Lees verder
Ze schopte het in relatief korte tijd van diëtist tot hoogleraar; een route die niet per se zo gepland was. Ook in haar leerstoel pleit Jessica Kiefte ervoor om niet altijd de voor de hand liggende weg kiezen.
Wendy van Koningsbruggen

Jessica Kiefte is 36 jaar. Sinds 1 januari 2019 is ze hoogleraar Population Health binnen de onderzoekslijn Prevention, Population Health and Disease Management van het Leids Universitair Medisch Centrum en vandaag (24-01-2020) spreekt ze haar oratie uit. Vanuit die rol benadrukt ze dat bij leefstijl, preventie en levensloop niet zozeer de kennis belangrijk is, maar vooral de sociale context waarin iemand verkeert. Dáár liggen volgens haar de oorzaken van ongezond gedrag en de oplossingen voor gezond gedrag. Als ze droomt over de toekomst, ziet ze de wijken zo ingericht dat alle hulpverlening goed bereikbaar is voor iedereen. Maar waar droomde ze als meisje van?

Koffiejuffrouw als heldin

Kiefte: “Mijn moeder deed vrijwilligerswerk in een verpleeghuis, en daar vond ik de mevrouw met die koffiekar altijd heel interessant. Dát wilde ik ook.” En is dat zo gebleven? “Ik heb altijd affiniteit gehad met de gezondheidzorg, vooral met de praktische, creatieve kant. Het werd diëtetiek. Ik heb in het eerste jaar nog wel getwijfeld om te switchen naar psychologie, maar het medische trok te sterk. Het allerleukste vond ik het derde en vierde jaar, waarin ik stage liep in het ziekenhuis en daarnaast een afstudeeronderzoek mocht doen.” Kiefte werkte vervolgens enkele jaren met veel plezier als diëtist, maar besloot daarnaast om Gezondheidswetenschappen te gaan studeren. “Ik wilde nog meer weten van alle puzzelstukjes, om het totaalplaatje van voeding en leefstijl compleet te krijgen.”

De context bepaalt

Amsterdam, Rotterdam

Kiefte breidde haar kennis uit, maar tegelijk realiseerde ze zich dat kennis alleen niet voldoende is. Ze bleef dat combineren met ‘praktisch bezig zijn’. Naast klinisch werk deed ze onderzoek en gaf ze onderwijs, in Amsterdam, Leiden en Rotterdam. Aan de Erasmus Universiteit kreeg ze de kans om te promoveren. “Het onderzoek ging over voeding in het vroege leven en allergische aandoeningen. Dat raakte aan de diëtetiekkant, maar ook aan leefstijl. Het onderwerp is nu hot, maar indertijd ontbrak het aan kennis. het blijft een interessante puzzel: wat je eet en hoe je leeft. Dat heeft alles te maken met de context. Als je geen geld hebt, in de problemen zit of veel narigheid hebt meegemaakt, staat je hoofd wel ergens anders naar dan voedingskeuzes.”

Leiden, Den Haag

Via haar zoektocht om het public health-denken rondom voeding en leefstijl in de praktijk te combineren met onderzoek en onderwijs, kwam Kiefte terecht bij het Leiden University College, een internationaal, op Amerikaans model geschoold college. “Ze zochten een allrounder om te helpen een public health-programma op te zetten. Dat heb ik gecombineerd met mijn werk aan het Erasmus MC.”

Maar de reis ging verder. “Ik kwam toen in contact met een onderzoek in Den Haag naar ongelijkheid bij voeding en leefstijl bij kwetsbare groepen die daardoor moeilijk gezond gedrag kunnen vertonen. En welke factoren daar een rol bij spelen. Ik wilde al langer onderzoek doen naar voedselonzekerheid en de sociale context, dus toen ben ik dat ook gaan doen.” Daarmee werkte ze op drie plekken. “En allemaal even leuk: praktijk, onderwijs en onderzoek, maar toch ging het een beetje wringen, want kun je het dan allemaal nog goed doen?” En toen kwam er een leerstoel rondom population health

Een nieuwe generatie

Kiefte werd ruim een jaar geleden benoemd tot hoogleraar bij het onderzoeksprogramma Prevention, Population Health and Disease Management van de afdeling Public Health en Eerstelijns Geneeskunde en de Campus Den Haag van het LUMC. “Wat ik hier doe, past allemaal goed in elkaar én het past bij mij: voeding, leefstijl, de sociale context, onderzoek, onderwijs. Ik heb ook echt het idee dat het tijd is om nieuwe stappen te zetten richting voeding en leefstijl. Het besef dat er op dat vlak wat moet gebeuren leeft bij iedereen. Want zoals de zorg nu in elkaar zit, kunnen we niet verdergaan.”

