Log in
Voor het bepalen van de voedselconsumptie wordt de inname van voedingsmiddelen of nutriënten gedurende een bepaalde periode – meestal een dag – geschat. In dit eerste van drie overzichtsartikelen bespreken we zelfrapportagetechnieken voor het meten van de individuele consumptie. In 2021 komen in het tweede artikel de biomarkers van inname aan bod, en in het derde artikel de keuze voor een methode, de bronnen van fouten, de validatie en de interpretatie van gegevens.
dr. Jeanne de Vries, dr. ir. Marga Ocké

Beschikbare methoden

Nauwkeurigheid

Afhankelijk van de gewenste nauwkeurigheid kan het meten van de inname meer of minder gedetailleerd zijn. In de praktijk kan bijvoorbeeld eerst een zorgprofessional algemene vragen stellen, zoals ‘Gebruikt u een ontbijt?’ of ‘Drinkt u alcohol?’ Vervolgens wordt verwezen naar een diëtist voor een uitgebreide navraag, berekening van de inname en advies. Voor veel onderzoeksdoeleinden is echter een preciezere meting van de voedselconsumptie nodig. Soms wordt deze informatie gecombineerd met het tijdstip en de locatie van consumptie of met andere aspecten, zoals consistentie van de voeding of eetgedrag.

In tabel 1 staat een overzicht van vier traditionele zelfrapportagemethoden om de inname te bepalen: 24-uurs voedingsnavraag (24hR), de opschrijfmethode (FR), de voedselfrequentievragenlijst (FFQ) en diet history (DH). Observatie en duplicaatportie zijn bijzondere vormen van de FR. Hoewel de eigenschappen van de methoden weinig veranderd zijn sinds hun ontwikkeling, kunnen technologische innovaties bijdragen aan meer standaardisatie en gemak.

Principes

Zelfrapportagetechnieken verschillen in hun