Log in
‘Frailty’ is een vrij jong begrip uit de geriatrie. Het wordt gebruikt om te bepalen hoeveel en welk type zorg of behandeling nodig is en om de gezondheidsrisico’s en de daarmee samenhangende zorgbehoefte in te schatten.
dr. Harriët Jager - Wittenaar

Aanvankelijk werd frailty (in het Nederlands: ‘kwetsbaarheid’) vooral gerelateerd aan lichamelijke problemen. Het werd omschreven als een ‘biologisch syndroom van een verminderde reserve en weerstand tegen stressoren, dat het resultaat is van dalingen van diverse fysiologische systemen, en dat gevoeligheid voor ongewenste uitkomsten veroorzaakt’.1 Tegenwoordig wordt dit ‘physical frailty’ of ‘frailty phenotype’ genoemd. Deze vorm wordt veelal vastgesteld aan de hand van de Fried-criteria: onbedoeld gewichtsverlies, zelfgerapporteerde uitputting, zwakheid, traagheid in lopen en verminderde fysieke activiteit.1 Deze physical frailty heeft overlap met sarcopenie.2  

Holistische frailty

Idealiter wordt frailty benaderd vanuit een bredere, interdisciplinaire biopsychosociale visie.3,4 Vanuit dit holistische perspectief wordt het gedefinieerd als een ‘dynamische toestand waarin een individu verkeert die tekorten heeft in één of meerdere domeinen van het menselijk functioneren (lichamelijk, psychisch, sociaal), die onder invloed van een diversiteit aan variabelen wordt veroorzaakt en die de kans op het optreden van ongewenste uitkomsten vergroot’.3 Doordat bij een kwetsbare oudere de reservecapaciteit van fysiologische, psychologische en sociale systemen…