Lees verder
Louis Overgoor en Marijn Aalders ontwikkelden vijftien jaar geleden hun visie op een effectievere gezondheidszorg: van Ziekte en Zorg naar Gezondheid en Gedrag. Een positieve aanpak waarbij de mens helemaal centraal staat. Dat klinkt logisch en eenvoudig. Maar in de praktijk staat bijna altijd het probleem of de ziekte centraal. Hoe kunnen we dat keren?
Wendy van Koningsbruggen

Wat houdt de GG/ZZ-visie in?

Aalders: “Dat je niet begint met het probleem, de ziekte, de zorg… Dat je dat even helemaal laat en gewoon aan mensen vraagt: vertel, waar word jij nou gelukkig van? Waar wil je méér van? Daar zit geen enkele beperking aan: van ‘Ik wil weg bij m’n vrouw’ tot ‘Ik wil vaker met vakantie’. Een benadering op een losse, speelse manier. Dat verrast mensen. Het voelt soms even ongemakkelijk, maar al gauw vinden ze het leuk! Want je haalt ze uit hun geijkte patroon. En dan komen ze letterlijk en figuurlijk in beweging. Ze gaan nadenken. Ze willen iets gaan doen. En dat heeft meestal nog helemaal niets te maken met hun gezondheids‘probleem’. Dat komt daarna pas aan de orde.”MarijnenLouis

Beweging is de insteek?

Overgoor: “Ja. Vooral figuurlijk, maar het begon met letterlijke beweging. Ik werkte in een gezondheidscentrum in Amsterdam-Zuidoost. Daar zag ik Marijn als fysiotherapeut bezig met groepen, onder andere psychiatrische patiënten. Haar aanpak sprak me aan, vooral omdat ik mezelf niet happy in het werk voelde. Als huisarts ben je erg bezig met ‘leveren’; dan blijft er niet veel tijd over voor ‘veranderen’. Maar bij Marijn liepen mensen de praktijk uit met een twinkeling in hun ogen. Dat wilde ik ook! Toen zijn we in 2004 gestart met het programma BIG Move: Beweging In Gedrag. Dat deden we op basis van het principe dat Marijn net beschreef. Daarmee kwamen mensen in beweging, in een bepaalde ‘actiestand’.”

Hoe kwam je als fysiotherapeut op deze aanpak?

Aalders: “Ik heb op veel plekken in de wereld gewerkt, onder andere in Nieuw-Zeeland. Daar keken ze in de gezondheidszorg al veel breder, holistischer. Iedereen ging daar na een behandeling weg met een persoonlijk actieplan: iets wat ze graag wilden gaan doen. Terug in Nederland dacht ik: wat is het hier ontzettend probleemgericht. En wat is iedereen gestrest, ook de therapeuten. Ik ervaarde dat zelf ook. Ik was aan het behandelen én aan het luisteren en coachen, maar dat waren voor mijn gevoel twee totaal andere competenties. Die liepen door elkaar en waren daardoor niet meer constructief. Het sloot voor mijn gevoel ook niet aan bij de waarden en wensen van de patiënt. Ik denk dat veel zorgverleners dat ervaren.”

En wat is dan de aanpak?

Overgoor: “We adviseren in het eerste deel van de aanpak helemaal niets. Iemand is te dik, maar wat hij het liefste wil, is vaker met vakantie. Dan wordt dat het uitgangspunt. We begeleiden alleen in: hoe ga je dat doen? Dat betekent dat je je hele professionele opdracht – je scholing, alles – even niet kan gebruiken. Het gaat eerst over de mens die voor je zit: wat die wil, hoe die zijn leven ziet. Dát is GG: Gezondheid en Gedrag. De patiënt zit aan het stuur. Die bepaalt, richt, vertelt. En dan ook alles: acties, successen, falen… Als hun verhaal loskomt, zijn mensen al helemaal tevreden. Want er wordt naar ze geluisterd. En dan zie je dat ze op een bepaalde manier geactiveerd worden. En dát is wat je wilt: ze komen in beweging.”

Maar we zijn hulpverleners, geen reisbureau…

Overgoor: “Wij zijn altijd geneigd direct een richting te kiezen: van probleem naar oplossing. Maar zorg er nou eerst eens voor dat mensen het gevoel krijgen: het gaat om mij, om wie ik ben, om wat ik vind, om wat ik wil. En als dat over vakantie gaat: prima! En reken maar dat ze weer bij jou komen zodra ze het over voeding willen hebben. Want ze vertrouwen je inmiddels, voelen zich veilig en weten dat je luistert. Maar laat duidelijk zijn: de patiënt houdt de lead, die blijft aan het stuur. En pas als hij of zij een vraag voor mij heeft, dán kom ik als professional in beeld, met mijn kennis en kunde.”

Hoe begeleid je dit proces?

