Log in
Onderzoek en diëtetiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Adviezen moeten immers gebaseerd zijn op wetenschappelijke inzichten, diëtisten onderzoeken hun eigen vragen en delen de uitkomsten met collega’s. Wie kan daar beter over vertellen dan een van de eerste gepromoveerde diëtisten in Nederland: emeritus hoogleraar Wija van Staveren?
Wendy van Koningsbruggen

Wija van Staveren is diëtist en emeritus hoogleraar Voeding van de oudere mens aan Wageningen University. Als we haar vragen om terug te kijken op 75 jaar diëtetiek, gaan we meteen een heel eind terug in de tijd. “In de Griekse oudheid hield Hippocrates zich al bezig met voeding. Hij observeerde en experimenteerde. Als je zijn waarnemingen vergelijkt met de nieuwe Richtlijnen goede voeding, zijn er opvallend veel overeenkomsten. Wat de Gezondheidsraad heeft toegevoegd, zijn specifiekere adviezen en een feitelijke onderbouwing. Daar was Hippocrates nog niet toe in staat. Hij zag alleen het verschil tussen het eten dat erin ging en de poep die eruit kwam; hij wist niet wat er in het lichaam gebeurde. Daarover zijn we door middel van onderzoek steeds meer te weten gekomen. Er zijn veel belangrijke ontwikkelingen geweest, maar naar mijn idee is het grote omslagpunt voor het ontstaan van de diëtistenopleiding geweest: het onderzoek naar de rol van vitamines bij veel voorkomende gebrekziekten. Voedingszorg…