Log in
De voedselprovocatietest is de enige test die met voldoende zekerheid een allergie kan aantonen of uitsluiten. De dubbelblinde placebogecontroleerde voedselprovocatie (DBPGVP) geldt hierbij als de gouden standaard. In 2015 verscheen de richtlijn Voedselprovocatie bij kinderen en volwassenen. Welke rol speelt de diëtist daarbij?
dr. Maurits van Maaren, Berta Beusekamp, Sacha Visser

  In de richtlijn Voedselprovocatie bij kinderen en volwassenen staat wanneer voedselprovocaties geïndiceerd en gecontra-indiceerd zijn, hoe de voedselprovocatie uitgevoerd moet worden en hoe patiënten na de provocatie begeleid en ondersteund moeten worden. De richtlijn is opgesteld voor de tweede en derde lijn, maar kan ook gebruikt worden in de eerste lijn, mits aan de eisen wordt voldaan. Het aantonen of uitsluiten van een voedselallergie is belangrijk. Een patiënt die onterecht voedsel vermijdt na een verkeerde diagnose, heeft een verminderde kwaliteit van leven en loopt risico op tekorten in de voeding. Bovendien is er steeds meer wetenschappelijk bewijs dat atopische patiënten een verhoogd risico hebben op een allergie voor voeding die ten onrechte wordt vermeden of pas laat wordt geïntroduceerd. Doel van de richtlijn Voedselprovocatie bij kinderen en volwassenen is:

  • Aanbevelingen doen over indicatiestelling voor provocatie, de procedure, keuze van materiaal, beoordeling van de uitkomsten en optimaal beleid na provocatie
  • Aanbevelingen doen over de eisen van de setting, en…