Log in
Een werkgroep van allergologen en diëtisten werkte in opdracht van de Nederlandse Vereniging voor Allergologie (NVvA) aan de validering en standaardisering van voedselprovocatiereceptuur en doseerschema’s voor thuisintroductietesten. Het doel: provocaties en (thuis)introducties in het hele land uniformeren. Dit artikel focust op de praktijk en de voorwaarden voor een veilige thuisintroductie van allergenen.
Irene Herpertz, Olga Benjamin-van Aalst

Als eerste stap van de standaardisering werd met een enquête de behoefte aan receptuur geïnventariseerd (42 respondenten). De vragen daarbij: welke receptuur wordt in Nederland gebruikt en welke is al gevalideerd en gepubliceerd? Vervolgens werd voor de volgende allergenen materiaal ontwikkeld: kippenei, koemelk, pinda en acht soorten noten (amandel, cashewnoot, hazelnoot, macadamia, paranoot, pecannoot, pistachenoot en walnoot).

De werkgroep ontwikkelde schema’s voor thuisintroductie, materiaal voor open provocaties (voor zowel de pure allergenen als het allergeen verstopt in een voedingsmiddel, zie tabel 1) en receptuur voor dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocaties. Alle materialen werden volgens dezelfde doseerstandaard ontwikkeld: met doseerschema’s in gewicht en met een foto-instructie. Voor een leeftijdadequate einddosering van noten bij provocaties en thuisintroducties werd een aanpassing gedaan voor kinderen onder de twaalf jaar.

Doseerschema’s

Internationaal wordt het PRACTALL-consensusrapport uit 2012 aangehouden als richtlijn voor dubbelblinde voedselprovocaties.1 Deze reeks werd ook hier gebruikt als uitgangspunt voor alle schema’s. De cumulatieve einddosering met daarin 4400 mg