Aalders: “Via een door ons ontwikkeld gespreksmodel. Daar trainen we mensen in, volgens strenge regels. Je moet het stap voor stap doorlopen. In fase 1 gaat het erom dat mensen zich kunnen uitspreken over wat ze van waarde vinden. Voor de professional betekent dat dus: luisteren. En ervoor zorgen dat je geen enkele invloed uitoefent op het denken en doen van de ander. Stiltes werken bijvoorbeeld goed. Dat voelt niet altijd lekker, maar er komt dan wel vaak iets. De patiënt bepaalt wat. Dat gevoel van regie vinden mensen prettig. En dan moet je als hulpverlener dus niet jouw kant op gaan sturen, vragen gaan stellen, je eigen oordeel inbrengen, want je weet zelf hoe eng het is als iemand aan je stuur gaat trekken. Dus in fase 1: geen sturing, geen analyse, zélfs geen nieuwsgierigheid.”positieve gezondheid

En fase 2?

Overgoor: “Dan wil je tot een richting komen en vraag je door: ‘Oké, dus dat is wat je belangrijk vindt. En waar wil je dan heen? Waar zie je mogelijkheden? Verwacht je dat dat gaat lukken?’ Kortom: van denken naar doen, maar nog altijd met de patiënt achter het stuur! Jij zegt nog altijd niks. Je vraagt. Welke stappen de patiënt denkt te gaan nemen, tiny steps. Pas als dat pad een beetje duidelijk wordt, komt de vraag: en heb je daarbij nog iets van mij nodig? Dán kom je in het bekende gebied van jouw expertise. Maar dan zit je al in de derde fase! En let wel: die informatie moet wel precíés aansluiten op wat er daarvoor allemaal gezegd is. Dus jij moet niet alsnog de richting gaan bepalen: wat jij denkt dat deze persoon zou moeten weten of doen.”

Dan zitten we inmiddels in de ZZ-fase?

Aalders: “Ja, na GG komt ZZ. Want je hebt het wel allebei nodig. Naast elkaar, of eigenlijk na elkaar. Yin en yang, zo je wilt. Zodra er een specifieke hulpvraag komt, neem jij het initiatief, het stuur, even over. Dan bied je aan waar de patiënt mee verder kan. En die overgang moet ook duidelijk zijn. Ook nu: geen twee mensen achter het stuur. Maar het is aan de patiënt wat hij met jouw adviezen doet. En als hij er behoefte aan heeft, komt hij wel weer bij je terug. Want hij vertrouwt je inmiddels. En hij voelt dat wat jij zegt, aansluit bij zijn behoefte. Dus als jij zegt dat het goed is om elke week even langs te komen, zal hij dat ook doen. Zo ga je beiden steeds meer aanvoelen wat wanneer nodig is.”

Een mooi samenspel!

Overgoor: “Gezondheid is een teamspel. Ik gebruik als metafoor ook vaak het voetbalveld, met twee helften: aanvallen en verdedigen. Aanvallen is levenslust: ik ga op m’n doel af, ik scoor, ik ben happy. Dat is de GG-helft. ZZ is verdedigen: ik voel me niet goed, ik heb een probleem, een klacht. Zelfs preventie noemen wij ZZ. Dat is geen aanpak vanuit levenslust, maar vanuit een probleemgeoriënteerde insteek: een probleem dat misschíén ontstaat. In het gezondheidscentrum waar we destijds begonnen, hadden we ook letterlijk twee kanten in het gebouw: GG was rechtsaf en ZZ linksaf. Links was blauw, netjes en steriel; het andere was wat gezelliger, groen, een beetje rommeliger. Kies als patiënt maar waar je heen wilt…”po

En waar lopen de diëtisten op het veld?

Aalders: “Die kunnen het hele veld bespelen: van diep in de zorg tot en met pure activatie en coaching. Het gaat over gedrag, dus ze moeten zeker aanvallen. Maar ze staan de patiënt ook bij met kennis, aan de verdedigingskant. En het is de kunst om tijdens het spel de ander te laten bepalen op welke helft jij je begeeft. Want de ander bepaalt de richting en de snelheid van het spel, tot het moment van fase 3. Maar jij moet wel aanvoelen wanneer de overgang kan plaatsvinden. Laten we zeggen: de derde helft is voor de diëtist!”

Jullie zijn echte gamechangers dus?

Overgoor: “Het spannende van deze aanpak is dat je nooit precies weet waar je uitkomt. En dat maakt het zo leuk! GG is denken vanuit voortgang, ontwikkeling. In dat kader zijn we ook een partnerschap aangegaan met het Institute for Positive Health. Dat sluit prachtig op elkaar aan. In het Bettery Institute (met een verwijzing naar better en battery) trainen we niet alleen zorgprofessionals. Iedereen kan deze big move maken. Wij noemen Bettery dan ook een gamechanger in zorg en welzijn. Het raakt ook aan ondernemerschap, procesontwikkeling en teambuilding. We geven daarnaast trainingen aan bedrijven, hogescholen en gemeenten. Het levert enorm veel energie, iets onomkeerbaars bovendien. En als je het eenmaal hebt ervaren, gaat het plezier in je werk écht voor altijd anders zijn.”