Lees verder
Corné van Dooren deed onderzoek naar de combinatie van duurzaamheid en gezondheid in onze voeding. Hij heeft goed nieuws: wat gezond is, is doorgaans ook duurzaam. Een eenvoudige boodschap, die alleen nog ‘even’ tot de mensen moet doordringen.
Wendy van Koningsbruggen

Duurzaamheid had al vroeg je interesse?

“Ja, dat is ontstaan tijdens mijn studie in Wageningen. Daarna heb ik me daar steeds verder in verdiept. Bij het Voedingscentrum ben ik ook op dat onderwerp aangenomen. Aanvankelijk in combinatie met voedselveiligheid, maar ik richt me nu helemaal op duurzaamheid. Daar vallen ook voedselverspilling, milieu-impact, keurmerken en dierenwelzijn onder. Met de nieuwe Richtlijnen goede voeding 2015 en de Schijf van Vijf in 2016 heeft duurzaamheid ook een prominentere plek gekregen in het beleid van het Voedingscentrum.”

Is er al een effect te zien bij de consument?

“Er zijn zeker trends in de goede richting zichtbaar. Sinds de jaren vijftig nam de vleesconsumptie toe; vanaf 2010 is dat gekeerd. Het aantal mensen dat niet meer alle dagen vlees eet, stijgt. Ook zijn we veel meer water gaan drinken, ten koste van de alcohol- en frisdrankconsumptie. Vroeger was het ‘raar’ om water te drinken, nu is het trendy. Een andere belangrijke ontwikkeling is dat de verkoop van producten met duurzaamheidskeurmerken stijgt. En tot slot, een duidelijk resultaat van de aanbevelingen: de notenconsumptie stijgt. Waarschijnlijk omdat het zo’n lekker simpel advies is.”

Wie eten het duurzaamst?

“In grote lijnen scoort zo’n twintig procent van de bevolking goed op duurzaamheid: vooral oudere vrouwen die niet (meer) werken. Eveneens twintig procent scoort slecht: de jonge werkende mannen. Mannen zijn sowieso de ‘grootverbruikers’ van vlees en alcohol. Mensen die zich verantwoordelijk voelen voor de omgeving, de aarde, zijn de voorlopers. Dan komt er een groep die hinkt op twee gedachten: ze eten minder vlees, maar drinken dan wel weer wijn uit Chili, mét ambachtelijke kaas… vanuit duurzaamheid en gezondheid niet de allerbeste keuze. De niet-geïnteresseerde groepen volgen pas wanneer de omgeving is aangepast; als de goede keuze makkelijker gemaakt is.”

Wat is de belangrijkste conclusie uit je proefschrift?

“Dat gezonde voeding – laag in energie en hoog in nutriënten – bijna een op een ook het beste scoort op duurzaamheid. De functie van voeding is voedingsstoffen leveren binnen een bepaalde hoeveelheid calorieën. We eten gemiddeld te veel en te bewerkt, dus we moeten ons eten ‘optimaliseren’ binnen voedingskundige en duurzaamheidsgrenzen. Producten met een hoge nutriëntdichtheid zijn dan de slimste keuze: minder natrium, suiker en verzadigd vet, en meer plantaardige eiwitten, essentiële vetzuren en vezels. Het Low Lands-dieet – een geoptimaliseerd traditioneel voedingspatroon van de lage landen – blijkt net zo gezond als het mediterrane voedingspatroon, maar wel duurzamer. Die uitkomst is een prachtige, eenvoudige boodschap waar we in de voorlichting direct mee aan de slag kunnen.”

Duurzaamheid moet hoger op de prioriteitenlijst?

“Consumenten hebben enkele waarden waaraan voeding moet voldoen: het moet lekker, betaalbaar, makkelijk en gezond zijn… en als laatste duurzaam. De kortetermijnbeloningen zijn het belangrijkste. Gezond werkt op langere termijn (voor jezelf), net als duurzaam (voor anderen). Dat ligt ver af van de directe behoefte van mens. Dat is het probleem. Je moet duurzaamheid dus dichter bij de primaire behoefte van mensen brengen. Duidelijk maken dat duurzaam ook lekker, gezond, eenvoudig en niet duur is.”

 Is niet duurzaam eten een gebrek aan kennis of wil?

“Gebrek aan kennis en deels verwarring. Mensen weten vaak niet hoe ze het moeten doen. Daar kan goede voorlichting bij helpen. Het Voedingscentrum geeft praktische tips om duurzamer te eten. Maar er moet meer gebeuren. Dat te veel eten niet alleen slecht is voor de gezondheid, maar ook duidelijk een milieu-issue is, hebben we nog niet zo goed geformuleerd en gecommuniceerd. Net als aandacht geven aan minder vlees eten. Daar ligt een rol voor ons als Voedingscentrum, maar ook voor diëtisten. Die boodschap moeten we gebruiken om de motivatie van mensen te versterken. De duurzaamheidsuitdaging is dat we moeten kunnen (blijven) voorzien in onze benodigde voeding binnen de capaciteit van ons ecosysteem.”

Wat kan daarbij helpen?

