Lees verder
Toen Karin Lambrechtse stopte als professioneel danser, wilde ze ‘iets met voeding’ doen. Ze volgde de opleiding, ontwikkelde een voedingsrichtlijn voor dansers, schreef een boek en begeleidt nu (top)sporters, onder andere als diëtist van wielerploeg Team Jumbo-Visma. In het decembernummer interviewen we haar in de rubriek ‘Specialist in Beeld’. Ze had zoveel te vertellen, het paste niet op de beschikbare pagina. Daarom hier de volledige versie van haar enthousiaste verhaal.
Karin Lambrechtse, Wendy van Koningsbruggen

Waarom deze specialisatie?

Mijn specialisatie(s) zijn, als ik er nu op terugkijk, gegroeid uit een natuurlijk ontwikkelproces van mij als persoon met de achtergrond die ik heb en diëtist. Toen ik na 11 jaar professioneel dansen (Introdans) stopte wist ik dat ik ‘iets met voeding’ wilde doen. Maar wat, geen idee.

Koken was (en is) voor mij een grote hobby én ontspanning. Ik houd van de creativiteit in smaken, geuren, texturen en het werken met je handen. Ook de duurzaamheid en de rol van voeding, de impact op dier en milieu, maar ook effect op gezondheid en prestaties sprak me aan. Nu liggen de schappen bijvoorbeeld vol met sportvoedingsproducten, maar toen ik nog bij Introdans danste had je dat allemaal niet. Omdat mijn werkweken inclusief voorstellingen soms wel de 50 uur aantikten, en er geen tijd was om te koken, maakte ik zelf energierepen, sportbroden en andere to-go snacks.

Toch had ik toen ik startte met de opleiding Voeding & Diëtetiek helemaal niet de ambitie of het idee om sport/dansdiëtist te worden. Maar goed, als onderdeel van je studie krijg je natuurlijk te maken met opdrachten, keuze vakken, minoren en stages. Wat begon als vraag van een vriendin en uitgeefster werd gekoppeld aan een opdracht voor school en groeide vervolgens uit tot een kookboek vol to-go snacks (SPORTables). Omdat het wel zo leuk was ook wat sportsnacks in dat boek te zetten wilde ik meer weten over sportvoeding en dus was de keuze voor de minor Sport & Voeding aan de HAN in mijn tweede jaar zo gemaakt.

Dansdiëtist

Daar ging écht een wereld voor me open, waarom wist ik dit allemaal niet toen ik nog danste?! Ik had zo veel betere voedingskeuzes kunnen maken en mijn voeding zoveel beter kunnen timen..!! Gefrustreerd en geïnspireerd tegelijk voelde ik me. Dit gevoel groeide uit tot een soort missie: dansers bij wie nota bene gewicht zo’n belangrijke pijler is, waarbij ze tegelijkertijd pure topsport bedrijven, die moeten meer weten, leren en geholpen worden op het gebied van voeding. Zo ontstond de specialisatie dansdiëtist en de term dansdiëtetiek en ontwikkelde ik een mbo/hbo voedingsleerlijn voor dansers.

Diëtist op de Olympische Spelen in Rio

In mijn derde jaar liep ik stage bij de KNWU waarbij ik kookte op locatie voor een groep baanwielrenners in voorbereiding op de Olympische Spelen in Rio, 2016. Voor hen maakte ik gepersonaliseerde voeding op maat, afgestemd op verschillende trainingen. Fantastisch om te doen en de combinatie te maken tussen berekeningen en smaakvolle, creatieve én effectieve sportvoeding. Ik studeerde af met een stage bij NOCNSF-KNZB en deed onderzoek naar de lichaamssamenstelling en voeding bij dansers. Na het afronden van mijn heb ik gelijk twee post-hbo’s gevolgd: sportdiëtetiek en eetstoornissen, om zo sporters en dansers optimaal te kunnen ondersteunen, coachen en adviseren op het gebied van voeding. Zo groeide ik als het ware in de specialisaties die ik nu mag uitdragen op de werkvloer. En ik leer elke dag nog steeds bij.

Welk aandeel heeft voeding in de prestaties van sporters?

