Lees verder
Diëtisten in heel Nederland steken er al jarenlang de nodige uren in: een goede relatie opbouwen met de huisarts. Soms resulteert dat in een vruchtbare samenwerking, geregeld ook in pure frustratie. Want het is niet altijd makkelijk. Hoe krijgen we huisartsen enthousiast voor voedingsvoorlichting? We vragen het Tamara de Weijer, die met Arts en Voeding een manier gevonden lijkt te hebben.
Wendy van Koningsbruggen

Tamara de Weijer is huisarts. Twee jaar geleden richtte ze de vereniging Arts en Voeding op. Dat slaat aan: er zijn inmiddels meer dan negenhonderd leden. Wat verklaart het succes? De Weijer: “De tijd lijkt er rijp voor. Wat we nu bereiken, was ons vijf, zes jaar geleden waarschijnlijk niet gelukt.”

Het tij keert

“Voeding leeft. Iedereen is ermee bezig: in de media is er veel aandacht voor en in de spreekkamer vraagt de patiënt ook steeds vaker om informatie. Daar moeten artsen iets mee. Ik heb de indruk dat ze daardoor nu veel meer de intrinsieke behoefte hebben om er goed over geïnformeerd te worden. Dat is de sleutel, denk ik. Artsen hadden van oudsher niet zo het idee dat voeding tot hun taken behoorde. Ze hadden het immers vanuit hun opleiding ook niet echt meegekregen! Naar eigen idee hadden ze er geen tijd voor, beschikten ze over onvoldoende kennis en twijfelden ze aan het effect ervan, evenals aan de motivatie van de patiënt. Dat tij is echt aan het keren. De patiënt ziet het namelijk wél als de taak van de huisarts. En de effecten van goede voeding worden steeds duidelijker. Dus moeten en willen artsen er zelf nu ook echt iets mee. Daar moeten we gebruik van maken.”

Van arts tot arts

“Dat ik zelf huisarts bent, speelt denk ik ook wel een rol. Artsen luisteren eerder naar artsen dan naar anderen. Misschien ook omdat we, meer dan diëtisten, de nadruk leggen op voeding als alternatief voor medicijnen. Die de-medicalisering, die spreekt ze aan. En als artsen naar congressen gaan om geïnformeerd te worden over een bepaalde aandoening, en ik sta in het programma met een lezing over de rol die voeding daarbij kan spelen, kunnen ze er niet omheen. Zeker als je de effecten kan laten zien, dán heb je ze. Ik vraag ook altijd: krijgen jullie in de spreekkamer veel vragen over voeding? Dat is zo. Dat dwingt ze ook om zich erin te verdiepen. De patiënt speelt dus een belangrijke rol, die zorgt ervoor dat die arts op een gegeven moment wel moet! En dan staan wij klaar met de juiste informatie.”

Patiënt centraal

“De patiënt staat sowieso centraal in het geheel. Daar moeten wij als hulpverleners met z’n allen omheen staan. Tenslotte willen we allemaal hetzelfde: de patiënt gezond maken. Artsen willen ook zeker niet op de stoel van diëtisten gaan zitten. Wij willen artsen zodanig informeren dat ze een signalerende functie gaan vervullen. Dat ze weten welke rol voeding kan spelen bij de diverse ziektebeelden. Daar kunnen ze het dan met de patiënt over hebben, laten zien wat voor effect voeding heeft. Bijvoorbeeld bij het terugdringen van medicijngebruik doorverwijzen naar de specialist: de diëtist. Ik denk zelfs dat diëtisten het werk niet meer aan zouden kunnen als we alle artsen hierin meekrijgen. Het streven is dus een optimale manier van samenwerken tussen de huisarts, de praktijkondersteuner en de diëtist. Ik werk ook veel samen met diëtisten. Dat is echt een goede combinatie. Dus verken je sociale omgeving, kijk met wie jij kunt samenwerken.”

Alleen ‘Goede’ diëtisten

“In een oproep die we in Nieuws voor diëtisten deden, zeiden we dat alleen ‘goede diëtisten’ lid kunnen worden van Arts en Voeding. Dat was inderdaad wel wat stellig, ja. Maar we zijn kritisch. We staan voor gezonde voeding. Dat is in onze optiek: vers en onbewerkt, geen zakjes en pakjes, snelle koolhydraten eruit, minder dierlijk, meer plantaardig en drie voedzame maaltijden per dag. Alle diëtisten die dat omarmen, zijn van harte welkom. Deze richtlijnen liggen niet helemaal op een lijn met de aanbevelingen van de Schijf van Vijf. We zouden inderdaad liever nóg meer groente en minder dierlijke producten aanbevolen zien, en van de ‘vrije ruimte’ buiten de schijf om zijn we ook geen voorstander. Maar we realiseren ons ook dat het voor veel mensen al hele grote stappen zijn om aan de aanbevelingen uit de Schijf van Vijf te voldoen. Daarin moeten we realistisch zijn. We hebben allemaal onze idealen, maar het moet ook haalbaar zijn voor de patiënt.”

