en fysiek. Hij werkt nu onder andere als jeugdarts op een ROC in Amsterdam. Daar helpt hij jongeren de regie (terug) te krijgen over hun eigen leven en gezondheid.
Wendy van Koningsbruggen

Wat zijn de belangrijkste gezondheidsproblemen bij jongeren?

“Het overgrote deel van de leerlingen die ik zie, wordt verwezen in verband met ziekteverzuim. De docent of mentor signaleert en de zorgcoördinator verwijst naar mij. Veel van de medische klachten zijn buikpijn, hoofdpijn en rugklachten. En er is vaak sprake van spanningen, stress en vermoeidheid. Het betreft veelal psychosomatiek. Het lichaam geeft een signaal dat er problemen zijn en dat er iets moet veranderen. Leerlingen zien die relatie tussen fysieke klachten en psychische en sociale problemen niet, dus ze kunnen er ook niets mee. Om ermee aan de slag te gaan, is het van belang dat de goede randvoorwaarden aanwezig zijn.”

Wat zijn die goede randvoorwaarden?

“De belangrijkste leefstijlfactoren zijn slapen, eten/drinken en sporten/bewegen. En dat zijn nou net de dingen die niet cool meer zijn: de meeste jongeren houden zich daar helemaal niet mee bezig. Ze gaan ’s avonds te lang door op social media en hebben geen goede nachtrust en slaaphygiëne (zoals een frisse opgeruimde kamer en geen schermpjes). Dus staan ze ’s ochtends te laat op en hebben ze geen tijd voor ontbijt. Dan zijn ze op school moe, kunnen zich niet concentreren en hebben geen energie. Hierdoor is de kans groter dat ze slechte cijfers halen, gedemotiveerd raken en zich somber en wellicht depressief gaan voelen. Ze komen terecht in een vicieuze cirkel, die snel over kan gaan tot een neerwaartse spiraal.”

Waardoor ontstaan de problemen?

“In de hedendaagse maatschappij is ongezond eten de norm. De leerlingen hier op school zitten in de pauze niet in de aula met een broodtrommeltje, nee, ze staan met een speciaal scholierenmandje in de rij bij Dirk van den Broek. Die zit hier pal onder. En dan komen ze niet bepaald met de meest gezonde producten naar buiten. Gezond eten zit gewoonweg niet in hun systeem. Ze krijgen gezond eten veelal niet mee van thuis. Samen eten is niet meer een standaardritueel. Kinderen komen laat thuis en eten op hun eigen kamer of voor de televisie. Leeftijdgenoten eten evenmin gezond, de school laat kansen liggen en ook de maatschappij werkt niet mee. Gecombineerd met de wetenschap dat hun hersenen nog volop in ontwikkeling zijn en jongeren kiezen voor korte termijngeluk in plaats van langetermijnwinst, heb je het ingewikkelde plaatje compleet. Wij moeten orde in deze chaos scheppen. Het belangrijkste is dat jongeren zich niet alleen bewust worden van wat en hoeveel ze eten, maar vooral waar, wanneer en waarom. Kennis verandert je keuzes.”

Wat kun je eraan doen?

“Voeding en slapen zijn naast sporten en bewegen de pijlers voor een gezond leven. Als je niet goed slaapt en/of niet ontbijt, heb je niet voldoende energie en kun je op school niet alert zijn. Zo simpel is het. In een gesprek van minstens drie kwartier tot een uur bespreek ik altijd de leefstijl. Ik luister goed naar ze, stel vragen en geef terug hoe ik het zie. Vervolgens bespreken we samen een vervolgplan. Als ze zich meer bewust zijn van oorzaak en gevolg, kun je manieren aanreiken om hun problematiek, zowel fysiek als mentaal, aan te pakken. Daarvoor is het aanpassen van je leefstijl een randvoorwaarde. Je moet sturen op die bewust wording, op een positieve manier, met haalbare doelen en praktische tips. Dus: misschien beter een wekkertje van vier euro van de Hema naast je bed zetten dan een telefoon die onophoudelijk zoemt.”

Welke rol hebben de ouders?