”Bij mensen die ongezond eten is het vaak een clustering van problemen: ze roken, ze bewegen weinig en ze leven in een ongunstige sociale omgeving. Kennis toegankelijk maken is dan niet de oplossing. Mensen die voedselarmoede ervaren weten wel dat ze gezonder moeten eten, maar ze hebben zóveel problemen aan hun hoofd dat ze de benodigde stappen niet kunnen zetten. Er is dus ook niet één oplossing, je moet bij iedereen een passende route zoeken. En dat is vaak een andere dan je, bijvoorbeeld als diëtist, in het ideale geval zou willen belopen. Dat vereist een open mind, een ander soort gesprek over wat de patiënt belangrijk vindt. En een goed netwerk voor samenwerking met andere professionals.”

Praktisch oplossen

De volgorde van wat je aanbiedt, moet volgens Kiefte anders. “Als je iedereen standaard naar een diëtist of een leefstijlcoach stuurt, kan het zomaar zijn dat die persoon er nog niet aan toe is. Dan creëer je alleen maar frustratie. Leer mensen eerst omgaan met hun problemen of los deze op; dan pas kun je aan je leefstijl gaan werken. Want als iemand zich niet veilig voelt in de wijk en daardoor niet naar buiten durft, kan dát de reden dat hij zijn eten haalt bij de snackbar aan de overkant. Dan gaat het om omgevingsaanpassing. Dat is weliswaar niet onmiddellijk het terrein van een diëtist, maar zo breed moeten we het wel zien. Ik heb me in onderzoek ook altijd afgevraagd: waarom onderzoeken we alles zo los van elkaar? Ongezonde voeding en leefstijl vormen een clustering van factoren die we in hun geheel moeten bekijken. Vanaf de vroege jeugd, want daar beginnen de problemen vaak al.

Waarom onderzoeken we alles zo los van elkaar?

Beginnen bij het begin

Leefstijl, preventie en levensloop zijn in de leerstoel nauw met elkaar verbonden. “Levensloop is een interessante invalshoek. Heel veel van onze gedragingen worden vroeg in het leven gevormd. Maar we vergeten vaak om eerst eens even helemaal terug te kijken: waar kom je vandaan, wat was belangrijk in je jeugd, waren er problemen, hoe werd met voeding omgegaan? We zien dat dat dat soort ervaringen vroeg in het leven een enorme invloed hebben op gezondheid en gezondheidsgedrag. En vaak van generatie op generatie doorgaan. Mensen hebben dan wel een manier gevonden om daarmee om te gaan, maar daarmee blijft het probleem wel in stand. Daardoor zitten ze continu in een stresssysteem, voelen ze zich niet goed, en kunnen ze amper goed voor zichzelf zorgen.” Komt dat vooral in de lagere sociale klassen voor? “Daar zie je wel een clustering, maar de vraag is: wat leidt tot wat? Als je thuis van alles meemaakt, is het ook moeilijk om het goed te doen op school. In het kader van leefstijl en preventie is die levensloopbenadering dus erg belangrijk. Daar moet echt veel meer aandacht voor komen, want alleen als je je er bewust van bent, kun je er ook iets aan doen. Dat geef ik ook mee aan iedereen die ik lesgeef. En we doen er onderzoek naar.”

Een andere route in de wijk

Bij de inrichting van de omgeving is wat Kiefte betreft enorm veel winst te behalen. Bijvoorbeeld een toegankelijk wijkcentrum, waar mensen kunnen samenkomen, waar ze laagdrempelig kunnen bewegen, en brede zorg kunnen krijgen. “Je wilt natuurlijk zo min mogelijk mensen in de zorg, dus moet je de omgeving zo creëren dat iemand alleen doorverwezen wordt als die echte counseling nodig heeft.” Aanvullend: “Ik heb ook veel vertrouwen heeft in het concept van peer coaching. Want er zijn toch altijd mensen die wél oplossingen vinden voor hun problemen. Daar kunnen anderen van leren.”

“Dat vraagt dus om een ander soort gesprek, breder dan alleen over voeding en leefstijl. Dat is een andere route in de zorg. Als gezondheidsprofessional heb je het perspectief vanuit gezondheid, maar voor degene die voor je zit, is op dat moment misschien iets heel anders belangrijk. Die brede blik is belangrijk. En wees daarbij ook alert op teachable moments, de momenten in het leven waarop iemand extra gevoelig is voor bepaalde informatie en de bereidheid tot gedragsverandering groter is. Denk bijvoorbeeld aan zwangerschap, pensionering of ziekte van een naaste.”

Over tien jaar

Desgevraagd stelt Kiefte dat ze zou willen dat over tien jaar voeding, leefstijl en preventie in die veel grotere context worden meegenomen in de zorg. Ook zou ze willen dat gezondheidsprofessionals niet alleen hun patiënten op het spreekuur zien, maar ook de wijk in trekken. “Verder hoop ik dat onderzoeksresultaten vaker ergens anders landen dan in een wetenschappelijk tijdschrift. Ik probeer dat zelf ook, door veel praatjes te geven, of nieuwsitems te plaatsen. De informatie moet terechtkomen waar mensen ermee aan de slag kunnen. Op de werkvloer, in beleid … We hebben heel veel kennis en data, maar die moeten we wel toepassen in die sociale en maatschappelijke context. Daar zet ik me voor in.”