Lees verder
Op 24 maart publiceerden we het eerste ervaringsverhaal van de diëtisten uit Bernhoven. Dat artikel heeft ons allemaal veel sturing gegeven. Het is in totaal 6245 keer gelezen! Angelique van Empel blikt nu, namens diëtetiek Bernhoven, terug.
Angelique van Empel

Zoals we in ons eerste verhaal beschreven zijn we als Bernhoven in maart in no time veranderd van een perifeer ziekenhuis naar een acute zorg instelling met uitsluitend COVID-19-zorg. Ons ziekenhuis bleek in het epicentrum van COVID-19-infecties te liggen; 8% van het totale aantal opgenomen patiënten in Nederland komt uit onze regio. Rond 20 maart was de piek in de zorg en tot medio april was het een heftige periode. Daarna liep de COVID-19-zorg terug en kwam er ruimte voor andere (semi)spoedzorg. Bij het schrijven van ons eerste verhaal zaten we middenin die situatie en hebben we geprobeerd er het beste van te maken. Inmiddels keert de rust weer enigszins terug en richten we ons op het opstarten van de reguliere zorg en de nazorg voor COVID-19-patiënten. Een goed moment om terug te kijken en lessen te trekken uit een ongekende periode.

Samenwerking met collega-diëtisten: onmisbaar!

Wat als eerste naar boven komt wanneer we reflecteren op de achterliggende periode is de onderlinge samenwerking. Vanuit verschillende kanten hebben we veel steun ontvangen; er was een groot gevoel van saamhorigheid. Ook de positieve reacties op ons eerste verhaal hebben ons als team gesterkt. De diëtetiekwereld is een kleine wereld en in onze regio hadden we al veel samenwerkingsverbanden. Onderlinge contacten waren dus snel gelegd.

Eerste lijn: in onze regio zijn de diëtisten in de eerste en derde lijn verenigd in DiS, Diëtisten in Samenwerking. Aan het begin van de epidemie stuurde het bestuur van DiS een brief met een voorstel om ons te ondersteunen bij de zorg voor COVID-19-patiënten en om ons te ontlasten in de verwijzing door het aanstellen van één aanspreekpunt. Dit heeft ons echt geholpen: we konden alle verwijzingen/overdrachten naar een persoon doorzetten, die de verdeling binnen de regio op zich nam. Van grote waarde is dat er niet concurrerend wordt gedacht maar vanuit een werkelijke intentie tot samenwerking om zo de beste zorg op de juiste plek te kunnen leveren.

Tweede lijn: de hoofden/coördinatoren van de ziekenhuizen in Noordoost-Brabant hebben op regelmatige basis overleg. Het contact was snel gelegd om informatie uit te wisselen over diëtistisch inhoudelijke  en organisatorische zaken. Ook met andere ziekenhuizen is er veel gebeld zowel over voedingsbeleid overall als over individuele patiëntenzorg.

Derde lijn: naast ons ziekenhuis staat zorghotel Udens Duyn. Dat is in korte tijd ingericht om COVID-19-zorg te kunnen leveren, zowel revalidatie als palliatieve zorg. De diëtistische zorg wordt geleverd door collega’s van Brabantzorg (organisatie voor ouderenzorg, thuiszorg en behandeling). Met hen is ook in het begin overleg geweest om beleid af te stemmen. Ook op andere plekken in de regio zijn revalidatieplekken gerealiseerd. Van alle patiënten die naar de revalidatie gaan, is een overdracht (veilig) gemaild. Daarnaast wordt er veel gebeld om behandeling over te dragen en te overleggen.