Breed vizier

“Het is belangrijk om open te blijven staan voor nieuwe inzichten. In de kennis over voeding veranderen dingen, het onderzoek schrijdt voort. Daar moet je in meegaan. Als je halsstarrig blijft vasthouden aan wat je ooit in die vier jaar opleiding hebt geleerd, raak je achterop. Natuurlijk heb je je basiskennis, maar kijk vooral ook wat er in de praktijk gebeurt; hou een breed vizier. Bewijs is belangrijk, en dat moet je zeker gebruiken, maar je moet je er nooit achter verschuilen. Ik vind ook dat evidence based medicine en practice based evidence naast elkaar moeten bestaan. Daar denkt niet iedereen hetzelfde over. Maar ik hoop dat we elkaar, ondanks die verschillen, wel weten te vinden. Want het is een krachtig signaal als je uitstraalt dat artsen en diëtisten samen strijden voor de gezondheid van de patiënt. En artsen zijn er wel gevoelig voor als dat signaal niet alleen van diëtisten komt, maar ook van andere artsen.”

Mooie initiatieven

“We hebben allemaal hetzelfde doel: de bevolking gezonder maken. Iedereen is gemotiveerd en enthousiast om de schouders eronder te zetten: zorgverleners, verzekeraars, de overheid, retail, opleidingen. En dat lukt ook. Nu hebben we momentum. Er komen ook hele goede samenwerkingen en mooie projecten op gang. Zoals een initiatief om het aanbod in de supermarktschappen gezonder te maken: een samenwerking van Albert Heijn met onderzoekers van de VU. Of ons de-medicaliseringsproject met VGZ rondom metabole aandoeningen. En een project met VWS en Zorginstituut Nederland om de Gecombineerde Leefstijlinterventie naar de eerste lijn brengen. Ook zijn we in gesprek met de artsenopleidingen in UMC Groningen, VU en AMC. Het lijkt wel of alle seinen ineens op groen staan. We zitten regelmatig met verschillende partijen om tafel, zoals het Voedingscentrum en de NVD. Beleidsmedewerker Wineke Remeijnse zit ook in onze raad van bestuur. De samenwerking met de NVD willen we wel nog meer intensiveren om te kijken hoe we voeding een nog prominentere plek in de behandeling kunnen geven. In dat kader zouden we ook graag meer willen samenwerken met het NHG en de LHV.”

Student en voeding

“De rol van studenten is ook heel hoopgevend! Anderhalf jaar geleden is SELF opgericht: Students Excperienced in Lifestyle and Food. Ze begonnen met vijftig geneeskunde studenten, maar inmiddels zitten ze al boven de zeshonderd leden! Vorig jaar zijn ze gestart met het opzetten van een tienweekse extra curriculaire cursus rondom voeding en leefstijl. Die cursus wordt inmiddels op alle geneeskundefaculteiten in Nederland gegeven. Dat is toch geweldig, zo’n succes in zo’n korte tijd?! En wat een enorme verbetering ten opzichte van de vijf uur voeding waar wij het in de opleiding mee moesten doen! Alles begint met goed onderwijs. Dat start natuurlijk al op de basisschool. Ook daar moet voeding veel meer aan bod komen.”

In de media

“De publiciteit? Die is me eigenlijk een beetje overkomen. Maar ik maak er graag gebruik van. Het is een gigantisch platform, waarmee je de bewustwording enorm kunt vergroten, dus het levert ook veel op. Je moet die wereld wel een beetje leren kennen, maar ik blijf trouw aan mijn eigen gevoel en probeer de boodschap toegankelijk te maken voor iedereen. Helaas wordt het niet altijd positief ontvangen; ik krijg ook de nodige kritiek over me heen, maar ook daar leer je mee omgaan. En als we hiermee de aandacht voor voeding kunnen vergroten, is dat winst voor iedereen. Ook al doen we het ieder vanuit onze eigen idealen, het is belangrijk om elkaar op te zoeken en een gezamenlijke boodschap voor een gezonde leefstijl over te brengen.”

Toekomstplannen

“In onze plannen voor de toekomst willen we vooral de samenwerking tussen huisarts, diëtist en POH verder uitbreiden, ieder met zijn eigen, gelijkwaardige rol. Daarom kunnen nu al deze partijen lid worden van onze vereniging. We zijn ook een community gestart waar artsen, diëtisten en andere zorgprofessionals – en straks misschien ook patiënten – makkelijker met elkaar in gesprek kunnen gaan. We zien namelijk dat steeds meer artsen dat willen, want met kennis komen ook de vragen. Arts en Voeding faciliteert de samenwerking. En daar hopen we nog veel mee te bereiken.”