Log in
De postprandiale fysiologie is om diverse redenen een prachtonderwerp. Daarom in dit artikel aandacht voor insuline en insulineresistentie, en wel de postprandiale effecten van voeding per se, en van glucose op de insulinesecretie door de bètacellen in de pancreas.
dr. Peter Voshol

Waarom is de postprandiale fysiologie zo mooi? Ten eerste geeft het meten van de fysiologische veranderingen in verschillende bloedparameters inzicht in het effect van voeding op ons lichaam. Voor mij persoonlijk geeft de dynamiek van deze veranderingen inzicht in de variatie van veranderingen bij ons mensen. En uiteraard is het interessant vanuit het oogpunt van de pathofysiologie: wat verandert er nu bij een metabole verstoring in deze postprandiale fysiologie? Ik begin met een aantal – in mijn ogen belangrijke – observaties.

Observaties

Wat meten?

Alleen kijken naar glucoserespons na een dosis glucose of een voedingsbolus is een te simplistische weergave van alle fysiologische veranderingen. We kunnen nooit alles meten. Zeker niet in een real-life setting, zoals in de zorg. We zullen genoegen moeten nemen met een aantal parameters die we kunnen meten.

Een belangrijk feit bij het meten van insuline is dat insuline een korte halfwaardetijd heeft en dat insuline in de portale circulatie uitgescheiden wordt