Lees verder
Docent/onderzoeker Marianne Nieboer is optimistisch gestemd over de digitale mogelijkheden bij de behandeling van enkele chronische aandoeningen. Als medeauteur van het boek (B)eHealth - Technologie voor een gezonde toekomst stelt ze dat diëtisten binnen de gezondheidszorg van oudsher al vooroplopen op de digitale snelweg...
Wendy van Koningsbruggen

Wat was de aanleiding voor het boek?

“E-Health wordt al breed gebruikt, maar er bestaan ook nog veel vragen over de toepassing. Wat zijn nu eigenlijk de gebruikerservaringen? Als auteurs werken we alle drie bij Fontys Hogescholen: Taetske van der Zijpp en ik als docent/onderzoeker en Eveline Wouters als lector. We wilden alles op een rij zetten om zowel hulpverleners als cliënten in staat te stellen om zich te oriënteren op toe- passingen van eHealth. Bovendien wilden we technologie meer integreren in het onderwijs. En hoe schaal je dat op?

Door kennis en toepassing. Dat staat nu netjes bij elkaar in het boek. Waarbij ik moet aantekenen dat die update bij het verschijnen van het boek alweer gedateerd is. Want zowel de ontwikkeling van nieuwe toepassingen als het inzicht in de effectiviteit van eHealth-toepassingen in de chronische zorg neemt snel toe.”

Wat ben je wijzer als je het boek gelezen hebt?

“Technologie is een goede ondersteuning voor de zorg, zowel voor patiënten als voor hulpverleners. Je krijgt in het boek een update van de laatste stand van zaken van de effectiviteit van eHealth-toepassingen bij zes specifieke aandoeningen: hartfalen, COPD, dementie, diabetes mellitus, CVA en obesitas. We beginnen ieder hoofdstuk vanuit de behandeldoelen, omdat je daar met de digitale middelen op aansluit. We hebben een literatuursearch gedaan en die aangevuld met praktijkverhalen. Hoe ge- bruiken mensen die technologie nou, bekeken vanuit de hulpverlener én vanuit de patiënt? Je ziet dan dat bij de verschillende aandoeningen de toepassingen heel verschil- lend zijn. Dat was voor ons ook een eye opener.”

Waarom deze zes aandoeningen?

“Bij chronische zorg gaat het om behandeling over een langere termijn. Dan is er meer behoefte aan monitoren en zelfregie. Daarvoor biedt de technologie toepassingen. En verder was het een keuze. Bij diabetes is de behandeling bijvoorbeeld van oudsher gericht op monitoring; moderne (digitale) technieken bieden veel mogelijkheden om dat te verbeteren. En om de feedback op het gedrag bij de patiënt zelf neer te leggen. Bij COPD is de medicatietoediening weer belangrijk. Therapietrouw en motivatie spelen daarbij een grote rol. En bij obesitas bieden coachingsmodules interessante online mogelijkheden voor leefstijlaanpassingen.”

Hoe heeft eHealth zich ontwikkeld?

“In 1987 schreef ik mijn scriptie over het invoeren van de computer. Diëtisten waren in het ziekenhuis een van de eerste beroepsgroepen die met technologie werkten. Dat kwam door de ‘voedings-automatiseringsprogramma’s’. E-mailcontact met patiënten is ook al van oudsher gebruikelijk in de diëtetiek. En de overdracht met collega’s ging in de tijd al digitaal. Dus diëtisten hebben zich altijd wel in de voorhoede op de digitale snelweg bewogen.”

Heeft leeftijd er nog iets mee te maken?

“Nee. Daar is niets algemeens over te zeggen. Vanuit de patiënt gezien: mensen met een chronische aandoening zijn per definitie natuurlijk al ouder. Maar we zien in de praktijk dat de relatie tussen ouderen en technologie net zo gevarieerd is als bij jongeren. Veel ouderen gebruiken privé veel technologie, zoals Skype in hun communicatie met de (klein) kinderen. Ze zijn dus niet onbekend met technologie. En in alle leeftijdsgroepen geldt dat iedereen zich vooraf zo goed mogelijk, vaak online, wil informeren als ze naar de dokter gaan.”

Hoe kun je het gebruik van technologie bevorderen?

“Voor de hulpverleners via professionele richtlijnen. Die hebben wij voor het boek allemaal doorgenomen, maar daarin wordt heel weinig geschreven over eHealth. Wel over de evidence based behandeling en wat er zou moeten gebeuren, maar niet over wat de technische mogelijkheden zijn bij het inrichten van die zorg. We vroegen ons af waar ‘m dat in zit. Is het niet te vinden? Of is het niet aantoonbaar effectief? Want die evidence is natuurlijk belangrijk. Bij de uitvoering van je behandelplan moet je goed nadenken. Hoe kan ik dit digitaal ondersteunen? Wat kunnen mensen gebruiken? En wat moeten ze kunnen terugvinden?”

Is de ervaring met technologie altijd positief?

“Onderzoek in de praktijk wijst uit dat de weerstand vooraf vaak groot is en dat het voor het uiteindelijke oordeel cruciaal is of het systeem in de praktijk goed werkt. Dus het is heel simpel: als het niet werkt, wordt het niet gebruikt. In het boek hebben we daarom ook een hoofdstuk besteed aan de factoren die van invloed zijn op het accepteren van technologie in de behandeling. Heel belangrijk!”

Hoe krijg je technologie ‘in het systeem’ van mensen?

