Lees verder
De Gezondheidsraad adviseert al jaren vitamine D-suppletie. Toch kiezen veel ouderen hier niet voor. Om zicht te krijgen op de redenen waarom dit Gezondheidsraadadvies niet massaal wordt opgevolgd, vroegen we diëtisten uit de ouderenzorg hulp om dit te inventariseren.
dr. ir. Hinke Kruizenga

De vraag die we diëtisten stelden was: welke redenen heb je in de afgelopen jaren gehoord om geen vitamine D-supplement te gebruiken? 28 diëtisten stuurden ons de argumenten die ze in hun dagelijkse praktijk horen. We vroegen twee experts om hun visie op deze resultaten: Renate de Jongh, internist-endocrinoloog in het VUmc en expert op de effecten van vitamine D, en Margot Tuijp, kaderhuisarts ouderengeneeskunde in Utrecht. Tuijp vulde de tabel aan met argumentatie om juist wél te suppleren.

180T vitD
Tabel. Redenen om geen vitamine D te geven, aangevuld met argumentatie om dat wel te doen.

Herken je dit beeld?

Renate de Jongh

“Vitamine D-suppletie wordt anno 2018 onder ouderen nog steeds weinig frequent gebruikt, ondanks het Gezondheidsraadadvies dat al in 2012 op tafel is gekomen. 1 Uit een onderzoek onder 245 Nederlandse thuiswonende ouderen van 65 tot 80 jaar blijkt dat slechts 10% van hen vitamine D-supplementen gebruikt.2 Ook onder deelnemers van 65 jaar en ouder van de Longitudinal Aging Study Amsterdam, een grote op de bevolking gebaseerde cohortstudie, gebruikt maar 19% vitamine D-supplementen.3

Dat het probleem niet alleen onder thuiswonende ouderen speelt, blijkt uit het feit dat ook ongeveer de helft van de specialisten ouderengeneeskunde hun patiënten onterecht niet suppleert met vitamine D. En dat ze, indien ze het wel doen, frequent een te lage dosering geven.4 In de dagelijkse praktijk zie ik als internist-endocrinoloog veel oudere patiënten met botbreuken. Van deze oudere patiënten gebruikt op het moment van het oplopen van de botbreuk slechts een zeer kleine minderheid vitamine D-suppletie. Ja, het beeld van te weinig vitamine D-suppletie onder ouderen is ook tegenwoordig helaas nog steeds zeer herkenbaar.”

 

Margot Tuijp

“Als huisarts merk ik regelmatig dat nog niet alle ouderen vitamine D gebruiken conform het advies van de Gezondheidsraad in 2012. Nu is het wel aannemelijk dat een dergelijk advies een bepaalde tijd nodig heeft om geïmplementeerd te raken. Hierbij is het van belang dat de kennis hierover onder die beroepsgroep én in de algemene bevolking toeneemt. Ook kinderen onder de vijf jaar krijgen helaas niet allemaal vitamine D, en hebben een voldoende vitamine D-gehalte in het lichaam. Helaas geldt dit dus ook voor volwassenen en ouderen.”

 

Hoe schadelijk is dit voor de gezondheidstoestand voor ouderen?

Renate de Jongh

“Door de gebrekkige suppletie onder ouderen komt een tekort aan vitamine D nog steeds veelvuldig voor. Dit kan nadelige gevolgen hebben. Verschillende meta-analyses laten zien dat vitamine D-suppletie bij ouderen een gunstig effect heeft op twee belangrijke uitkomsten: op de kans om te vallen en op fracturen5-7. De effecten op deze uitkomsten zijn niet heel groot: een reductie van 5-15%. Door sommigen wordt de klinische relevantie van deze effecten daardoor ter discussie gesteld. Bovendien vond een recente meta-analyse geen effect van vitamine D-suppletie op fracturen bij op zichzelf wonende mensen van 50 jaar en ouder.8 Daarbij is het belangrijk je te realiseren dat het effect van vitamine D afhankelijk is van de valkans van mensen en de mate van het aanwezige vitamine D-tekort. Het effect van vitamine D-suppletie is bijvoorbeeld groot bij ouderen die in een instelling wonen. Daarnaast resulteren vallen en fracturen juist bij ouderen in morbiditeit en mortaliteit, waarbij bijvoorbeeld ongeveer vier van de vijf ouderen na een heupfractuur niet meer zo kunnen functioneren als voorheen. Als je in het achterhoofd houdt dat lage dosering vitamine D-suppletie (800 IU per dag) geen nadelige effecten heeft én goedkoop is, verdient vitamine D-suppletie voor ouderen extra aandacht.”