“De rol van de ouders is cruciaal, ze hebben meer invloed dan ze denken. Het is hun taak om de koelkast te vullen met gezonde voedingsmiddelen en om normen te stellen. Met z’n allen aan de eettafel eten is vaak een uitzondering: veel kinderen eten voor de televisie of op hun eigen kamer. Ook geven ouders zelf niet altijd het goede voorbeeld. Als je niet wilt dat je kind continu in de virtuele wereld verkeert, moet je zelf ook niet je telefoon naast je bord leggen. Veel ouders denken dat voorlichting over voeding een taak van school is. Maar het is ‘en-en’. Het is belangrijk dat ouders met hun kind in gesprek blijven. Weet wat hen bezighoudt! Vraag ook eens: hoe was het vandaag op internet?”

En wat doet de overheid?

“Ongezonde voeding is een maatschappelijk probleem. Er spelen veel tegengestelde belangen. Ik wil niet zeggen dat we te maken hebben met een falende overheid, maar het zit elkaar allemaal nogal in de weg. Hier in Amsterdam wordt heel veel geld uitgegeven aan het terugdringen van overgewicht, maar tegelijkertijd bouwt de gemeente een ROC boven een supermarkt. Ook staat de overheid toe dat porties steeds groter worden en dat verpakkingen misleidend zijn. Of neem het feit dat er op gymles bezuinigd wordt, terwijl iedereen roept dat bewegen zo noodzakelijk is. Het schuift en schuurt aan alle kanten.”

Hoe definiëren jongeren gezondheid?

“Negen van de tien jongeren zullen zeggen: ‘Een beetje sporten, gezond eten en op tijd naar bed.’ Ze weten het dus wél. Maar weten, willen, kunnen en doen liggen ver uit elkaar. Veel jongeren zijn zich niet bewust van hoe ongezond ze eigenlijk leven. Wat ze aan eventuele rolmodellen hebben in de media – neem de vloggers op social media – zijn ook niet bepaald de beste voorbeelden. Natuurlijk kunnen we ons gedrag veranderen, maar dat vraagt confrontatie en begeleiding én het sturen op zelfregie en verantwoordelijkheid voor het maken van gezonde keuzes en gedrag. Dat valt niet mee. Het vergt inzet, geduld en tijd.”

Hoe geef je ze zelfregie?

“Ik geef veel informatie over de noodzaak van een gezonde leefstijl, onder andere over voeding. De energie die je nodig hebt om de dingen te kunnen doen die je wilt. Er is een ‘pijn’, een reden waarvoor ze bij mij komen. Ze willen mogelijk iets veranderen. Samen zoeken we naar de motivatie daarvoor, de urgentie en het belang. Om te kunnen veranderen heb je de randvoorwaarden nodig: slapen, eten, drinken, sporten en bewegen. Dat rijtje voelt altijd zó als een open deur, maar ik merk dat ze aan dat inzicht wel wat hebben. Je moet de informatie vastknopen aan de dingen die hen bezighouden. Op een ‘nudging’-achtige manier: ze met trucs op slimme manieren triggeren de goede keuzes te maken.”

Gedrag veranderen of omgeving?

“Beide. Bij verandering moet je aan jezelf werken en de omgeving informeren over je wensen en je doelen. Ongezond eten is vaak, onbewust, de norm. Het is heel belangrijk dat jongeren beseffen dat dat niet oké is. Die kennis moeten wij ze bijbrengen. Pubers en adolescenten zijn enorm in ontwikkeling. Ze krijgen dagelijks veel prikkels, online en offline. Goed leren focussen en filteren is bittere noodzaak. Zelfs voor niets doen, lekker lummelen en luieren is geen tijd. Sturing en aandacht vanuit ouders, school en overheid is noodzakelijk.”

Wat zijn voorbeelden van goede initiatieven?

“De impact van sociale media is enorm. Jongeren leven 50 procent online en 50 procent offline. De bron van hun kennis is internet, en hier vind je veel onzin. Maar dat is dus wel de wereld waar wij ons moeten bevinden. Daarom hebben we Jouw GGD ontwikkeld: een website voor jongeren met goede en nuttige (gezondheids)informatie en de mogelijkheid om anoniem te chatten of mailen met een professional. Het aantal bezoekers neemt enorm toe. Dit komt mede doordat de GGD heeft ingezien dat je moet investeren in Google Ads, waardoor je beter gevonden wordt. Je moet als GGD- of jeugdarts zijn waar je doelgroep is, scannen waar jongeren mee bezig zijn en daarop inspelen. Dus ook op internet. Dat geldt overigens ook voor ouders.”

