Lees verder
De jonge Vincent van Buul had veel interesses en vaardigheden. Dat leidde via een brede studie en uiteenlopende functies tot een promotieonderzoek waar ook diëtisten veel aan kunnen hebben. Lees en leer.
Wendy van Koningsbruggen

Welke weg heb je bewandeld?

“Na mijn middelbare school ging ik naar University College in Maastricht. Ik koos de studierichting Life Sciences, met de focus op voeding. Dat werd benaderd vanuit diverse vakgebieden: de economische kant, de gezondheidskant, de moleculaire kant… Ik heb zelfs in de snijzaal gestaan met in mijn hand een lever waaraan je kon zien wat voeding doet. Maar denk ook aan patentrecht, marketing en communicatie. Een master in Wageningen lag voor de hand, maar het werd de, toen nieuwe, opleiding Health Food Innovation Management aan de Universiteit Maastricht. Daar heb ik enkele onderzoeken gepubliceerd en kreeg ik de mogelijkheid om – naast mijn baan in de productontwikkeling – te promoveren bij de vakgroep Gezondheidspsychologie aan de Open Universiteit.”

Wat wilde je onderzoeken?

“De interface tussen industrie en wetenschap intrigeert me: hoe breng je gezonde voeding naar de markt? En hoe zorg je ervoor dat mensen daar ook voor kiezen? Het is niet zo dat mensen vanzelf de goede keuzes maken als je ze maar voldoende informatie geeft. Ik vind het bijvoorbeeld fascinerend dat sommige mensen met écht de allerbeste bedoelingen om gezond te eten, dat toch niet doen. Bijvoorbeeld nu met die glutenhype. Ze steken er enorm veel energie in. De intentie om gezond te eten is er, ze verzamelen veel informatie, maar ze maken tóch niet de goede keuzes. Hoe kan dat?”

En… hoe kan dat?

“In de supermarkt ga je dingen niet steeds heroverwegen. Ooit is onderzocht dat je per dag zo’n tweehonderd voedingskeuzes moet maken. Dat is niet te doen. Dus om het jezelf makkelijk te maken, ontwikkelen mensen ‘heuristieken’: simpele vuistregels, die – uiteindelijk onbewust – je gedrag beïnvloeden. Zie het als shortcuts waarmee je je keuzes maakt. Maar die regels worden nogal eens gevormd op basis van onvolledige informatie. Dat moet worden bijgestuurd. Daarvoor is een goede basiskennis noodzakelijk; je moet een bepaalde ‘nutrition literacy’ hebben.”

Hoe is het gesteld met de ‘nutrition literacy’ in Nederland?

“Die is over de gehele bevolking te laag. Er valt dus veel te winnen met het verhogen van de ‘nutrition literacy’: algemene kennis over voeding en wat voeding doet. En hoe kan die kennis vertaald worden naar acties, relevant voor die persoon? Want in die basiskennis moet je alleen de informatie geven die direct leidt tot de juiste shortcuts. ‘Short’: dus per definitie niet uitputtend en gedetailleerd. Maar nét de juiste informatie voor die persoon, op de juiste tijd en op de juiste plek. Via voorlichting of tv, tijdschriften of de verpakking… Zolang iemand maar weet wat voor hem of haar van belang is.”

Een flinke uitdaging!

“Ja. En daar moeten we met z’n allen flink aan werken: wetenschap, producenten en voedings- en gezondheidsvoorlichters, maar ook scholen. Ik denk ook dat we holistischer moeten gaan denken. En verder moeten kijken dan naar alleen de intentie. Meer naar de acties, het gedrag. Daarbij geldt het smaller-sooner en later-longer-principe. Mensen ontvangen liever nu 100 euro dan volgende maand 110 euro. Alles wat later komt, is minder waard. En gezondheid voel je niet, dus op korte termijn zijn de effecten minder groot of zichtbaar dan op de lange termijn. Dat wordt in de psychologie aangeduid als delay discounting.”

Verschilt dat nog per persoon?

“Ja. Maar sterker nog: ook binnen een persoon. Daar moeten we als voorlichters echt goed naar kijken: hoe kunnen we mensen van de juiste informatie voorzien? En ze ervan bewust maken hoe ze zich op de verschillende momenten van de dag gedragen? Misschien ben jij ’s morgens beter in het maken ‘wijzere’ keuzes voor de lange termijn, en kies je als je moe bent voor de korte termijn. Wees je ervan bewust waar je krachten zitten en waar je valkuilen. Daar ligt ook een taak voor diëtisten.”

Wat kunnen zij concreet doen?

“Vertel mensen hoe voeding praktisch werkt. Kijk verder dan de intentie en maak de vertaalslag naar gedrag. Benoem de shortcuts en bespreek de smaller-sooner en larger-later keuzes. Dingen zijn soms wel bekend, maar het is goed om het er toch nog eens even over te hebben. Als je honger hebt of nodig moet plassen, ga je eerder voor de smaller-sooner- keuze. Vertel dat. Maak het mensen makkelijk, bied ze op maat gesneden shortcuts.”