“Als het gaat over voorlichting, leggen niet alle hulpverleners direct de link naar digitale middelen. Traditioneel is voorlichting iets wat mondeling gebeurt. En van oudsher is de diëtetiek ook een face to face aangelegenheid. Dat horen we ook van studenten: die vinden direct contact met de patiënt het allerbelangrijkste. Daarom hebben ze voor het beroep voor gekozen, zeggen ze. Maar digitaal is niet altijd op afstand. Je kunt ook heel veel digitale hulpmiddelen gebruiken in je spreekuur. Maak bijvoorbeeld gebruik van instructiefilmpjes. Of laat mensen een gesprek opnemen om thuis nog even terug te luisteren. Bied het in elk geval als mogelijkheid. En integreer het in je behandelplan.”

Zien mensen het ook als een bedreiging?

“In onderzoek naar het gebruik van technologie in de zorg geven hulpverleners aan dat het contact met de patiënt vaak juist beter is geworden. Maar als je vraagt hoe ze de toekomst zien, dan komt toch vaak weer de angst boven: dat de diëtist dan straks ‘niet meer nodig is’. Maar het één is geen vervanging van het ander; het maakt het alleen makkelijker. Wij diëtisten voelen ons namelijk niet geroepen om de spreekwoordelijke ‘stok achter de deur’ te zijn. Dus maak die digitale hulpmiddelen dan maar die stok! Als hulpverlener heb je taken en verantwoordelijkheden, maar de patiënt ook! Er zijn allerlei mogelijkheden om de behandeling met digitale feedback en reminders te managen.”

Verandert eHealth de gezondheidszorg?

“Ik denk dat eHealth heel veel invloed heeft op hoe je je behandelproces inricht. De behandeldoelen staan in de richtlijnen, je eigen protocol bepaalt de uitvoering. Ik zie daar nog zóveel mogelijkheden. Denk bij de uitvoering van je behandelplan goed na. Hoe kan ik dit digitaal begeleiden? Wat kan mij en de patiënt helpen? Er zijn allerlei digitale mogelijkheden waarmee je de behandeling toch iets efficiënter kunt aanpakken. En nog meer op de persoon kunt richten. Dus als het doel van je behandeling gedragsverandering is, maak dan gebruik van bestaande eHealth toepassingen. De eHealth-monitor kan je daarbij helpen. E-Health biedt ook een prachtige mogelijkheid voor afstemming op afstand. De patiënt hoeft echt niet altijd de spreekkamer in te komen.”

Wat zie je als belangrijkste toekomstige ontwikkeling?

“Dat mensen de praktische toepassing en mogelijkheden ervan gaan inzien. En naast de nadelen ook de voordelen gaan ervaren. Zoals bij dermatologie. Daar zagen we dat de huisarts via een digitaal consult een dermatoloog op afstand raadpleegde: moet ik op basis van wat ik nu constateer bij deze patiënt doorverwijzen of niet? Door digitale consultatie van een specialist creëer je uiteindelijk een goed verwijsbeleid. In dit geval leerde de huisarts van een gespecialiseerde collega. Dat zou voor de diëtetiek natuurlijk ook heel goed kunnen via een digitaal consult. Daarmee kan ook veel meer in de eerste lijn worden afgehandeld. Dát is waar we naartoe moeten.”

En zie je nog andere toepassingen?

“Ja, bijvoorbeeld in het intercollegiaal contact. Digitaal is alles veel makkelijker te plannen dan wanneer je met z’n allen fysiek bij elkaar moet komen. Of huisbezoeken doet. Iedereen kent de voordelen van een huisbezoek, maar het kost veel tijd. Met Skype kun je ook een heel goed beeld krijgen van de thuissituatie: ‘Kunt u laten zien waar de keuken is? En wat heeft u in de koelkast staan?’ Daarmee krijg je een goed beeld. Daar oefenen we met studenten ook veel mee. En daar komen doorgaans heel goede reacties op. Het schept een prettige, veilige afstand, terwijl je toch heel dicht bij de patiënt komt. Wie dat prettig vindt en bij wie het werkt verschilt per persoon (bij zowel de patiënt als de hulpverlener). Maar overweeg de mogelijkheid!”

Welke tips kun je diëtisten geven?

“Denk na over de mogelijkheden binnen jouw praktijk en handelswijze. En verdiep je in de beschikbare kennis en het materiaal. Bedenk eens een aantal zoektermen en raadpleeg de literatuur over wat daar allemaal over bekend is. De eHealth Monitor is daar een geschikt hulpmiddel bij. Voor het einde van het jaar komt daar een praktische website bij. Een tweede tip is: bedenk ook eens wat jij als patiënt handig zou vinden op het gebied van eHealth. Daarmee kom je vaak tot verrassende inzichten.”

Heb je verder nog wensen?

“eHealth is een mooi onderwerp voor een diëtistennetwerk. Om er samen over na te denken, ervaringen uit te wisselen en de technologie binnen de diëtetiek verder te ontwikkelen. Ik zou van diëtisten willen horen wat ze weten, doen en wensen. Daar ga ik de mogelijkheden voor onderzoeken. Want er zit toch stiekem heel veel weerstand bij hulpverleners. Verder hoop ik dat eHealth ook meer mogelijkheden biedt om de samenwerking in de zorg beter te maken. Zeker op het gebied van chronische aandoeningen. Daar zijn zoveel disciplines bij betrokken. Om dat goed en effectiviteit te laten plaatsvinden, is samenwerking noodzakelijk. En dat gebeurt naar mijn idee nog niet goed genoeg. Ik zie de techniek daarin ook nog wel oplossingen bieden.”

Contact
m.nieboer@fontys.nl