Lees verder
Er is veel aandacht voor gezond eten. Dat is positief, zou je zeggen. Maar consumenten lijken het lastig te vinden om voedingsinformatie op waarde te schatten. Hypes volgen elkaar op en voedingsgoeroes verkondigen hun mening op social media. Zorgt al die aandacht voor duidelijkheid of verwarring?
ir. Caroelien Schuurman


Totale voeding

Maar voedingsmiddelen zijn toch nooit alleen maar gezond of ongezond? Het gaat toch om het totaal? Dat klopt inderdaad. Maar toch zijn sommige voedingsmiddelen in de basis gezonder dan andere. En dat inzicht kan helpen bij het samenstellen van gezonde voeding. Het Voedingscentrum adviseert om maaltijden vooral samen te stellen met producten uit de Schijf van Vijf, de zogenoemde basisvoedingsmiddelen. Daarnaast kan je drie tot vijf keer per dag iets kleins en hooguit drie keer per week wat groters buiten de Schijf van Vijf eten. Een ‘minder gezond’ voedingsmiddel hoeft niet in de ban, maar het is belangrijk om te weten dát dit minder gezond is, zodat je het bewust en met mate eet.

Sterkte van associaties

Om erachter te komen wat we wel en niet gezond vinden, is het interessant om te kijken naar associaties. In ons brein zijn veel associatienetwerken aanwezig. Daarin slaan we informatie op, vaak zonder dat we ons daarvan bewust zijn. Gedrag, maar ook het beeld dat we hebben van bijvoorbeeld een voedingsmiddel, persoon of merk, wordt sterk bepaald door associaties. Deze hebben vaak onbewust een grote invloed op ons gedrag. In dit onderzoek is de sterkte van gezonde en ongezonde associaties bij voedingsmiddelen onderzocht. De methode is afgeleid van de Implicit Association Test (IAT), afkomstig uit de psychologie. In deze onderzoeksmethodiek staat de snelheid van reageren centraal. Sterke associaties zijn makkelijker op te roepen dan minder sterke associaties. De snelheid van de reactie (reactietijd) is de eenheid van de sterkte van de associatie. Hoe sneller de reactie, hoe sterker de associatie.

Deelnemers (consumenten en diëtisten) kregen een foto te zien van een voedingsmiddel, met daarbij de naam in tekst. De afbeeldingen werden zo neutraal mogelijk voorgelegd, zonder merknamen. Vervolgens gaven deelnemers zo snel mogelijk aan of ze het voedingsmiddel gezond of ongezond vonden. In totaal werden 55 voedingsmiddelen beoordeeld. Elke deelnemer kreeg een willekeurige selectie van 25 voedingsmiddelen in willekeurige volgorde voorgelegd. Ruigrok NetPanel en de redactie van het NTVD stelden samen een lijst met voedingsmiddelen op, gebaseerd op interesses en verwachte discrepanties.

Onderzoek onder consumenten en diëtisten

Ruigrok NetPanel benaderde een steekproef van Nederlanders, representatief voor de totale algemene bevolking naar leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. De vragenlijst is door 1767 Nederlanders ingevuld. De Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) benaderde 2631 diëtisten per e-mail om mee te doen aan het onderzoek. Van hen vulden er 727 de vragenlijst in, een respons van 28%. Deze diëtisten vormden een representatieve afspiegeling van het totale NVD-bestand wat betreft werkplek. Student-leden van de NVD werden niet benaderd om mee te doen aan dit onderzoek. Enkele diëtisten vonden dat er geen eenduidig antwoord te geven was op de vraag of iets wel of niet gezond was. Daarnaast ging de vragenlijst voor sommigen te snel: voordat ze konden reageren, was het plaatje al weg. Het idee hierachter was dat de deelnemers snel en vanuit hun onbewuste een antwoord geven. Voor de vragen die niet zijn ingevuld, werd gecorrigeerd.

Met een formule werden de score (gezond of ongezond) en de reactietijd gecombineerd tot een waarde tussen de 1 en de 5, waarbij 1 staat voor ‘heel ongezond’ en 5 ‘heel gezond’. Zo zorgt een snelle reactie op ‘gezond’ voor een 5 en een snelle reactie op ‘ongezond’ voor een 1.

Een langzamere reactie (of geen reactie) betekent dat het lastig is om een voedingsmiddel in een categorie in te delen, dus vindt de deelnemer het niet ‘heel gezond’ of ‘heel ongezond’. Wanneer een langzame reactie bij een bepaald voedingsmiddel vaak voorkomt, geeft dat aan dat er blijkbaar onduidelijkheid bestaat over de gezondheid van dit voedingsmiddel. De score komt dan uiteindelijk in het midden uit, rond waarde 3.

Resultaten: verdeelde meningen

Afbeelding 1 toont de mening van diëtisten en consumenten over de producten. 2 Producten die op de diagonaal staan, worden door consumenten en diëtisten als even gezond beoordeeld. Het kleine cluster linksonder komt als het meest ongezond uit de test en het cluster helemaal rechtsboven als het meest gezond. Over de producten met roze tekst verschillen diëtisten en consumenten van mening. Consumenten vonden de producten onder de diagonale streep gezonder dan diëtisten. Producten boven de streep vonden diëtisten gezonder dan de consumenten.

 

Eens over (on)gezond

Over een aantal producten zijn de de experts en de doorsnee Nederlander het eens. Beide groepen vinden de volgende producten het gezondst (hoe eerder in de lijst genoemd, hoe gezonder): verse groenten, banaan, avocado, vis, kraanwater, volkorenbrood, havermout, donkerbruin brood en ongezouten noten. Ook over een groot aantal ongezonde producten zijn ze het eens (hoe later in het rijtje hoe ongezonder): ketchup, vruchtensap uit pak, popcorn, lightfrisdrank, bier, melkchocolade, frisdrank, chips, friet en energiedrank.

