Log in
Bepaalde supermarkten verkopen sinds oktober twee soorten melk: ‘gewone’ koemelk en A2- melk (‘oermelk’). De suggestie is dat deze A2-melk gunstigere eigenschappen heeft. Onderzoeksresultaten onderbouwen dit tot nu toe niet.
dr. ir. Astrid Postma-Smeets

Tachtig procent van de eiwitten in melk is caseïne. Het bèta-caseïne eiwit bestaat uit 209 aminozuren en komt voor in een A1-variant en een A2-variant. Het verschil tussen deze twee varianten is dat op positie 67 een ander aminozuur zit. Bij de A1-variant is dat histidine, bij de A2-variant is dat proline. In melk van Nederlandse koeien komt zowel de A1-variant als de A2-variant voor, maar voornamelijk de A2-variant.1


Onderzocht door EFSA

Bij de vertering van A1 bèta-caseïne kan het peptide b-casomorphin-7 (BCM-7) worden gevormd. Op basis van cross-sectioneel, in vitro en dierexperimenteel onderzoek is de hypothese ontstaan dat deze peptide schadelijke effecten zou kunnen hebben bij de mens: het zou het risico op autisme, hart- en vaatziekten en diabetes type 1 zou kunnen verhogen. De European Food Safety Authority (EFSA) heeft in 2009 een rapport uitgebracht waarin het verband tussen BCM-7 en deze ziekten