Log in
In de gezondheidszorg moeten we het al decennia lang doen met de gezondheidsdefinitie van de WHO, die stamt uit 1948. Dr. Machteld Huber gaf hier in 2011 een positieve draai aan met een nieuwe definitie, die veerkracht en welzijn van de patiënt centraal stelt. Met het Institute for Positive Health maakt zij zich sterk voor de praktische toepassing daarvan.
Wendy van Koningsbruggen

Waarom is de WHO-definitie nooit aangepast?

De definitie stamt nog uit de tijd dat het grootste gezondheidsprobleem was dat mensen overleden aan infectieziekten. De tijden zijn echter veranderd; nu zijn chronische ziekten het probleem. Maar die definitie lijkt bijna ‘heilig’ voor de WHO. Het is heel idealistisch geformuleerd: ‘Gezondheid is een toestand van compleet welbevinden, zowel lichamelijk, geestelijk als maatschappelijk en niet slechts de afwezigheid van ziekte.’ Maar onbedoeld medicaliseert die definitie tóch, want het streven is compleet welbevinden; daarom wordt er vaak behandeld als er geen compleet welbevinden is. Daarbij wordt de mens als geheel uit het oog verloren.

Staat de WHO dan wel voldoende in contact met de praktijk?

De WHO is vooral op de medische kant gericht. Ze hebben wel een praktische uitwerking van de definitie gemaakt, in de International Classification of Functioning, Disability and Health: de ICF. Daar zitten ook wel sociale factoren bij, maar wat ik er als reserve bij heb, is dat het…