Consument te positief over…

Over een aantal voedingsmiddelen heeft de consument een te positief beeld in vergelijking met de mening van de diëtisten. Cruesli, honing, kokosvet, mueslirepen en versgeperste jus d’orange vindt de consument gezonder dan de diëtist. De cruesli en de mueslireep profiteren van een gezond klinkende naam. Ook honing heeft blijkbaar een gezond imago, terwijl het bijna uitsluitend uit suiker bestaat. Kokosvet wordt door veel voedingsgoeroes aangeprezen. En versgeperste jus d’orange wordt waarschijnlijk door veel consumenten als fruit gezien, terwijl het minder vezels bevat. (Zie Tabel 1.)

Consument te negatief over…

Een aantal voedingsmiddelen verdient een positiever imago bij de consument. Diëtisten vinden pindakaas, koffie, hummus, margarine en lightfrisdrank gezonder dan de consument. Pindakaas (bij voorkeur van 100% pinda’s) en margarine zijn vet- en energierijk, maar leveren allebei gezonde vetten. Margarine is daarnaast een belangrijke bron van vitamine A en D. Ze verdienen meer aandacht in de voedingsvoorlichting. Filterkoffie zonder suiker past ook in een gezond eetpatroon. Vanwege de cafeïne geldt een aanbeveling van maximaal 4 kopjes koffie per dag. Kookkoffie en koffie gezet met een cafetière staan niet in de Schijf van Vijf, omdat er veel cafestol in zit. Dit is een stof die het LDL-cholesterol verhoogt. Voor espresso of koffie uit cups geldt een aanbeveling van maximaal 2 tot 3 kopjes per dag. Hummus is een relatief onbekend product, wat mogelijk heeft meegespeeld in de beoordeling. Het oorspronkelijke product bestaat uit kikkererwten en olijfolie: calorierijk, maar een bron van goede onverzadigde vetten. De samenstelling van hummus in supermarkt kan nogal verschillen. Hier deed de Consumentenbond recent onderzoek naar. 3 Industrieelbereide hummus bevat in plaats van olijfolie namelijk vaak goedkopere oliën, zoals zonnebloemolie, raapolie of soja. En sommige soorten bevatten veel zout. Een zelfgemaakte versie verdient daarom de voorkeur.

Diëtisten vinden lightfrisdrank minder ongezond dan consumenten. Het bevat namelijk geen suiker, dus geen calorieën. Toch staat dit product niet in de Schijf van Vijf, vanwege de zuren die het gebit aantasten. In plaats van frisdrank kun je beter water, thee en koffie zonder suiker drinken. (Zie Tabel 2.)

Waarover twijfel?

Over de voedingsmiddelen die in de grafiek in het midden staan en rond de 3 scoren, denken diëtisten en consumenten het langste na. Ze vinden het moeilijk om snel aan te geven of deze gezond of ongezond zijn. Diëtisten denken het langste na over margarine, lightfrisdrank en ham. Consumenten denken het langste na over hummus, margarine en vruchtensap uit een pak. Gemiddeld denken diëtisten en consumenten even lang na voordat ze een antwoord geven: in beide groepen ongeveer 1,8 seconden.

Producten in productcategorieën

Het is daarnaast ook interessant om te weten hoe een voedingsmiddel scoort vergeleken met andere producten uit dezelfde categorie. Zo vindt de consument volkoren-, spelt- en donkerbruinbrood (met gebrand moutmeel) even gezond, terwijl de diëtist volkorenbrood het gezondst vindt. Dit is weergegeven in Tabel 3.

Diëtist gidst: elke stap telt

Het onderzoek geeft een goed beeld van hoe gezond diëtisten en consumenten voedingsmidddelen vinden. Bovendien laat het onderzoek zien over welke voedingsmiddelen ze van mening verschillen. De consument blijkt op sommige vlakken al goed op de hoogte, maar er valt zeker nog winst te behalen. Diëtisten vinden pindakaas, koffie, hummus, margarine en lightfrisdrank gezonder dan de consument. Cruesli, honing, kokosvet, mueslirepen en versgeperste jus d’orange worden door de consument gezonder gevonden dan door de diëtist. Diëtisten zijn de experts op het gebied van voeding. Consumenten kunnen van hen leren met welke voedingsmiddelen je een gezonde voeding samenstelt. De diëtist kan in de voorlichting rekening houden met het juiste of onjuiste imago van voedingsmiddelen bij de consument. Het is niet zo dat consumenten geen ongezondere voedingsmiddelen mogen eten en van gezondere voedingsmiddelen heel veel moeten eten. Belangrijk is dat de basisvoeding bestaat uit gezonde voedingsmiddelen, en dat er wordt gevarieerd. De ongezondere voedingsmiddelen zijn voor af en toe, bewust en in kleine porties. De diëtist kan de consument helpen om inzicht te krijgen in gezonde productkeuze en zo helpen om het voedingspatroon te verbeteren. Elke stap telt!

Literatuur

  1. Quealy K, Sanger-Katz M. Is sushi healthy? What about granola? Where Americans and nutritionists disagree. The New York Times, 5 juli 2016.
  2. Boerma M, Worrell L. Wat vinden consumenten en diëtisten gezond? Ruigrok NetPanel, Amsterdam november 2016.
  3. https://www.consumentenbond.nl/voeding/hummus