Log in
Mensen met overgewicht en obesitas maken weinig gebruik van de diëtist. Daarbij spelen verschillende factoren een rol, zoals de vergoeding, de motivatie van de patiënt, de verwijzing van de huisarts en de aanpak van de diëtist. Dat blijkt uit het proefschrift van Jacqueline Tol. De redactie sprak met haar en met Afra Ouwerkerk, zelfstandig diëtist uit de eerste lijn, over de praktische consequenties.
Wendy van Koningsbruggen

Op de cover van je proefschrift staat de klok op vijf voor twaalf. Is het zo erg?

Tol: “Overgewicht is inderdaad een groot probleem. Uit recente cijfers van het CBS blijkt dat de prevalentie na jaren van stabiliteit weer iets toeneemt. Het is dus belangrijk dat er structureel dingen veranderen. Aan gewichtsmanagement wordt al veel gedaan, maar het is blijkbaar niet genoeg. De eerstelijnsgezondheidszorg kan hierbij in mijn ogen een belangrijke rol spelen.”

Welke pijnpunten legt je onderzoek bloot?

Tol: “Ongeveer de helft van de volwassenen in Nederland heeft overgewicht. Slechts de helft van hen wil afvallen, van wie maar een klein deel met hulp van een zorgverlener. Van de mensen met obesitas wordt ongeveer één op de twee door de huisarts doorverwezen naar de diëtist. Eenmaal bij de diëtist stopt de meerderheid voortijdig met de behandeling: 62% stopt binnen zes maanden. Bijna de helft van de patiënten had niet het idee dat de behandeling door de diëtist hun leefstijl…