Binnen ons team: Medio maart voelden we de druk  oplopen en hebben we het generieke voedingsbeleid opgestart. 20 maart was de piek in het aanbod van coronapatiënten. Dit hebben we als team intens ervaren. 23 maart hebben we met de aanwezige collega’s overlegd hoe we dit als team zouden aanpakken. Daarna is alles in een sneltreinvaart opgepakt. We zijn met veertien  collega’s.  Om diverse redenen zijn vijf collega’s van huis uit gaan werken; zij hebben de gehele poli overgenomen. Alle afspraken daar zijn omgezet naar telefonische consulten. Zij ondersteunden ook onze secretaresse met het omzetten van de poli’s en de planning. Daardoor hadden de acht andere  collega’s de handen vrij om de acute zorg in de kliniek te leveren, en alle werkzaamheden die daaruit voortvloeiden.

Voedingsbeleid in tijden van acute zorg; een kwestie van bijstellen, aanpassen, bijschaven…

Al in een vroeg stadium waren onze ervaringen dat patiënten met COVID-19 een matige tot zeer slechte intake hebben door forse benauwdheid, vermoeidheid en het ziekteproces. Daarom besloten we over te gaan op een standaardvoedingsbeleid zoals in het eerste artikel uiteengezet.

Scoresysteem

Kort daarna werd vanuit het Outbreak Management Team (OMT) besloten dat de kwaliteitsscores, zoals SNAQ-screening, werden stopgezet. Hierdoor viel een belangrijke pijler in ons verwijsbeleid weg. Daarom zijn we gestart met een scoresysteem. In ons dagelijks overleg met de gastvrouw eten en drinken werd van elke patiënt bepaald of deze groen/oranje of rood scoorde. Deze informatie kregen we ’s ochtends door van de late dienst. Zo hadden we twee screeningsmomenten per dag. Met deze informatie startten we laagdrempelig onze behandeling op.

Ondersteuning verpleging

De werkwijze van verpleging werd ook aangepast. Elke verpleegkundige had twee ondersteuners. Die kregen deeltaken toebedeeld, waaronder voedingszorg. De ondersteuners waren bijvoorbeeld poli-assistenten, operatie-assistenten, gespecialiseerde verpleegkundigen die op poli’s werken, verpleegkundigen niet werkzaam in Bernhoven. Met andere woorden, de vaste teams per verpleegafdeling vielen weg. Daardoor was onduidelijk welke kennis en expertise er op de afdeling was met betrekking tot klinische depletie. Dit hebben we geprobeerd op te vangen door overleg met de regieverpleegkundigen. Bij elke dagstart vroeg zij aandacht voor voeding en het ondersteunen daarbij. We hebben posters gemaakt die op de cohortafdelingen zijn opgehangen en in het EVD hebben we bij het zorgplan structureel aandacht gevraagd voor ondersteuning bij de voeding.

Onze rol

Toch bleek dit niet voldoende. Vanwege het besparen van materiaal, kwamen we zelf niet op de cohortafdeling. Ons werk verliep via telefonisch contact met patiënt (wat niet altijd haalbaar was), de verpleging en artsen, en het dagelijks overleg met de gastvrouwen. Hierdoor misten we onze klinische blik en het directe contact met de patiënt. Daarnaast hadden we alleen voedings- en vochtlijsten van dag vier. Daarom is begin april, in overleg met voedingsteam en OMT, besloten dat wij bij alle patiënten met bewezen COVID-19 in consult kwamen, en dat er vanaf opname gestart werd  met het bijhouden van de intake middels voedings- en vochtlijsten. Het voedingsteam bezocht drie keer per week de COVID-19-afdelingen (en dagelijks overleg indien nodig) om voedingsproblemen te bespreken, voedingsbeleid uit te zetten en sneller de stap te zetten naar sondevoeding of TPV.

Op de IC

Ook op de IC zijn we op een gegeven moment overgegaan op gestandaardiseerd beleid, met name in de opstartfase van sondevoeding. Hiervoor is in overleg met de intensivisten een schema gemaakt. Op dag vier werd dan het individuele voedingsschema door ons afgesproken. De IC-diëtisten hebben de overige zes collega’s bijgeschoold (voeding bij IC-zorg).

En verder ….

Verder hebben we georganiseerd dat patiënten met COVID-19 die naar huis gingen, en nog in isolatie moesten blijven, een welthuis box van Carezzo ontvingen. Met een folder die we samen met de fysiotherapie hebben geschreven met eet- en beweegadviezen voor thuis.