Voor iedereen is een goede basisvoeding ontzettend belangrijk om gezond te zijn en blijven, maar voor (top)sporters is voeding ook nog eens prestatie ondersteunend of zelfs bepalend. Zonder voeding geen energie, geen herstel, geen mentale kracht, geen weerstand, geen focus, geen prestaties. Hierbij is het niet alleen belangrijk wat de sporter eet, maar ook hoeveel hij/zij eet en wanneer hij/zij eet. De juiste timing van het innemen van de verschillende voedingsstoffen is essentieel. Voeding voor sporters bepaalt daarnaast de mate van adaptatie op de training. Dit geldt op het gebied van spieren, maar ook hersenen of maag/darmstelsel.

Voeding maakt daarmee het verschil in de basis, dus in bijvoorbeeld de basisgezondheid van de sporter, maar ook verschil in specifieke uithoeken, want in de topsport is het verschil tussen de winnaar en verliezer soms letterlijk enkele secondes of mm… Denk aan het sportspecifieke/functionele voeding zoals sportdrank, energiegels, hogere behoefte/inname van hoogwaardige eiwitten in de vorm van bijvoorbeeld wei of sportsupplementen zoals creatine, natriumbicarbonaat of cafeïne. Functionele voeding of supplementen (mits de sporter een goede basisvoeding heeft en daarnaast training, materiaal) maken dan letterlijk het verschil tussen het wel/niet grijpen van die gouden plak.

Bij welk type sport heeft voeding de meeste impact?

Ik denk dat voeding in de basis dezelfde impact heeft, maar bij een aantal sporten kom je ook weg met een minder goede voedingsstrategie of voedingsbasis. Als extreem en natuurlijk beetje kort door de bocht voorbeeld: darten en wielrennen.

De darter kan bij wijze van prima een pintje drinken na de wedstrijd en een broodje frikandel, niet dat dat gezond of handig is, maar zijn prestaties zullen de dag daarna niet heel veel (voelbaar) minder zijn, dat zie je ook aan de lichaamssamenstelling van de gemiddelde darter.

Een wielrenner daarentegen kan na een etappe van 200 km tijdens de Tour de Frans dat écht niet doen. Hij herstelt niet alleen slecht, maar voelt en merkt het ook gelijk de dag daarna. Het hele trainingsprogramma van een wielrenners is anders, het lijf gaat letterlijk tot uitersten. Wielrenners balanceren tijdens wedstrijden op het scherpst van de snede. Ze zijn zo superfit dat ze ook erg gevoelig of vatbaar zijn. Eten ze te veel: de prestatie vermindert; eten ze te weinig: de prestatie vermindert én er is grote kans dat ze ziek worden. Je zou misschien kunnen zeggen: hoe intensiever en langer de inspanning hoe belangrijker de rol van voeding.

Kijk je naar die duurinspanning in combinatie met een bepaalde intensiteit, dan heeft dit te maken met dat je lichaam maar voor een bepaalde periode voldoende energie kan opslaan. Ben je als duursporter bijna door die energie heen, dan moet je die energie op tijd aanvullen, en wel met de juiste voeding anders dan loop je spaak. Weg podiumkansen. Proces: basis voeding 265 dagen per jaar, de rest is bij de renners een puzzel van periodiseren in samenspel met de koersen. Dat is per renner verschillend.

Hoe sportief ben je zelf?

Van nature heel sportief. Ik kan heel slecht stilzitten! Als jong meisje zat ik op korfbal, tennis, dansen, schaatsen en paardrijden. Hoe mijn ouders dat deden, geen idee… Toen ik nog professioneel danste ‘sportte’ ik zo’n 50 uur in de week, waarbij ik af en toe nog wat krachttraining deed in de avonduren als ik niet in het theater stond.

Toen ik stopte met dansen, ging ik elke dag naar de sportschool, gaf ik balletles en fietste ik heel wat af. Het liefst met mijn vriend zoevend over de Posbank. Heerlijk en echt iets essentieels voor mij om me goed te voelen. Behoorlijk bewegingsverslaafd dus!