Wordt marketing voldoende ingezet?

“Ik denk niet voldoende. Tegengeluiden doen dat wel. daar zijn legio voorbeelden van, met de meest uiteenlopende hypes. Denk aan energiedrankjes, The Green Happiness, vaccinaties, ‘brood (koolhydraten) is slecht voor je’. Daarmee komen indianenverhalen de wereld in en die krijg je er helaas niet zo gemakkelijk uit. Bij bedrijven gaat het primair om commercie en omzet; in de zorg en preventie om gezondheidsbevordering. Dat zijn twee verschillende werelden. De gezondheidszorg kan veel leren van de marketingactiviteiten van commerciële bedrijven. Daar moeten we nog veel beter naar kijken. Een grote zak geld zonder kennis van zaken doet het helaas beter dan veel kennis met onvoldoende middelen. Zorgverleners en overheden lopen achter de feiten aan.”

Hoe kunnen diëtisten jongeren helpen?

“Veel jongeren zitten in de problemen. Soms door ziekte, maar meestal is de druk te hoog: school, het schoolsysteem, echtscheidingen, geldzorgen, ‘peer group’-druk, enzovoorts. Daar kun je wat aan doen door allereerst aan de eerder genoemde randvoorwaarden te werken: een gezonde leefstijl. Dat geeft je de energie om je problemen ‘te lijf’ te gaan. Voeding is cruciaal, maar op deze leeftijd geen prioriteit. Daar oog voor hebben en benoemen dat je je dat best kan voorstellen, daar hebben jongeren al veel aan. Luisteren, oprechte aandacht geven en ‘normaliseren’. Als je ze uitlegt dat je de regie over je eigen leven kunt vergroten door prioriteiten te stellen, mede op basis van leefstijl, dan heb je ze voor een groot deel geholpen. Zoek hierin ook samenwerking, bijvoorbeeld met de huisarts of jeugdarts.”

Naar wie verwijs jij door?

“Dat ligt er natuurlijk aan waar het probleem zit, maar dat kan de jeugdpsycholoog zijn, schoolmaatschappelijk werk, een expert in passend onderwijs, de diëtist, of gerichte programma’s in de stad. Soms ligt de focus daarbij meer op het kind, soms meer op het systeem (gezin). Ik probeer partijen aan elkaar te koppelen en de regie te houden. Jeugdartsen zijn vaak verbonden aan een school of opleiding, maar ze zijn helaas niet altijd even goed vindbaar. Ook is het voor velen niet geheel duidelijk wat een jeugdarts doet. Dat is jammer, want wij zijn de specialisten van het opgroeiende en zich ontwikkelende kind; wij hebben – en nemen – de tijd voor ze. Dat is belangrijk om hun vertrouwen te winnen en goed in kaart te krijgen wat er speelt.”

Hoe zou jouw marketingcampagne om een gezonde leefstijl te promoten eruit zien?

“Tja, goede vraag… Ik zou kritische filmpjes (vlogs) maken, met de insteek om wat we nu normaal vinden met lichte satire belachelijk te maken. Mensen een spiegel voorhouden, waar ze in eerste instantie om moeten lachen, maar wat ze vervolgens serieus aan het denken zet. Een beetje zoals Arjen Lubach dingen fileert. Ik zou mensen er bewuster willen maken van hoe idioot we onze maatschappij nu hebben ingericht: gericht op het foppen van de consument door ongezond eten aan te prijzen. De macht ligt in marketing. Gebruik dat. Je moet mensen verleiden tot het maken van goede keuzes: nudging. In de marketing zijn de zes geheimen van verleiding van Cialdini populair. Dat is zo’n beetje de bijbel van de marketeers. Maar… ik zou beginnen met een wedstrijd voor restaurants voor het creëren van het aantrekkelijkste kindermenu. Leer kinderen eten en genieten van smaken en diversiteit. Want waarom altijd weer die patat met kroket en appelmoes; hou toch eens op! Hoe kunnen we dat nou toestaan in een maatschappij vol intelligente en weldenkende mensen?”