“Keurmerken bijvoorbeeld. Als je echt voedselvaardig wilt zijn, moet je zo’n elf keurmerken kennen. Maar dat moet wel haalbaar zijn, toch? Als je veilig wilt deelnemen het verkeer, moet je wel honderd borden kennen, daar hoor ik ook niemand over klagen. Verder moeten mensen voorbeeldfiguren hebben, zoals koks. Het helpt enorm als zij dit oppakken. Als je in een restaurant of in de bedrijfskantine een lekker peulvruchtgerecht eet, wordt de neiging om dat thuis ook eens te maken groter. Een maaltijd zonder vlees: oké, maar hoe dan? Hoe maak ik bonen lekker klaar? Iedereen heeft zo zijn pakket standaardrecepten. Als dat allemaal met vlees is, kost het moeite om dat te veranderen. We moeten mensen dus écht praktische tools bieden.”

Is duurzaam duurder?

“Dat is in elk geval wel de perceptie. Maar het ligt er natuurlijk aan hoe je het definieert. Milieubelasting is vaak niet doorberekend in de prijs, want dan zouden veel producten een stuk duurder zijn. En dus minder aantrekkelijk. Als je duurzaam eet door meer basisproducten te kiezen, hoeft het helemaal niet duurder te zijn. Je moet gewoon zelf logisch nadenken en niet op de reclame van de producent of het ‘speciale’ aanbod in de supermarkt afgaan. Geen quinoa, zeewier en insecten… Blijf dicht bij jezelf, je eigen cultuur. Leg wat minder vlees, snacks en alcohol in je boodschappenmandje. Dan ben je echt goedkoper uit. En water is gratis.”

Moeten we duurzaamheid niet beter meetbaar maken?

“Dat is wel mijn wens. Maar dan met iets waar je aan kunt refereren. Dus niet ‘CO2-uitstoot’, dat zegt mensen niks. Ik heb de Sustainable Nutrient-Rich Food-index (SNRF) ontwikkeld. Die is begrijpelijk en simpel, en kan consumenten helpen hun voedingspatroon gezonder en duurzamer te maken. Je scoort hoog met producten met plantaardig eiwit, vezels en essentiële vetzuren, en laag met producten met veel verzadigd vet, zout of suiker. Het moet nog gevalideerd worden, maar het heeft wel potentie. Maar ook met tips: ‘Als je wilt dat je klimaatimpact met 25% omlaag gaat, moet je misschien niet 500 gram vlees eten, maar 350 gram.’ Eenvoudige cijfers, die mensen op zichzelf kunnen betrekken. Dat werkt.”

Is duurzaam al voldoende ‘sociaal wenselijk’?

“De sociale norm speelt altijd een rol. Daar is zeker nog mee te sturen. Het is niet oké om te drinken als je rijdt: daarvan is iedereen wel overtuigd geraakt. Zo’n norm moet ook gaan gelden voor vlees eten: het is niet normaal als je elke dag vlees eet. Of: het is niet normaal dat frisdrank wordt verkocht op scholen. Dat kan. En moet. Maar die bewustwording heeft tijd nodig. Maar kijk om te beginnen eens naar jezelf: hoe gezond en duurzaam is mijn lunch? Hoe kan ik dat eenvoudig veranderen? Terwijl het toch lekker en betaalbaar blijft. Niet gelijk: ‘geen vlees meer’, maar minder, of afwisselen van eiwitbronnen, wat meer seizoensgroenten… dat soort dingen.”

Hoe scoor je zelf op de duurzaamheidsschaal?

“Ik ben wel echt een flexitariër; we eten steeds minder vlees, maar schrappen het niet helemaal. We letten erg op keurmerken, zoals dierenwelzijn en eerlijke handel. Dus we zijn er bewust mee bezig. Maar er zijn ook zeker punten die beter kunnen. Bijvoorbeeld alcoholconsumptie. Weet je, het aanbod van duurzame producten is het punt niet: er ligt zat en er is voldoende keuze uit goedkope producten, maar het is gewoonte en mindset. Je moet die keuze eerst in je hoofd maken.”

Promoten diëtisten duurzaamheid voldoende?

“Nee, dat denk ik nog niet. Maar dat geldt voor alle gezondheidsvoorlichters. We zijn er de laatste jaren wel mee bezig, bijvoorbeeld om dat in te brengen in de opleidingen. Dat gaat langzaam, maar gestaag. Het is gewoon een lastig onderwerp. Maar met wat simpele regels en wat meer inzicht kun je het wel meenemen in je adviezen. Eiwitten maken bijvoorbeeld onderdeel uit van veel dieetadviezen. Dat kan net zo goed soja, noten of peulvruchten zijn, in plaats van dierlijk. Eiwitkwaliteit is daarbij helemaal niet zo’n issue. En je hebt gelijk een mooie matrix met vezels en verzadiging. Dus grijp niet te snel naar alleen dierlijke eiwitten. Wees creatief.”

 Wanneer hebben we die hardwerkende jonge mannen aan de peulvruchten, denk je?

“Als dat lekker klaargemaakt wordt in het bedrijfsrestaurant. Of als er een aantrekkelijke meeneemmaaltijd wordt aangeboden op het station, en als vrienden het ook gaan doen… dan krijg je ze uiteindelijk wel mee. Dat hoeft helemaal niet zo lang te duren. En dan is over een paar jaar peulvruchten eten tijdens een zakenlunch net zo ingeburgerd als niet roken op de werkvloer!”