Maar, sinds mijn baan bij Team Jumbo-Visma (sinds december 2018), waarbij ik vaak 2 tot 5 weken van huis ben, is het gewoon onmogelijk om nog met enige regelmaat te sporten. Het werk is van 6.00 tot 00:00 uur, en te intensief. Daar kan ik dan van balen, want sporten is gewoon zo fijn! Ik noem dat ik mijn geval ‘the joy of shaking limbs’. Als ik dans of sport dan train ik trouwens echt niet meer, ik hoef niet beter/meer/hoger etc. Ik beweeg, omdat ik er zoveel lol in heb! Maar goed, nu is dat dus vaak onmogelijk. Maar omdat ik aan de andere kant mijn werk echt enorm leuk vind, is dat ook weer niet zo erg. Daar staat trouwens wel tegenover dat ik tijdens koersdagen zo’n 15 km per dag heen en weer loop met allerlei voedingsmiddelen en gerechten van en naar de kooktruck, koelwagen of buffet in het hotel. Dus ik doe nog steeds wel iets.

Moet je zelf op hoog niveau sporten om goed te kunnen adviseren?

Nee, dat denk ik niet. Al heb je wel een stapje voor als je dat wel gedaan hebt. Je herkent beter wat de impact van dermate hoge of type sportbeoefening met je doet, zowel fysiek als geestelijk, waardoor je de sporter beter begrijpt en met hem/haar op één lijn zit. Maar, voor elke sport kan dat weer anders zijn en per persoon kan het natuurlijk ook weer verschillend zijn wat je voelt/ervaart/nodig hebt. Iemand goed kunnen adviseren, daaraan zitten denk ik naast het erkennen van de sporter en type sport, meerdere hele belangrijke domeinen gekoppeld. Zoals bijvoorbeeld kennis over fysiologie en sportvoeding, coachingskills en gespreksvoeringsttechnieken, of het kunnen interpreteren en vertalen van de laatste sportvoedingswetenschap naar de praktijk van de sporter.

Is er genoeg aandacht voor sportvoeding op de opleidingen?

Nee, maar dat hoeft ook niet. Sportvoeding is een van de specialisaties waar je je als diëtist in kunt ontwikkelen. Het werken met topsporters en dansers vind ik persoonlijk het leukste wat er is. Maar als ik naar ons beroep kijk, dan is het krijgen van informatie en het leren ontwikkelen van skills op het gebied van het begeleiden van cliënten met bijvoorbeeld welvaartsziekten, het doen van voedingsonderzoek, leren over voeding binnen andere culturen, het ontwikkelen van duurzamere voeding en verpakkingen enzovoort vele malen waardevoller voor onze samenleving. Iets waar ik zeker nog een overstap naar zou willen maken als de dans/sportvoeding mij voldoende heeft uitgedaagd.

Is het nut va een diëtist voldoende bekend in sportkringen?

Nee, ik denk dat er binnen de (top)sport nog voldoende teams en verenigingen zijn die veel meer met voeding zouden kunnen doen om hun prestaties te verbeteren en de gezondheid van hun sporters te ondersteunen. Dat haakt ook een beetje in op de vraag ‘Bij welk type sport heeft voeding de meeste impact’. Voeding maakt voor alle sporters een verschil, maar op het moment dat voeding voor de sport en door de sporter ook echt erkend, gevoeld, gezien wordt, dan gaan sporters en de coaches pas stappen ondernemen. In die zin is ook de motivatie en drive/nut om iets met voeding te willen doen essentieel. Anders wordt het voor ons sportdiëtisten wel heel vervelend duwen, trekken en pushen bij een sportteam.

1906_SiB_KL_Keuken

Team Jumbo-Visma

Dat vind ik ook zo bijzonder aan Team Jumbo-Visma en hoe daar het voedingsbeleid is opgezet. Waar ze een aantal jaren terug de focus hadden op supplementen en details, zijn we nu weer echt terug naar de basis. Bijna op het extreme af, omdat ik kook voor de renners middels berekeningen en optimale distributie tussen macronutriënten en de renners op de gram nauwkeurig afwegen wat ze moeten opscheppen/eten bij het buffet. Het fundament van deze voedingsstrategie is ons FoodCoach-programma waarin we etappe specifieke maaltijden vormgeven in een computerprogramma zonder tekort te doen aan smaak en kwaliteit. De renners zien in de FoodCoach-app wat het menu is voor die dag en hoeveel ze op moeten scheppen. Het was even wennen voor ons allemaal, maar werpt echt zijn vruchten af! Het wordt nu gedragen door heel het team van renners, coaches tot de verzorgers. Natuurlijk ging daar vele jaren aan hard werken, struikelen, uitleggen, ontwikkelen en innoveren aan vooraf, maar als je ziet hoe het nu onderdeel is van de training en wedstrijd programma van een renner, fantastisch! Enorm inspirerend en motiverend en een eer om als diëtist in zo’n team te werken!