 

Wat moet er gebeuren om de naleving van het Gezondheidsraadadvies te bevorderen?

Renate de Jongh

“Er zijn verschillende aspecten die implementatie van het Gezondheidsraadadvies in de weg staan. In 2015 is er in het VUmc een expertmeeting georganiseerd om knelpunten te identificeren en verbeterpunten te formuleren.9 Alle betrokken partijen namen hieraan deel. Implementatie lijkt, zowel bij zorgverleners als bij de algemene bevolking, bemoeilijkt te worden door onder andere tegenstrijdige berichtgeving over de effecten van vitamine D, onbekendheid met en de complexiteit van het Gezondheidsraadadvies, onduidelijkheid over de types en de dosering van vitamine D-supplementen en onduidelijkheid over vergoeding door zorgverzekeraars. Suggesties om implementatie te verbeteren zouden kunnen zijn om de informatievoorziening aan ouderen te koppelen aan bestaande contactmomenten, zoals bij de griepprik. Daarnaast zijn bestaande voorlichtingscampagnes over vitamine D over het algemeen niet specifiek gericht op de oudere bevolking. Het zou nuttig zijn om te inventariseren hoe deze doelgroep het beste bereikt en geïnformeerd kan worden. Als laatste zou het voorschrijven in instellingen verbeteren als vitamine D-suppletie wordt opgenomen als kwaliteitsindicator voor de verpleeghuiszorg.”

 

Margot Tuijp

“Het is aan te bevelen dat op cursussen voor zorgprofessionals en in de media regelmatig wordt verteld wat het wetenschappelijk bewijs is ten aanzien van vitamine D-suppletie. Uiteindelijk is elke oudere burger wel vrij om de adviezen van huisarts en diëtist wel of niet op te volgen. Ik ben er echter van overtuigd dat naarmate er meer bekendheid komt over vitamine D bij de algemene bevolking, de implementatie van het vitamine D-advies van de Gezondheidsraad zal toenemen.”

Literatuur

  1. De Gezondheidsraad. Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D (2012)
  2. Berendsen A, van Lieshout L, van den Heuvel E et al. Conventional foods, followed by dietary supplements and fortified foods, are the key sources of vitamin D, vitamin B6, and selenium intake in Dutch participants of the NU-AGE study. Nutrition Research 2016; 36:1171-81.
  3. Huisman M, Poppelaars J, van der Horst M et al. Cohort profile: the Longitudinal Aging Study Amsterdam. Int J Epidemiol. 2011;40(4):868-76.
  4. Chel V, Elders P, Tuijp M et al. Vitamine D-suppletie bij ouderen: advies en praktijk. Ned Tijdschr Geneeskd 2013;157: A5779.
  5. Weaver C, Alexander D, Boushey C et al. Calcium plus vitamin D supplementation and risk of fractures: an updated meta-analysis from the National Osteoporosis Foundation. Osteoporos Int. 2016 27(1):367-76.
  6. Murad M, Elamin K, Abu Elnour N et al. Clinical review – The effect of vitamin D on falls: a systematic review and meta-analysis. J Clin Endocrinol Metab 2011;96(10):2997-3006.
  7. Bolland M, Grey A, Gamble G et al. Vitamin D supplementation and falls: a trial sequential meta-analysis. Lancet Diabetes Endocrinol 2014;2(7):573-80.
  8. Zhao J, Zeng X, Wang J et al. Association between calcium or vitamin D supplementation and fracture incidence in community-dwelling older adults: a systematic review and meta-analysis. JAMA 2017 26;318(24):2466-82.
  9. Sohl E, van Schoor N. Implementatie van het vitamine D-advies. Verslag van een expertmeeting. Ned Tijdschr Geneeskd 2015;159:A8171.