 Iets anders: je deed ‘muisklikonderzoek’. Vertel…

“Ik wilde gedrag meten. Dat wordt vaak gedaan met food frequency questionnaires. Maar daar zit veel onzekerheid in. Ik heb toen gebruikgemaakt van een nieuwe online tool: het mouse lab web. Mensen gaan naar een website en moeten daar keuzes maken. Bijvoorbeeld: ‘Kiest u voor kokosvet of olijfolie?’ Door de muis over vakjes te bewegen klapt zo’n vakje open en krijgen mensen meer informatie. Dat gaat eenvoudig en nagenoeg onbewust. Net zo makkelijk als even de informatie op een etiket lezen. Zo kom je erachter welke informatie mensen tot zich nemen voor ze een keuze maken. En of, en hoe, dat hun uiteindelijke keuze beïnvloedt.”

Spannend…. En?

“We konden zien wat ze hadden geopend, hoe lang ze ernaar hadden gekeken en of ze nog een keer waren teruggegaan. Bijvoorbeeld: (hoe vaak) vergeleken ze de hoeveelheid zout van het ene product met de hoeveelheid zout van het andere product? Zo konden ze naar keuze veel data verzamelen over steeds twee producten waartussen ze moesten kiezen. Uiteindelijk moesten ze bij negen keuzes steeds kiezen tussen twee producten waarvan de smaak en beleving zo dicht mogelijk bij elkaar lagen. Alleen de voedingswaarde was anders. Zo konden we meten welke informatie ze tot zich namen. Daar hebben we een model van gemaakt om verbanden te zoeken. Wat leidt nou tot het maken van gezonde voedingskeuzes?”

En, wat kwam eruit?

“Er deden 240 mensen mee, allemaal met de intentie om gezond te eten. Voedingsinformatie via een label tot je nemen leverde de beste keuzes op, vooral bij mensen met voorkennis, ‘nutrition literacy’. Er was een duidelijk relatie tussen hoeveel vakjes met informatie mensen openden, hoe lang ze die openden en de gezondere keuzes die ze maakten. Van de keuzes was nog altijd 18% ongezond. Dat is bij tweehonderd voedingskeuzes per dag nog altijd veertig ongezonde producten. Dus ook al hebben ze de intentie om gezond te eten, ze maken toch niet altijd de goede keuzes. Maar wel meer als ze vooraf geïnformeerd zijn en zich verder informeren.”

Werkt informatie op de verpakking ook zo?

“Ik heb ook onderzoek gedaan naar voedings- en gezondheidsclaims op verpakkingen. Lezen mensen het en doen ze er wat mee? Wie wel en wie niet? Wat werkt? Accepteren, begrijpen en vertrouwen zijn daarbij de sleutelwoorden. Mensen moeten het ingrediënt accepteren, begrijpen wat de meerwaarde ervan is voor hun gezondheid en de informatie vertrouwen. Dat lukt je niet via de claim alleen. Ook daarvoor is kennis nodig, en dus voorlichting vooraf, van diëtisten of ander voorlichters. Je kunt dat niet alleen aan de producent overlaten. Dus weer die samenwerking.”

Hoe bevorder je de samenwerking?

“We moeten met z’n allen een uitkomst gaan vinden. Ik ben ervan overtuigd dat we allemaal hetzelfde doel hebben. Geen producent is erop uit om mensen ongezonder maken. Ook zij weten dat het voor iedereen beter is om producten gezonder te maken. Maar er spelen ook andere belangen, zoals kosten, veiligheid en marketing. Die zaken worden aan het eind van het proces allemaal afgevinkt. Ik pleit ervoor dat in elk bedrijf ook altijd een deskundige professional een vinkje achter gezondheid moet zetten.”

Heb je zelf nog een verschil gemaakt in de tortillawereld?

“Jazeker! Zonder daar al te veel ruchtbaarheid aan te geven, hebben we de hoeveelheid zout daarin drastisch verlaagd. Qua smaak heeft een tortilla dat niet echt nodig, het gaat vooral om de inhoud. Zout zit erin om technologisch redenen. Door de processen wat aan te passen, was dat goed op te lossen. Het betrof fastfoodketens in heel Europa, dus ik heb berekend dat het in totaal toch een flink aantal vrachtwagens zout scheelde. Door het vinkje dat ik heb gezet!”

Hoe gebruik je je opgedane kennis in je huidige baan?

“Ik werk nu bij een investeringsfonds, een heel andere branche. We zijn onlangs gestart een fonds dat geld wil investeren in gezonde en duurzame voeding, via start ups, jonge bedrijfjes met innovatieve ideeën over hoe we de wereld duurzamer en gezonder kunnen maken. Die helpen we, financieel en bedrijfsmatig. Dat kan van alles zijn: ideeën of technieken op het gebied van levensmiddelentechnologie, maar ook diëtisten met een goed idee kan ik misschien verder helpen. Jullie weten me nu te vinden!”

 

Contact: vincent.vanbuul@ou.nl