Voor ons kwaliteitsportaal zijn protocollen geschreven over het voedingsbeleid bij COVID-19.

We hebben voorbeeldteksten gemaakt (bijvoorbeeld diëtistische diagnose, doelen, beleid) om efficiënt en snel verslag te kunnen leggen.

Er is regelmatig overleg geweest met vertegenwoordigers van Hutten (zij verzorgen ons voedingsconcept), leden van het voedingsteam en de voedingscommissie

Ons klinisch voedingsbeleid is herhaaldelijk bijgesteld, om zo de best mogelijke voedingszorg te leveren. Wat helpt in een acute organisatie is dat er snel beslissingen kunnen worden genomen en dat we dit in goede samenwerking hebben gedaan met de medische coördinatoren van het OMT.

Weekenden werken: gestart en inmiddels ook weer gestopt

Vorig jaar hebben wij als team na onderzoek en discussie besloten om niet te starten met weekenddiensten. We zijn er van overtuigd dat in normale tijden ons proces goed is ingericht om de voedingszorg in het weekend te waarborgen. Toen we echter in deze acute setting terechtkwamen, werd er een noodzaak gevoeld om wél in het weekend te werken. Dit had verschillende redenen:

  • Ons standaardvoedingsbeleid verviel, daardoor hadden we onvoldoende grip op de screening en start dieetbehandeling bij risico op ondervoeding;
  • Ondersteuning bieden aan de gastvrouwen en continuïteit verzorgen met betrekking tot het scoresysteem;
  • Er was een heel groot verloop in het patiëntenaanbod en bij twee dagen afwezigheid dus een grote kans op het missen van patiënten;
  • Het verloop van het ziektebeeld was erg grillig, waardoor snel schakelen en bijstellen van voedingsbeleid nodig was.
  • We fungeerden als vraagbaak voor de collega’s op de COVID-19-afdelingen.

Uiteindelijk hebben we dit zes weekenden gedaan, zaterdag en zondag een halve dag, met twee personen. Daarna liep het aanbod van patiënten snel terug. Ondanks dat de kwaliteitsscores nog niet zijn herstart, zien we dat de SNAQ wel weer wordt afgenomen bij opname. En we zijn weer steeds verder afgeschaald in het acute voedingsbeleid.

Hoe verder?

Reguliere zorg

Momenteel wordt de gewone zorg met stappen verder opgeschaald. Onze poliklinische zorg doen we als diëtisten nu nog helemaal telefonisch, maar vanaf volgende week ontvangen we weer patiënten;  dit wordt geleidelijk opgebouwd.

Corona-support-team

Bernhoven werkt met een corona-support-team, 750 patiënten worden gebeld. Er wordt geïnventariseerd of nazorg nodig is. Indien dit het geval is, krijgen zij vragenlijsten toegestuurd waarmee verdere zorg wordt opgestart. Hierin zijn ook screeningsvragen opgenomen met betrekking tot voeding.

Toekomst

We gaan een overzicht maken waarin we vastleggen wat goed werkt wanneer we in de toekomst mogelijk weer worden geconfronteerd met een situatie zoals deze. Wat passen we aan, met wie moeten we dit communiceren, via welke kanalen? Op deze wijze hopen we bij een volgende pandemie/acute zorg situatie snel te kunnen schakelen.

Welzijn

Aandacht voor het team: de lange periode van thuiswerken begint voor de thuiswerkers wel hun tol te eisen. Privé en werk lopen steeds meer door elkaar. Daarbij kan de verbinding minder worden doordat je elkaar niet ziet. Het is belangrijk om daar oog voor te hebben en actief contact te zoeken met elkaar.

Tot slot

Ik ben trots op ons dynamisch en flexibel team en op de samenwerking met alle collega diëtisten (binnen én buiten de regio) en andere disciplines.

Link naar de digitale bedankkaart van Bernhoven.

team