Lees verder
Hij vroeg zich af of hij wel iets zinnigs te melden zou hebben. Dat heeft hij zeker. Het valt misschien niet helemaal binnen de gebaande paden, maar zet wel aan tot nadenken. Zet je schrap voor de filosofie van het ouder worden, volgens voormalig verpleeghuisarts, filosoof en columnist Bert Keizer.
Wendy van Koningsbruggen

Ik las dat u bang bent om oud te worden…

“Ik ben zeventig, dus ik ben gelukkig nog niet oud. En alles gaat nog goed. Oké, mijn gehoor wordt slechter, maar ik kan en doe alles. Dus ik weet nog niet wat het is, oud worden. Maar je schuift op naar het graf. Met voor je gevoel een hogere snelheid. Je lichaam wordt lelijker, het aantal begrafenissen neemt toe. Ik heb nooit veel druk van mijn werk ondervonden, dus het ‘wegvallen’ daarvan is ook geen plus. Nee, ik zie geen enkel voordeel van oud worden. Echt niet. Ik ken ook niemand die uitkijkt naar oud worden.”

Wat is uw grootste angst?

“Eigenlijk gaat het ongelofelijk goed met mij. Ik klaag ook niet over mijn fysieke ouder worden. Het is meer de mentale kant waar ik moeite mee heb. Je mobiliteit neemt af, zowel geestelijk als lichamelijk, je verliest je souplesse. Ik ga nu geen Turks meer leren. Of liften naar India. En als je ouder wordt, doe je geen dingen meer ‘voor het eerst’. Ik kan niet meer verrast worden zoals ik in mijn jeugd verrast werd. Dat je een schrijver als Gerard Reve ontdekt! Erdoor overrompeld wordt. Dat kan niet meer. Dat vermogen stompt af. Dat vind ik zó’n gemis.”

Hoort oud worden niet gewoon bij het leven?

“Nee. Ons genoom codeert voor 38 à 42 jaar. Dus als je je eerste leesbril opzet, is dat het begin van het einde. Als de kinderen de deur uit zijn hebben we, biologisch gezien, geen functie meer. Dan zijn we klaar. In de natuur bestaat een grootouderfunctie nauwelijks. Maar daar hebben wij ons aan ontworsteld; we hebben er veertig jaar bij gekregen. In de natuur bestaat geen pensioen. Je hebt ook geen bejaarde merels. Als die hun taak hebben volbracht, gaan ze dood. Dat honden en katten oud worden hebben wij ze aangedaan, inclusief al onze kwalen.”

 Bent u niet blij met de wijsheid die u in de loop der jaren hebt opgedaan?

“Wat is wijsheid? Mijn kinderen zijn 30 en 35 jaar. Hun leven en hun omstandigheden zijn zo anders. Ik wil niet zeggen dat ze niks aan mij hebben, maar van veel dingen die hen bezighouden, heb ik geen idee. Ik lees ’s ochtends en ’s avonds de krant. Een krant!? Daar doen zij niet aan. En toch weten ze heel goed wat er aan de hand is. Je komt met al je wijsheid toch meer en meer buitenspel te staan. Ouderen moeten zogenaamd ‘meedoen’, maar dat is niet waar. Je doet steeds minder mee. En je bent je er ook bewust van dat je vertraagt. Bovendien word je tobberig, je maakt je meer zorgen over kleine dingen. Wie heeft daar wat aan?”

 Dus de maatschappij zit niet te wachten op ouderen?

“De maatschappij verandert zo snel dat je je als oudere hoe langer hoe meer een vreemde gaat voelen in deze wereld. Ook je oude omgeving, de buurt waarin je bent opgegroeid: alles verandert enorm. Nee, de huidige wereld is heel onvriendelijk ingericht voor oude mensen. Mijn bank heeft onlangs zijn website veranderd, zodat ik weer aan allerlei nieuwe icoontjes moet wennen. Ik kom daar wel overheen, maar ze hebben geen idee wat ze oude mensen aandoen. Het is slechts een voorbeeld, maar dat gaat maar door. Alles moet steeds weer anders. Voor ouderen is dat een ramp.”

 Heeft afkomst of economische status nog invloed op de manier van ouder worden?

“Dat speelt niet echt een rol. Ik denk dat het vooral het een kwestie van mazzel is. Van karakter. Knorrepotten blijven knorrepotten en iemand met een zonnig karakter blijft doorgaans ook gezellig op hogere leeftijd. Je blijft wie je bent. De cursus ‘leuk oud worden’ bestaat niet. Mensen maken er binnen al hun mogelijkheden – en beperkingen – het beste van. Er zijn wel wat lichtpuntjes. Ik heb er in mijn jaren als verpleeghuisarts heel wat voorbij zien komen, zoals tachtigjarigen die weer helemaal verliefd worden. Dat is heerlijk om te zien!”

 Hoe is het gesteld met de voeding in verpleeghuizen?