Waar valt nog winst te behalen?

Basisvoeding! Tegenwoordig zie je sporters, zowel jong als oud, met de gekste meest nieuwe supplementen aankomen. Maar kennis over of het kunnen toepassen van een goede basisvoeding in de praktijk, ho-maar. Op zich niet verwonderlijk in de wereld waarin we nu leven, waarin je via internet toegang hebt tot allerlei artikelen, sites en bedrijven die de meest fantastische dingen schrijven en beweren over hun supplementen. Alles moet tegenwoordig ook zo snel en dus willen sporters ook snel resultaat. Voeding is alleen echt meer een lange(re) termijn ‘ding’. Wat je nu eet, zorgt voor jouw gezondheid later. En dat is lastig. Giet je diesel in je benzine-auto, dan kom je niet zo ver. Maar ‘giet’ je troep in je lichaam, dan zal je lijf niet stoppen; het kan zelfs nog jaren doorgaan, totdat…

If it sounds to good to be true, it probably is’, met andere woorden: je boerenverstand gebruiken dat is pas hip. Het lastige is natuurlijk dat we vaak wel weten wat goed is, of wat we beter wel/niet kunnen eten, maar het doen en volhouden, dat is zo lastig. En daar is voor ons diëtisten ook een belangrijke rol weggelegd. Hoe kunnen we zorgen dat niet alleen sporters, maar mensen in het algemeen weer duurzaam beter leren eten?

Kan elke diëtist sportadviezen geven?

Een sportvoedingsadvies is naar mijns inziens anders dan een voedingsadvies. Dit geldt, al is het in mindere mate, al voor recreatieve sporters, maar zeker de absolute topsporters hebben een specialistisch advies nodig. Topsporters eten bijvoorbeeld echt niet altijd ‘gezond’ volgens de adviezen van de gezondheidsraad of WHO.

Topsportvoedingsadviezen zijn voornamelijk effectieve voedingsadviezen, gepersonaliseerd, sportspecifiek en gericht op optimale prestaties en herstel in goede gezondheid. Als mijn renners tijdens een extreme duuretappe energie nodig hebben, adviseer ik ze geen volkorenpasta. Niet alleen omdat dat onhandig eten is op de fiets, maar ook omdat de koolhydraten te complex en te traag zijn. En dus nemen ze een specifieke dosis simpele suikers in de vorm van vloeibare fructose en glucose voor optimale en snelle opname in de darmen, en een bidon met wat schepjes maltodextrine. Gezond? Nee. Effectief en nodig: zeker! Zo kennen we ook laagvezel-strategieën wat betekent dat de renners soms een week nauwelijks groenten, fruit of volkoren graanproducten eten. Gezond? Nee. Effectief om die bergetappe te winnen: ja, zelfs essentieel! Hun vitamines en mineralen krijgen ze wel binnen met verse juices en functionele voeding. Sportvoeding – zeker op topsportniveau – is een specialisatie op zich, net als dat ik me niet zou durven wagen aan adviezen aan nierpatiënten of een diabeet type 1. Dan stuur ik iemand graag door naar een collega met die specialisatie.

Op welk niveau is specialisatie vereist?

Op elk niveau denk ik, maar met name op topsportniveau, waarbij het ook gaat van de basisvoeding tot de voedingsdetails, strategieën, doping en supplementgebruik. Verder vind ik het zelf vooral heel belangrijk, welke specialisatie je ook hebt: voeding is beleving en iets waarvan je geniet. Én je moet altijd de mens achter de topsporter blijven zien. Het is ontzettend mooi om te werken vanuit wetenschap en cijfertjes, maar wie is de sporter voor mijn neus en wat motiveert deze sporter? We werken uiteindelijk met een mens van vlees en bloed én van vrees en moed. Dus geniet nooit met mate.

Wat wil je zelf nog kwijt?

Die laatste paar zinnen…

Voeding is beleving en iets waarvan je geniet. Je moet altijd de mens achter de topsporter blijven zien. Het is ontzettend mooi om te werken vanuit wetenschap en cijfertjes, maar wie is de sporter voor mijn neus en wat motiveert deze sporter? We werken uiteindelijk met een mens van vlees en bloed én van vrees en moed. Dus geniet nooit met mate.

1906_SiB_KL_Truck