Log in
In twee voorgaande edities van het NTVD beschreven we voedingsnavraagmethoden en biomerkers van inname. In dit artikel gaan we in op het kiezen van de meest geschikte methode voor een bepaalde doelstelling, op fouten bij het meten van de voedingsinname en op validatie van methoden. Ook beschrijven we het toetsen van de inname aan voedingsnormen én de toepassing in de diëtistenpraktijk.
dr. ir. Marga Ocké, dr. Jeanne de Vries

Het toepassen van een verkeerde methode is niet alleen wetenschappelijk en praktisch onverstandig, maar ook ethisch onjuist. Het leidt namelijk niet tot het beste resultaat voor de patiënt of tot het juist beantwoorden van je onderzoeksvraag (zie Tabel 1). Voor het kiezen van een passende methode is het goed om eerst een aantal vragen te beantwoorden. Deze lichten we hieronder toe.

Het kiezen van een methode

1. Wat is het doel van de studie?

Stel ten eerste vast wat de interesse van de meting is: voedingsmiddelen, voedingsstoffen of het hele voedingspatroon? Zo kan – als de interesse een bepaalde voedingsstof is – een beschikbaar biomerkeronderzoek de beste keuze zijn, terwijl voor een voedingspatroon een zelfrapportagemethode noodzakelijk is.

2. Analyse van resultaten op groeps- of individueel niveau?

Beslis of je de resultaten op individueel of op groepsniveau gaat analyseren. Om te evalueren of de inname van een populatie adequaat is (door vergelijking met een referentiewaarde), wordt de gemiddelde gebruikelijke