“Het is in de basis heel simpel: als je niet eet, ga je dood. Dat weten we. Maar verder weten we het eigenlijk niet zo goed. We zijn eigenlijk al jaren aan het tobben. Ken je nog het Meulengrachtdieet?! Dat hielp echt… En weet je waarom? Omdat mensen op bed gingen liggen! Ik heb weinig fiducie in allerlei diëten en ingewikkelde toestanden in het verpleeghuis. Het ergste zijn de drinkvoedingen. Dat kost duizenden euro’s en dat is alleen goed voor de producent. Mensen voelen zich er echt niet beter door. En je rekt er het leven ook niet mee.”

 Dus daar kunnen we beter mee stoppen?

“Weet je wat het is? Mensen hebben een aangeboren neiging om voor elkaar te zorgen. Iemand eten geven is een heel basale manier van lief zijn voor iemand. Bij een dierbare in een verpleeghuis doen de naasten enorm hun best om er nog één aardbei in te krijgen. Wetenschappelijk gezien is dat zinloos. Maar emotioneel gezien is het iets heel respectabels. Het motief deugt. Ook de inspanningen van de zorgprofessional deugen. Maar vanuit medisch oogpunt is het zinloos.”

 Wat adviseert u dan?

“Ophouden met al dat gedoe. Geef die mensen een lekker bakje havermout of iets waar ze trek in hebben. En als dat niks is… dan niks. De verzorging komt altijd met de suggestie ‘zullen we maar drinkvoeding doen, want ze eet bijna niets meer.’ Nee, dat is logisch, want ze gaat dood. Dat is de natuur. Wat belangrijk is, is dat je ruimte creëert voor de naasten om lief te kunnen zijn. Ze willen zo graag dat hun geliefde het ‘goed’ doet. Maar dat is natuurlijk per definitie niet het geval in het laatste levensstadium. Laat mensen daarom doen wat hun goeddunkt. En ondersteun ze daarbij. Dat kan lastig zijn als het iets ingewikkelds is. Dan moet je als diëtist een kok gaan zoeken, want in de meeste verpleeghuizen zijn geen keukens meer. Een héle slechte ontwikkeling.”

 Wat kun je verder doen om ‘lief te zijn’ voor ouderen?

“Eten is belangrijk. Het is niet alleen een kwestie van biochemie, maar vooral van het creëren van een fijn moment. Dus zorg dat de maaltijd een gebeurtenis is en niet een ‘lastige onderbreking van de zorgroutine’. Daar hebben mensen recht op. Je moet het vergelijken met hoe je thuis geniet van eten. Zo’n situatie moet je zien te creëren. Aandacht is het sleutelwoord. Dat is echt veel belangrijker dan drinkvoeding. Ik heb in de verpleeghuizen waar ik werkte altijd een enorme strijd gevoerd om het dekken van de tafel. Of koken op de afdeling. Dan stond vanaf half vijf iedereen die dat wilde in de keuken aardappels te schillen en spruitjes te koken. Dat vond iedereen leuk! Ik pikte ook regelmatig gezellig een hapje mee.”

 Wat is de juiste handelwijze bij terminaal zieken?

Zorg vooral dat de persoon zoveel mogelijk vocht binnenkrijgt: water, thee… En zo mogelijk eten. Maar als iemand stervende is, is dat vaak lastig. In een verpleeghuis geef je nooit sondevoeding of een infuus. Ook niet in het laatste stukje van het leven. Daarmee verleng je een sterfbed alleen maar met een paar dagen. Wie wil dat, zou je zeggen…? Tja, de naasten. Want dat is weer die manier van zorgen voor iemand. Vooral in de laatste weken of dagen. Daar staat de arts dan iets nuchterder naast en die denkt: wat schieten we hier nu mee op? Maar bij een sterfbed doe je alles in harmonie met de wensen van degene die gaat. Je kunt als arts advies geven, maar de patiënt of de familie beslist. Of het nu gaat om vocht of antibiotica.”

Ziet u ondervoeding bij ouderen als een probleem?

“Ik ben daar niet in thuis. Maar je hoort er veel over. Ik vraag me dan altijd af wat precies het probleem is. De tachtigers van nu hebben een veel beter lichaam dan de tachtigers in 1910. Dat is indrukwekkend. Ik lig daarom niet helemaal wakker van veertig procent ondervoede ouderen. Als ik een tekort heb, maar ik fiets elke week drie keer naar mijn kleinkinderen, dan is er toch niets aan hand? En als die ondervoeding is opgelost, ga ik dan sneller fietsen?! We worden in Nederland erg oud in een erg goede conditie. Er gaat hier dus iets heel erg goed.”

 Tot slot nog onbesproken ergernissen?

Ja, de voedingsmythes in de commercie. Dat is verschrikkelijk! Bijna net zo erg als de tabaksindustrie. De onzin die daar in bakken over je heen wordt gegooid. Supplementen, vitamines… het houdt niet op. Het is net zo zinloos als medicijnen tegen naderende griepjes. Aantoonbare lariekoek. En daarbij moet je je serieus afvragen hoeveel schade mensen zichzelf toebrengen. Maar mensen geloven het allemaal. De wetenschap overtuigt blijkbaar niet. Ik snap niet dat dat allemaal niet verboden wordt. Ik ga er de straat niet voor op, maar wel fijn dat ik het hier even kwijt kon.”

 Kunnen we nog afsluiten met een mooie filosofische uitspraak?

“Maak je geen zorgen, het ergste komt nog.”